De militair en de kerk (2 - slot)

1980-09-12
  • Jaargang 24
  • nummer 34
3. De geestelijke verzorging van militairen en de kerk

- naar aanleiding van vraag 4: "De zorg over en het werk onder de genoemde groepen mensen wordt verricht door instanties van geestelijke verzorging, jeugdwerk en maatschappelijk werk, die deels geheel los staan van de kerk en deels daarmee slechts een indirekte band hebben. Hoe komt dat?
Is dat een goede ontwikkeling? Wat zijn de negatieve kanten?"
Tussen de Geestelijke Verzorging van militairen (verder aangeduid met 'GV') en de kerk bestaat inderdaad slechts een indirekte en losse band.

Hoe komt dat?

Enerzijds: doordat de GV zozeer een zaak is, die zich binnen het krijgsmachtbedrijf afspeelt.
Organisatorisch is de GV een zaak van het Ministerie van Defensie.
Geestelijke verzorgers zijn door de Koningin) benoemde en door het Rijk betaalde ambtenaren.
Zij doen hun werk binnen de 'subcultuur' van het leger ..
Het is heel sterk 'categoriale zielszorg'.
Dat maakt dat het grote verschillen vertoont met het 'normale' gemeente-pastoraat en dientengevolge vrij ver van de kerkmensen af staat.
Anderzijds: doordat de kerk over het algemeen gesproken te introvert is om zich intensief met het krijgsmachtpastoraat te bemoeien.
In de kerken houdt men zich overwegend met binnen-kerkelijke zaken bezig, terwijl wat in de niet-kerkelijke wereld gebeurt vaak buiten het gezichtsveld en de belangstellingssfeer blijft liggen.

Ik denk, dat ik de gevoelens van veel krijgmachtpredikanten weergeef, als ik zeg: wij hebben de idee, dat het merendeel van ons kerkvolk geen flauw benul heeft van wat ons werk inhoudt.
Dat vinden we enerzijds heel begrijpelijk, omdat de militaire samenleving zó'n apart wereldje is, dat je die uit ervaring moet kennen om ons werk een beetje te kunnen begrijpen.
Anderzijds vinden we het echter wel kwálijk, wanneer men nauwelijks belangstelling toont of een poging doet om het te begrijpen, al was het alleen maar door ons eens te vragen over ons werk te vertellen.

Is het een goede ontwikkeling, dat we nogal los van de kerk opereren?

Er zijn zeker wel positieve kanten aan te ontdekken.
Om wat te noemen:

1e. Krijgsmachtpredikanten dienen de handen - en méér dan alleen de handen! - zoveel mogelijk vrij te hebben om zich aan deze heel speciale en moeilijke taak te wijden.
Je kunt daarbij niet ook nog eens worden belast met of lastiggevallen door allerlei binnenkerkelijke zaken. Niet wanneer ze op zichzelf legitiem en van importantie zijn. En helemáál niet wanneer ze slechts de periferie raken of adiofora betreffen ...

2e. Het is aan ons werk inhaerent om samen te werken met collega's uit de andere kerken.
Je bent wel door één bepaalde kerk voor dit werk afgestaan, maar tegelijk oefen je dit pastoraat uit namens de Protestantse Christelijke kerken in het algemeen. Soms zelfs moe je, wanneer er geen aalmoezenier (de priester in het leger) is, voorzover mogelijk ook voor Rooms-Katholieken de geestelijke, de pastor zijn.
Hoezeer iemand zich ambtsdrager van 'zijn' kerk weet - voor mij is dat althans bepaald geen formaliteit! -, het speelt naar de mènsen, die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd, toe nauwelijks enige rol.
Ze vragen je bijna nooit van welke kèrk je dominee bent, ze vragen - of beter gezegd: kijken - wát voor dominee je bent!
In zoverre kan ik er vrede mee hebben, dat de band met de kerk nogal indirekt is.

Er zitten echter bepaald ook negatieve kanten aan.

1e. Ten eerste naar de kant van het werk toe: wanneer het te weinig door de kerk gedragen wordt, loopt de geestelijke verzorger gevaar de nodige voedingsbodem kwijt te raken.
Zonder het meedenken en meeleven van je geloofsgenoten dreig je te vereenzamen, te verarmen, te verkommeren, te ontwortelen zelfs.
Juist omdat je je als krijgsmachtpredikant in een frontsituatie bevindt, is de 'logistieke lijn' naar 'achteren', naar het thuisfront van levensbelang.
Frontwerkers hebben het contact met de achterban nodig, niet om door die laatste teruggefloten en teruggetrokken te worden, maar juist om de nodige rugdekking, voeding en bemoediging te ontvangen.

