VAREN
1980-08-15
Sinds onze Michiel de Ruyter de zeven zeeën bevoer is voor elke Nederlander het water een tweede element. Niet alleen voor ons, ook voor de Brit. Hebben die twee elkaar trouwens niet vele malen op zee ontmoet, in oorlog en vrede? Hebben ze elkaars scheepstaal niet deels overgenomen?- Jaargang 24
- nummer 30
Wals het niet onze Jacob van Heemskerck, die "dwars door ijs en ijzer dorst te streven"? Was het niet de Britse Horatio Nelson, die bij Trafalgar een beslissende nederlaag aan Napoleon's vloot toebracht, met verlies van eigen leven? Om van Mountbatten maar te zwijgen.
Die liefde tot het open water brengt me vandaag naar Oban's haven.
Mijn vriend Archie heeft me al herhaaldelijk voor een snoepreisje uitgenodigd.
Archie is de gelukkige eigenaar van een bescheiden zeiljacht en van een minder bescheiden motorjacht. Het is ongelijk verdeeld op deze aardbodem: de een heeft alles, de ander komt ook niets te kort.
Archie wacht me op in laarzen, wollen trui en kapiteinspet. Monstert meteen mijn kloffie: laarzen, trui, jacht jasje en pet met dubbele klep. Graham, gekleed in oliegoed en zuidwester, gaat vandaag ook mee. Want Archie kan zijn schip niet alleen mannen en verwacht van mij, landrot, niet te veel hulp. Daar heeft hij vermoedelijk gelijk in.
Het wordt nu instappen in een roeiboot en het eerste examen is, of ik precies midden in het dansende bootje weet te komen. Archie stapt als laatste in en neemt de riemen. Eigenlijk zitten we al meteen op oceaanwater, want Oban betekent "open", hetzelfde woord dat u in het Deense Aabenraa (open rede) tegenkwam. Beide steden hebben een open baai, waarop zeeschepen voor anker kunnen gaan. Archie roeit ons met forse slagen naar een voor anker liggende vloot van zeil- en motorschepen, zo'n honderd meter uit de kust. Feilloos legt hij ons langszij een 27 voets schip, dat ook al op de golfslag ligt te rijden. Ik moet als eerste aan boord klimmen (kalm aan! wordt me bemoedigend nageroepen) en vraag van uit de hoogte: laten jullie me hier nu zitten? Nee, ze laten me niet zitten; weten beiden ook aan boord te komen en brengen de sloeplijn mee.
De voorbereidingen voor de tocht beginnen. Twee dieselmotoren worden gecontroleerd, er wordt wat water en olie aangevuld en vanaf de kapiteinsplaats wordt de eerste motor aangezet. Een machtige dreun, zeer bevredigend.
De tweede motor wordt gestart: een vertrouwenwekkend geluid.
Scheepsmaat Graham haalt de ankerkabel op, nadat hij de roeiboot aan de boei heeft vastgemaakt. Voorzichtig en op halve kracht vaart Archie tussen de andere dansende schepen door, tot open water is bereikt.
En dan gaat het volle kracht vooruit, buitengaats!
Langzaam schuift nu het mooie havenstadje aan stuurboord voorbij: de kerken, de bekende gebouwen, de toren zonder dak, de ruïne - alles glanst diep in de namiddagzon. En als we de baai uitgaan voelen we de zware golven uit de Sound of Mull onder onze voeten regeren. Dat is waar we het Maagdeneiland passeren: een steile rots, bewoond door wat schapen, die eenmaal per jaar doelwit van alle zeilverenigingen is om er het eerst de clubvlag te planten. Het is er bijna onmogelijk aan tand te komen - maar Archie heeft het eenmaal gedaan, zegt hij. Toch ben ik maar blij als er ditmaal doorgevaren wordt.
Dan wordt een welkomstdronk uitgereikt door Graham, die zich van scheepsmaat tot galeislaaf heeft bevorderd ..... maar die uit gin en tonic een goede drank weet te maken. Alsik hun eigenwijs "slaontsje vör" toewens, grijnzen beide Kelten goedkeurend. Zo'n hartversterking is niet overbodig, want gaande richting Mull is de boot steeds Ievendiger geworden.
Die danst en stampt en rolt op de golven, dat het een aard heeft.
Zo iets vraagt om zeebenen, en die worden een landrot maar niet aangemeten.
"Ben je wel eens gekapseisd?", durfrik Archie te vragen. "Nog niet", antwoordt deze hoopvol.
Behoedzaam naderen we een rotseilandje, waarop wel twintig zeehonden genieten van de zon. Ats we met afgezette motoren dichtbij komen, gaan enkele te water, maar de meeste laten zich van dichtbij bezêen. Die kennen de fotograferende gasten en doen een oogje toe. Nu we dichter bij Mull komen kunnen we het Duart Castie en de huizen en bossen herkennen.
Mull was eens een heerlijk reservaat. Het bergt volgens de laatste telling nog ruim 4000 herten en dat is niet gering voor een klein eiland, Maar Mull is de laatste jaren een toeristeneiland geworden en daarmee verloor het zijn natuurlijke bekoring goeddeels. We laten het rechts liggen en draaien Zuidwestelijk om het eiland Kérrera heen.
Dat Kérrera is eeuwenlang in het bezit van de machtige MacDougall's geweest, die er een forse ruïne hebben staan: symbool van tyranniek verleden.
