Overdenkingen bij het avondmaal (3)

1980-09-19
  • Jaargang 24
  • nummer 35
Davids "Watergate"
Veel bijbeluitleggers nemen aan dat David deze psalm gedicht heeft kort nadat de profeet Nathan hem heeft aangesproken over zijn ergerlijke zonde tegen Uria. Nathan heeft hem de ogen geopend voor de driedubbele zonde van overspel, roof en moord. Een zonde, begaan tegenover een zeer trouwe knecht nog wel.
Bij dit alles was Davids geest vol bedrog geweest. Toen bleek dat Bathseba een kind van hem verwachtte had hij alles in het werk gesteld om Uria te laten doorgaan voor de vader. Toen dat niet lukte stuurde hij zijn toegewijde dienaar met zijn eigen doodvonnis terug naar het front.
Het is een verhaal dat aan alle kanten stinkt als een beerput.
Maar David had er een deksel op gedaan. In de ogen van de mensen (wellicht met uitzondering van Bathseba en van generaal Joab) bleef hij de goede, rechtvaardige koning.
En in de ogen van God ... ? Nu, daar dacht David niet aan.
Hij hield zich groot. En zo was zijn geest vol bedrog. Hij bedroog de mensen en hij bedroog zich zelf.

Publiek démasqué
Maar God kan niemand bedriegen. Nathan komt en trekt met een ferme ruk het deksel van de beerput af. De stank .slaat David in het gezicht. En zijn troon en zijn koninklijke waardigheid kunnen hem niet meer overeind houden. Het is hem onmogelijk zich nog langer groot te houden. Hij doet ook geen enkele poging meer. Hij belijdt schuld "en zegt: Ik heb tegen de HEERE gezondigd.
En waarom zal David dan de mensen nog langer bedriegen, nu hij weet dat God hem doorziet? En in de troonzaal, de rechtzaal, voor de oren van alle aanwezigen geeft de hoogste rechter van Israël zijn eigen gruwelijke misdaden toe.
Bij wijze van spreken in een publieke zitting van de ministerraad met de Staten-Generaal en onder de meedogenloos felle lampen van t.v.-camera's bekent de koning zijn schuld.

Menselijk en Goddelijk oordeel
En wat moet je nu met zo'n koning met zo'n besmet verleden?
In ons land met zijn overontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel zouden we het wel weten. Aftreden natuurlijk!
Uit de politiek en nooit meer ergens in uniform verschijnen!
Of zoals David zelf vonnis velde over de dief van het ene ooilam uit Nathans verhaal: De man die dat gedaan heeft is een kind des doods. Zal David niet geoordeeld worden met het oordeel, waarmee hij zelf als rechter oordeelde?
Maar dan zegt Nathan: De HEERE heeft uw zonden vergeven, gij zult niet sterven, hoewel u door deze daad de vijanden van de.HEERE hebt doen lasteren. Is het een wonder dat David jubelt en juicht over het volkomen onverwachte, onbegrijpelijke en onverdiende wonder van de schuldvergeving?
Welzálig, wélzalig de mens wiens overtreding vergeven is! Ja, zo is nu de God die in het avondmaal tot ons komt.

Schuld belijden of verdringen
Achteraf vraagt David zich af hoe hij zo lang zijn zonde voor zich heeft kunnen houden. Hoe heeft hij die weg kunnen dringen uit zijn gedachten? Over het kwaad van de verdringing hoor je veel moderne psychologen ook spreken.
Ieder mens loopt gevaar het één en ander te verdringen, zeggen zij. Allerlei driften en begeerten en lusten die van binnenuit komen, maar door onze opvoeders het stempel 'zondig' kregen opgedrukt. Vele vormen van genot bv. of eens ongeremd kwaad worden - dat kan en dat mag allemaal
niet. En daarom dringen we het weg in ons onderbewustzijn.
Maar ja, daar wroet en woelt het toch maar door, zeggen de psychologen. En daarom zouden veel mensen innerlijk ongelukkig en onrustig zijn. Maar dat is niet gezond. Een mens moet zich meer uitleven. Laat hij maar lekker genieten als hij er zin in heeft, aldus de zielenkenners. Of laat hij maar heerlijk razen en tieren. Geef er maar aan toe.
Dat is gezond!Daar knap je juist van op.
Er is echter één ding dat juist door veel psychologen wordt verdrongen: Dat is het besef van schuld. Schuld is voor menigeen een vies woord. En aan de kerk wordt verweten dat zij met haar leer van de zondeval en de erfzonde en de totale verdorvenheid van de menselijke natuur haar leden een schuldkompleks heeft aangepraat. Zo staat de psychologie tegenover het evangelie.
Het is opvallend hoe de psalmdichter precies het tegendeel heeft ervaren. Hij heeft toegegeven aan zijn lusten, En van schuld wilde hij niet weten. Daar zweeg hij over. Maar dát juist vergalde zijn leven. Zijn geweten kwam in opstand, brandde als vuur in zijn binnenste. Al de tijd van zijn zwijgen was zijn leven één en al onrust, onvrede, benauwdheid en angst. Want zijn zonde was een feit. Wat gedaan is, is gedaan. Dat wast al het water van de zee niet weg. En het wordt ook niet minder naarmate er meer tijd over heen gaat. De zonde van vorig jaar mag minder lijken dan die van gisteren, maar dat is zelfbedrog.
David heeft ervaren dat zijn schuld van binnenuit bleef woelen en wroeten. Ik heb eens gelezen dat het een algemene ervaring van moordenaars en misdadigers is dat het in zekere zin een opluchting is wanneer hun misdaad aan 't licht komt. Verdringen en verzwijgen verziekt het leven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief