Pijnlijke opvoeding
1980-08-15
Ook onder christenen kom je nogal eens een wat schopperige houding tegen, omdat het leven niet brengt wat ze er van verwacht hadden. En teleurstelling over tegenvallers roept verzet bij ons wakker, maakt dat we gaan aanschoppen tegen de strukturen, die er de schuld van zijn of ook tegen Hem, die ons dat geleverd zou hebben.- Jaargang 24
- nummer 30
Aan de éne kant is dat ook heel goed te begrijpen, want juist christenen weten van betere dingen dan de tegenwoordige.
Ze weten van een andere, betere werkelijkheid, die God beloofd heeft. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.
En omdat een christen naar Gods belofte iets beters mag verwachten, dáárom valt het tegenwoordige, dat wat we nu hebben, vaak zo tegen. Je zou het immers ook vandaag al fijn willen hebben in je leven. Iets willen zien, iets willen proeven van die geweldige werkelijkheid, van dat hemels paradijs, in je huwelijk, in je gezin, in de samenleving.
Afgetekend tegen de beloften van God, valt de werkelijkheid, hier en nu, vaak hard tegen. Want wat zie je van die beloften? En als dat schopperige er wat van af is - verzet is meestal iets tijdelijks, daar moet je lange adem voor hebben - dan komt de moedeloosheid. De passieve levenshouding, het gelaten aksepteren van de dingen die gebeuren.
De schrijver van de Hebreeënbrief weet er van mee te praten. Ook zijn lezers hebben die wat futloze houding over zich, vanwege de verdrukkingen en de tegenstand, die zij hebben ondervonden omwille van Christus' naam.
Ze zijn er nauwelijks tegen opgewassen, en daarvan heeft de schrijver in het voorgaande hoofdstuk hen een riem onder het hart gestoken. Kijk naar Noach, kijk naar Abraham kijk naar Mozes; hebben zij soms niet tot bloedens toe geworsteld met de beloften van God, veelal tegen de schijn van de werkelijkheid in? Maar ze hebben volhard en zijn er niet bedrogen mee uitgekomen.
Een sterker voorbeeld nog. Kijk naar de Here Jezus. Ook Hij heeft moeite gekend in zijn leven. Hij werd door mensen niet geaksepteerd, ze verwierpen Zijn boodschap, Hij werd gehaat en bespot en moest lijden en Zijn einde was in de dood.
En toch heeft Jezus zich hierdoor niet laten knechten.
Over dat lijden, dat kruis heen, keek Hij uit naar de vreugde die God voor Hem had weggelegd. Zo heeft Hij de tegenspraak van zondaars verdragen, het verzet van zondige mensen.
En dan toch wel heel onverwacht wijst de schrijver op een ander gezichtspunt. Hij brengt een nieuw aspekt naar voren.
De opvoeding. En daar gebruikt hij dat toch wel erg pakkende beeld voor van de kinderen, die door hun vader gestraft worden.
Het gaat nu niet om de vraag, waarom zij die harde terechtwijzing verdiend hebben. Het gaat om een praktisch stukje opvoeding, wat heilzaam is voor hen, die het moeten ondergaan.
Hoe naar en verdrietig dat ook kan zijn.
Opvallend is hier wèl, dat van de verdrukking, die deze christenen meemaken, gezegd wordt, dat ze van God komt.
"Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren met gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wien Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij liefheeft." (vss. 5 en 6).
Daar kijken wij misschien toch wel even raar tegen aan.
Want hoe kan dat nou, dat de moeiten die deze christenen in hun christen-zijn ondervinden, dat daarvan gezegd wordt: "Als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen" (vs. 7).
Je moet met dit woord niet een verkeerde kant opgaan.
Alsof alle vervolging en tegenstand, alle moeite en leed in het leven van een christen zondermeer tuchting door God is. Dat moet je niet te gauw zeggen. Niet elke situatie leent zich daarvoor.
Maar je ziet hier bij deze Hebreeën, dat het negatieve dat zij ervaren, door God voor een positief doel gebruikt wordt.
God neemt het kwade op en gebruikt het om zijn kinderen verder te helpen in het geloof. Hij pakt het op en zegt: Ik ga er iets goeds mee doen.
Dat klinkt ons vreemd in de oren, want ons gevoel voor rechtvaardigheid komt er tegen in opstand. Dat God het . kwade gebruikt om ons verder te helpen.
Toch zou deze wetenschap ons juist moeten troosten. Het loopt de almachtige God niet uit de hand! Het kan zwaar tegen zitten in het leven, het kwaad is er, de boze gaat te keer èn God gebruikt het.
Je moet hier voorzichtig mee zijn, ik weet het, maar in het geloof mag je toch zeggen dat het kwaad in deze wereld door God wordt opgenomen in zijn heilsplan om de mens te verlossen. Denk ook aan zondag 9. Het is een geloofservaring die we vaak achteraf ook in ons leven bevestigd mogen zien. Terugkijkend op wat je is overkomen, moet je het nog wel eens zeggen: Hé, heeft de Here er deze bedoeling mee gehad?, moest ik daarom door die ellende heen, waar ik het zo vreselijk mee te kwaad gehad heb?
Toch heeft Hij mij er door heen geholpen.
Als je er zo tegen aan leert kijken, kun je ook de konklusie begrijpen, die de schrijver trekt in vs. 11. Alle tucht lijkt op het moment dat je het moet ondergaan, geen vreugde te brengen, maar verdriet.
Logisch immers, want wie heeft er plezier in om gestraft te worden?
Maar ben je er door geoefend, d.w.z. heb je geleerd er tegen op gewassen te zijn, dan brengt die tucht (die op zich zo negatief leek), toch op een positieve manier vrucht, nl.: gerechtigheid. Dan kun je met de apostel Paulus uitroepen: "wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het die rechtvaardigt; wie zal veroordelen? Zo laat de schrijver zien, dat ook het lijden, de verdrukking, de moeiten, door God gebruikt worden, om zijn lezers (de eersten en de lateren) verder te helpen op de weg naar de volkomenheid. Het Koninkrijk van Christus Jezus.