2e. Ook naar de kant van de kerk toe kan een te losse band negatief werken: wanneer de kerk haar 'hartebloed' niet laat dóórstromen naar haar 'handen en voeten' - wij zijn in zekere zin inderdaad wel 'extremiteiten' (zie 1 Korinthe 14)! -, zal zij steeds meer 'binnenvetter' worden en daardoor verzieken, verkalken en verstarren ..Onze kerken zouden zeker
winnen aan mobiliteit en levenskracht, wanneer zij zich veel meer dan
tot nu toe gebeurt zouden bezighouden met de levensgrote problemen, waarvoor in onze tijd juist militairen - en wij als geestelijke verzorgers mèt hen - zich gesteld zien.

In dit verband wil ik wel zeggen, dat ik erg dankbaar ben voor de belangrijke en waardevolle gedachten wisseling over het vraagstuk van de kernbewapening, die onlangs in Opbouw gepubliceerd werd. Die kant moet het m.i. op, wil ons blad functioneren als een handreiking en steunverlening bij het Christen-zijn in de praktijk van alledag.
Mocht iemand zich afvragen, waarom deze problematiek niet door een van de krijgsmachtpastores uit onze kring aan de orde gesteld werd, dan moge in dit verband het volgende opgemerkt worden: 1. het vraagstuk van de (kern)bewapening is niet alles en niet zozeer een zaak van militairen of hun geestelijke verzorgers, maar van ons állen; zogezien is het een goede zaak wanneer pastor en
1 politicus, filosoof en technicus sámen, elk vanuit eigen gezichtshoek, hun visie erop geven!
2. voor ons als krijgsmachtpredikanten is het m.i. een kwestie van zorgvuldig pastoraat om terughoudend te zijn met het uitspreken van meningen en het innemen van standpunten; het moet ons erom gaan de contacten met de mensen, onder wie wij werken, niet door polarisatie te blokkeren;
3. juist doordat wij ons intensief met de problematiek van de kernbewapening bezighouden groeit het besef, dat we met een uiterst gecompliceerde materie te maken hebben die nauwelijks meer is te overzien; wellicht is de spanning tussen ethische norm en het realiseerbare, tussen ideaal en feitelijkheid nergens zó hoog opgelopen als wanneer het gaat om ons huidige defensiesysteem: wie is dan in staat om vanuit een veilig theoretiseren even de oplossing te komen aandragen? het wordt zo gauw een goedkope kretenslakerij ...

Daarom is het een geweldige zaak wanneer we samen tot een fundamentele bezinning kunnen komen, waarbij de vele aspecten tot hun recht komen en er iets zeer wezenlijks kan groeien.
De discussie tussen Goudzwaard, De Jong en Schuurman was daar n.m.m. een goede aanzet toe.

3. Wat kan de k e r k voor de m il i t a i r e n doen ?

- naar aanleiding van vraag 5: "Wat moet volgens u, werker;z het veld, de kerk - of beter: onze Nederlandse Gereformeerde Kerken - in deze doen op het gebied van de verkondiging, het gebed, de gemeenschapsoefening en het dienstbetoon?"
Ik wil tenslotte trachten enkele suggesties met betrekking tot de aak van de kerk t.o. de militairen te doen.

1e Verkondiging

Laten allen, die met prediking en onderricht belast zijn, zich realiseren, dat er in de Schriften heel veel gegevens liggen die nog onvoldoende verwerkt zijn.
Géén rechtstreeks af te leiden antwoorden op de concrete en gecompliceerde vraagstukken van nu, bijvoorbeeld over nucleaire bewapening, maar wèl woorden, die de richting aanwijzen waarin we als Christenen van onze tijd een antwoord op de vragen naar verantwoord handelen kunnen zoeken.

Een goed voorbeeld hiervan vind ik het onlangs verschenen boek van Prof. Dr J. N. Sevenster: Bijbel en bewapening.
Hij toont aan, dat het bij het bijbellezen gaat om het vinden en hanteren van grondnoties als gerechtigheid en liefde, en tracht daaruit dan conclusies te trekken voor de vragen van het heden.