Archie wijst op een eenzaam huisje aan de vrijwel onbewoonde Westkust: hier is onlangs een overval op een drugbende uitgevoerd. In dat huisje woonde een paar, dat bij de drugs betrokken was. De voorraad was opgeslagen in de schuur, die nu uit de bomen 'komt: een voorraad, waar de zolder bijna onder bezweek. De douane was getipt, stapte te middernacht aan land en meteen het huisje binnen tot in de slaapkamer: opstaan en handen omhoog! De man had gecommandeerd: mijn huis uit! Aankleden en meegaan, zei de douane. - Wegwezen tot mijn vrouw aangekleed is, riep de man. - We keren ons om, tellen tot tien en je vrouw is aangekleed, antwoordden de douanes. Dat was dat. Het paar werd ingescheept en de douane haalde de buit binnen: de grootste drugoverval van deze eeuw, een voorraad van vele miljoenen ponden sterling!
Als we Kérrera in Zuidoostelijke richting ronden laten we een rots aan stuurboord liggen: het Bach-eiland. Daar heeft Archie als jongen een echt avontuur beleefd: hij moest 's avonds een boot aan land brengen en die 's morgens weer vlotbrengen - kreeg er een briefje van tien pond voor.
Dat was smokkelen geweest natuurlijk, maar wat ging dat een jongen aan?
Al die eilanden voor de Schotse kust hebben de eeuwen door naam gemaakt met smokkelen en clandestien destilleren. Vandaag is daar het stropen bij gekomen. Niet dat er vroeger niet gestroopt werd - maar dat heette toen nog niet illegaal, als iemand wat voor eigen pot jaagde of viste.
De bard van Mull dichtte eens: de hoofdprijs in onze verloting is een legaal gevangen zalm; en legaal gevangen zalm is erg zeldzaam op Mull . ..
We gaan Oostelijk langs Kérrera en zien in de verte een reeks bekende eilandjes liggen: wat zien ze er bekoorlijk uit, van zee uit bezien. Maar nu draaien we Noordoostelijk de Sound of Kérrera binnen. De boot is rustig geworden: we varen nu voor de wind en die is geminderd. Aan onze rechterhand zien we op tegen de steile vulcanische rotsen van Argyll, nauwelijks onderbroken door het mooie kasteel Gallanach. Drie boeien geven gevaarlijke ondiepten aan, die we vermijden. Inderdaad geeft de dieptemeter rare sprongen te zien: van enkele honderden meters diepte tot soms minder dan tien meter! Het moet hier bar en boos zijn toegegaan, toen aarde en zee gescheiden werden.
Het kasteel Gallanach, liggend in glooiende weiden en bossen, blijft de aandacht trekken. Gallanach betekent: Kelten. Zouden hier de oorspronkelijke Kelten uit Ierland zijn geland? Ik vind het een machtig kasteelmaar Archie en Graham vinden het maar matig, Dat is omdat ze de Mac-Dougall's maar matig vinden. Die hebben zich in de geschiedenis niet altijd even braaf gehouden. Met vier man hebben de MacDougall's in 1306 Robert the Bruce aangevallen. - Waarom toch, want de Macljougatl's hebben de eerste Schote koning ook herhaaldelijk geholpen, nietwaar?
- Jawel, maar Schotten zijn altijd ergens tegen en de MacDougll's waren bovendien wispelturig. Alle vier hebben het leven gelaten en Robert verloor alleen zijn schouderspeld.
Die schouderspeld moest de hele kleding van koning Robert bijeenhouden.
In die tijd werden kilt en plaid nog uit hetzelfde lange stuk wol gevouwen en op de schouder vastgehouden. De greep naar de schouderspeld was dus bedoeld om Robert van zijn kleding te ontdoen - dan wel hem er in te laten struikelen.
Later is de schouderspeld, versierd met een edelsteen, eeuwenlang in het bezit van de MacDougall's gebleven - maar na een fikse brand is die uit de as opgezocht en weer in het bezit van Robert's nakomelingen gekomen.
Vandaag wordt die speld in Oban bewaard in de kluis van de Royal bank. En wist je, dat onze koningin rechtstreeks van Robert the Bruce afstamt?
Ja, die Schotten kennen hun vaderlandse geschiedenis uitermate goed. Ze zijn er geheel hij betrokken, weten alle details, Het gevecht met de vier broers vond plaats bij de brug van Tyndrum, waar nu de schaapjes van John Burton grazen en waar een vakantieganger een forel probeert te verschalken. Ik moet erkennen dat ook ik wel eens op dat stukje land heb gezocht naar souvenirs maar Robert had blijkbaar niet meer dan één schouderspeld te verliezen.
De zon is al aardig aan het zinken en de kleuren van heuvels en bossen worden steeds warmer. Onze provincie Argyll is een heerlijk land, schoon en verheven. Met de "aere Gaelic", de Keltische grond in het richt, sohenkt galeislaaf Graham een afscheidsoorlam, Dan haalt hij met de pikhaak de ankerlijn op en maakt vast. Het schip wordt aan de kant gemaakt, de sloep aangehaald. En terwijl we voorzichtig overstappen gaan schip en roeiboot plotseling geweldig te keer; het is niets, een zware trawler voer op volle kracht voorbij.
Ook de veerboot op Mull gaat voorbij, maar voor die golfslag ons bereikt kunnen we aan land zijn, meent Graham aan de riemen. Hij heeft gelijk: de eerste zware golf spoelt ons bootje op het grint van de kust. Daar staan we op vaste grond, die nog wat onvast schijnt te schommelen. Een kostbare ervaring rijker. Gij aarde, zee en eiland - zingen wij - verheugt u in uw Heiland.