Overdenkingen bij het avondmaal (1)
1980-09-05
Ik zie, Ik zie wat jij niet ziet ...- Jaargang 24
- nummer 33
De woorden van onze Heiland uit Lukas 22, 14 v.v. zijn bijzonder belangrijk om de rijkdom van het avondmaal te verstaan. Met deze woorden heeft Christus het speciale karakter van deze maaltijd bepaald. Want Hij legt daarin een onlosmakelijk verband tussen het avondmaal en het straks voltooide Koninkrijk van God.
Voordat Jezus het eigenlijke avondmaal instelt (zie vs 19 en 20) spreekt Hij tot twee keer toe over dat Koninkrijk.
"Ik zal het Pascha niet meer eten voordat het vervuld is in het Koninkrijk Gods." (vs 16). "Ik zal van de wijn niet meer drinken voordat het Koninkrijk Gods gekomen is" (vs 18).
Eigenlijk kunnen we ook zeggen: Dat Koninkrijk is er al.
Want Jezus Christus is gekomen. En waar Hij als Koning geëerd en gediend wordt, daar is het Rijk. Maar toch is het Koninkrijk nog niet vervuld, niet kompleet. En lang niet iedereen heeft er oog voor. Ook wij die in Hem geloven niet altijd. Want het is nog veelal verborgen. En dat kan ons moeite geven.
Maar dan legt Christus een hand op onze schouder en Hij wijst vooruit en Hij zegt: Kijk eens in de verte, in de toekomst!
En als je niet kunt kijken omdat je oog verblind is door tranen van verdriet om wat je ondervindt, of door tranen van woede om wat anderen moeten meemaken, dan zal Ik je vertellen wat Ik zie. Ik zie, Ik zie wat jij dan misschien niet ziet en de keur is goud.
Ja, Christus' oog speurt door het duister van de nacht waarin Hij werd verraden en door het duister van de nacht waarin wij ons kunnen bevinden naar de morgen van de nieuwe dag, waarop de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zich in gouden glans aan ieders oog zal openbaren. Ook aan het onze!
Geen feest zonder feestdiner
In het voltooide Koninkrijk van God zal groot feest worden gevierd. En dat gaat niet zonder feestdiner. Dat wisten we al uit het O.T. Lees maar bij Jesaja: "En de HEERE der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen." (Jes. 25, 6) en later: "Zie, mijn knechten zullen eten en drinken en zich verheugen en jubelen van hartevreugd" (Jes. 65, 13 v.). En Zefanja profeteerde: "De HEERE heeft een offermaal bereid en Hij heeft zijn genodigden geheiligd" (Zef. 1, 7).
Het is beslist niet toevallig dat de mááltijd wordt genoemd als teken van de komende heerlijkheid. Want zeker in het oosten is de maaltijd het teken van gemeenschap bij uitstek.
Samen eten en drinken schept een hechte band en geeft op plezierige wijze uiting aan een gevoel van saamhorigheid.
Als Christus voor het laatst met zijn discipelen van het geslachte Paaslam eet, weet Hij zeker dat Hij eens met hen en met alle gelovigen de bruiloft van het Lam zal vieren.
Eens - wanneer alle tranen uit de ogen worden weggestreken.
Wanneer alle gebreken aan lichaam en geest zijn opgeheven.
Wanneer de zwaarden zijn omgesmeed in ploegmessen en de geweren in pootstokken.
Wanneer de derde wereld is veranderd in de zevende hemel.
Is het niet de moeite waard om mèt Christus daarnaar uit te zien?
Komt nader, ziet en proeft ...
Maar als we door de ogen van Christus al die vette spijzen en belegen wijnen zien staan op de feesttafel in het voltooide Koninkrijk, dan kunnen we er nu al van watertanden.
Het roept een fel verlangen op naar de beloofde heerlijkheid.
Wel, met het oog daarop heeft Christus het avondmaal ingesteld. We hoeven niet helemaal te wachten tot het eindelijk zover is. Nee, we mogen hier al beginnen. Als wij onze honger en dorst naar het eeuwige leven niet meer kunnen bedwingen geeft Christus in het avondmaal alvast een vóórproefje. De tocht naar het voltooide Koninkrijk kan ons lang en zwaar vallen. Maar Christus geeft ons levensmiddelen mee voor onderweg, zodat we nu al kunnen eten en drinken en sterk en vrolijk kunnen zijn.
Zo is het avondmaal een voorproefje van het bruiloftsmaal van het Lam. Iemand heeft eens gezegd: Het eten en drinken van het avondmaal komt uit dezelfde keuken en is volgens hetzelfde recept klaar gemaakt als de spijzen en wijnen van dat bruiloftsmaal. Elke avondmaalsviering krijgen we weer opnieuw op voorschot een stukje volmaakte toekomst te proeven, namelijk vergeving van onze schuld en innige gemeenschap met God en alle geheiligde genodigden.