Het dient in de kerk en zeker in de verkondiging primair om grondvragen te gaan als:
- Wat is het gezag van de overheid en hoever strekt het?
- kan geweldsuitoefening naar Goddelijke norm gerechtvaardigd zijn, en zo ja, wat zijn de grenzen van het legitiem geweld?
- moeten we als Christenen ten allen tijde en in alle situaties de ons gegeven ethische normen absoluut stellen of mogen en moeten we rekening houden met de gebrokenheid van dit bestaan - bijvoorbeeld door uit twee kwaden het minst kwade te kiezen-?
Waarschijnlijk zijn al deze en dergelijke vragen niet nieuw. Er zijn in het verleden heus wel pogingen gedaan hierop antwoorden te geven.
Maar komen we daarmee ook voor onze tijd uit? Komen we niet verder?
Leert heel de geschiedenis - en vooral de contemporaine - ons niet, dat de gegeven antwoorden te gemakkelijk, te eenzijdig, te naïef waren en veelvuldig misbruikt werden?
Kunnen we, om iets te noemen, de leer van de gerechtvaardigde oorlog in de huidige situatie van huiveringwekkende bewapeningswedloop en overkill-
capaciteit nog net zo 'rustig' hanteren als in vroeger eeuwen is gedaan?
Wat kunnen zij, die ernstig met de Here God rekening houden, in een tijd waarin de grondslagen der samenleving in puin liggen, anders doen dan juist opnieuw aan dat fundament gaan bouwen, ook al lijkt het vaak onbegonnen werk?
Daarom kan de kerk de militairen niet beter helpen dan door die grondnoties van het Christelijke denken en leven in de verkondiging aan de orde te stellen en zó door te geven dat de relevantie daarvan voor de situatie van nu openbaar wordt.

2e Gebed

Wanneer we er oog voor krijgen, hoezeer de problematiek van bewapening en oorlogvoering in onze wereld tot een van de belangrijkste en ingrijpendste is geworden en hoe dit met name de militairen in een krisis brengt, zullen we ook gaan beseffen dat deze mensen onze voorbede bijzonder behoeven.
We zijn dacht ik wel gewend te bidden voor zendelingen en evangelisten, voor dokters en verpleegkundigen, voor overheidspersonen en onderwijskrachten.
Maar er wordt, ook in onze kerken, opvallend weinig gebeden voor hen, die dat moeilijke, verdachte en 'vuile' karwei van de uitoefening van verdedigend en beschermend geweld moeten uitvoeren: militairen en - niet te vergeten! - politiemensen.

3e Gemeenschapsoefening

In het gemeentelijk leven binnen onze kerkelijke kring krijgt het binnenkerkelijke enorm veel aandacht. Let maar eens op de onderwerpen, die doorgaans op gemeentevergaderingen en verenigingsavonden behandeld worden!
Wat zou het een verruiming en verrijking zijn wanneer we elkaar meer aandacht en steun zouden gaan geven juist ten aanzien van die taken, die ieder dagelijks te verrichten heeft en die menigeen voor zulke ingewikkelde en onoplosbare problemen stelt. Laten we - om maar bij 'mijn doelgroep' te blijven - wanneer er een militair in ons midden is, hetzij als dienstplichtige hetzij als vrijwilligdienende, als medegelovigen om zo iemand heen staan, hem bevragend, met hem doorpratend, met hem meedenkend en meelevend, onderwijzend, stimulerend, bemoedigend, corrigerend ..
'Opbouw' neme hierin het voortouw!

4e Dienstbetoon

Ik denk dat bovenstaande tegelijk ook het beste en belangrijkste hulpbetoon is dat de kerk de militairen te bieden heeft.
Daarnaast zou ik nog concreet willen noemen:

- het steunen van hulporganisaties t.b.v. militairen, zoals PRO REGE (de Bonds die de Protestantse Militaire-Tehuizen verzorgt), het PIT (Protestants Interkerkelijk Thuisfront), het COGMA (Contactorgaan voor militairen en alleenstaanden).
En dan het liefste méér dan financieel, want dat is vaak nog zo 'goedkoop'.

- De bereidheid om predikanten voor het pastoraat onder militairen af te staan.

De geestelijke verzorging zou niet langer zo'n marginale zaak voor de kerk moeten zijn, zo in de geest van uitlatingen als: "Och ja, toch wel goed dat er in het leger ook dominees zijn", of zelfs (wat ik indertijd wel gehoord heb toen ik de dienst in ging): "Jammer dat hij nu voor de kerk verloren is" ... !
Het gaat erom dat de kerk - ook 'onze' kerk - het als haar taak en roeping beschouwt om óók, ja juist dáár, onder de militairen te zijn: pastoraal, diakonaal, apostolair.
Ideëel gezien zouden geestelijke verzorgers wellicht zelfs door de kèrk betaald moeten worden in plaats van door de overheid. Er zou al heel wat gewonnen zijn, wanneer men in de kerk ons, krijgsmachtparsores, niet als 'tweederangs-predikanten' of zelfs als 'kerkelijk-
geflipten' bekeek, maar als door de kerk uitgezonden dienaren van de Heer Jezus, in en door wie U, de gelovigen, Christelijke diakonia (dienstbetoon) kunt uitoefenen onder mensen, die zulk moeilijk en ondankbaar werk verrichten om u te dienen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief