PASTORALE

1980-08-29
  • Jaargang 24
  • nummer 32
Het motief van de herder speels door heel de Bijbel heen de "pastorale" in de grote compositie van God. Bij de voorbereiding van een preek over Psalm 23, de herderspsalm. vond ik in een boek van dr A. van Deursen, "De achtergrond der psalmen" een korte beschrijving van wat een herder doet als de kudde aangevallen wordt.
Van Deursen heeft het van een schrijver, die het meegemaakt heeft. Ik geef het in eigen iocorden door. Het gebeurt in Syrië en naburige landen dat een kudde schapen aangevallen wordt door wolven (hyena's). De schapen raken meteen in paniek en vluchten in het wilde weg. Zo worden ze juist gemakkelijk een prooi van de roofdieren, die ze afjakkeren en de dood injagen. Van aanvallen behoeft nog niet eens sprake te zijn. Wanneer het roofgedierte zich laat horen, vluchten de schapen al, naar alle windstreken. De herder kan ze niet achterhalen. Vaak niet eens bereiken, als de kloof te smal is en de rovers de kudde van achteren aanvallen of bedreigen.
Hij, de herder, loopt immers voorop. Maar hij weet wat hij kan doen. Hij gaat op een rotsblok staan en laat z'n stem horen. Dan gebeurt er terstond iets, waarbij je als vanzelf denkt aan Johannes 10: Mijn schapen horen Mijn stem. Zodra ze het roepen van de herder horen, sluiten de vluchtende schapen zich weer bij de kudde aan. Ja, ze dringen zich zo stijf tegen elkaar, dat het vóórkomen kan, dat wolven tussen de schapenlijven worden doodgedrukt.
Er zit wat in dat verhaal om over na te denken en om na te volgen. Want onze dagen zijn dreigend en heel wat schapen, ja zelfs complete kudden zijn ten prooi aan verwarring. Ze moesten zich maar nauw aaneensluiten: de Herder roept erom.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief