Wat verwacht de jeugd van de kerk?

1980-09-19
  • Jaargang 24
  • nummer 35
Omdat ik alleen praat over de jeugd en de kerk, ben ik daardoor al gedwongen om een beetje ongenuanceerd te zijn. Daarvoor bij voorbaat mijn excuses.
Ik praat vanuit de jeugd van 15 tot 25 jaar, en vooral vanuit de buitenkerkelijke- en randkerkelijke jeugd, waar ik vanuit m'n werk het meest mee te maken heb.
Ik denk, dat het goed is om in het kader van deze lezing uit te gaan van de zgn. ABC-formule. In deze formule hebben we dan een kapstok gevonden van waaruit er gepraat kan worden over wat jeugd in de kerk aanspreekt en ook wat daaraan volgens hen ontbreekt.

In de ABC-formule staan de letters voor:

A - Aktie
B - Bezinning
C- Contakt

Als we beginnen met de B van bezinning, dan moeten we konstateren, dat deze bezinning in onze kerken (maar ook in het algemeen in kerkelijk Nederland) vrij goed vertegenwoordigd is. We zijn bv. In de eredienst nogal verbaal gericht; er wordt veel gepraat in gespreksgroepen, diskussiegroepen, bijbelgesprekskringen, etc. Hoewel aan deze bezinning dus in het kerkelijk leven een brede plaats wordt gegeven, zijn er toch ook nog wel veel jonge mensen die in al dit verbaal geweld toch het direkt vanuit de bijbel praten missen. In allerlei diskussies wordt er vaak meer geredeneerd vanuit “zo hebben we het altijd gedaan” (traditie), dan dat een gesprek direkt wordt gekoppeld aan een bepaald Bijbelwoord.
Wat meer ontbreekt zijn de C van contakt, warmte, het tonen van emoties en de A van aktie. Het is goed te beseffen dat deze drie elementen van het kerk-zijn ook staan voor verschillende typen mensen. Blijft de kerk bv helemaal rondom B “hangen”, dan krijg je een verbaal gerichte gemeenschap, ook wel eens middenstands-kerk genoemd, waarbij de mensen die meer aktie-gevoelig zijn, niet zo gauw hun plaats zullen vinden in het kerkelijk leven.

Na deze korte inleiding dan nu mijn eerste punt:

1) Jongeren missen in de kerk een gebrek aan warmte.
Veel jongeren die bij Youth for Christ tot geloof komen, vaak vanuit een rand- of buitenkerkelijke situatie, verdwijnen naar de zgn. "vrije" groepen.
Hier is enorm veel aandacht voor betrokkenheid op elkaar, ontmoeting in kleinere groepjes, en wat ook heel belangrijk is, het ontmoeten van elkaar door de week. Zet hier maar eens de geluiden naast die ook in "onze" kring nog wel eens gehoord worden van mensen die zeggen, dat "gebeds- en bijbelkringen door de week van hen niet zo hoeven, omdat zondags het Woord toch bediend wordt en er in het midden van de gemeente genoeg plaats is voor het gebed". Als deze houding of dit klimaat wat algemener is dan de enkeling die zich op deze wijze opstelt, zullen de jongeren heel duidelijk gemotiveerd raken om naar de kleinere groepen te gaan waar wel een grote plaats ingeruimd wordt voor het gemeente-zijn door de week en waar, wat daarmee direkt verband houdt, ook heel duidelijk warmte is en waar men elkaar in vertrouwen kan nemen. Dus ik denk, dat deze warmte en ook deze kleinschaligheid volgens jongeren ontbreekt in de kerken en dat mede hierdoor ook vervreemding optreedt t.o.v.
de ouders. Doordat de kinderen alleen de in het kader van de dienst des Woords gehouden monologen kennen, waarnaar ze geduldig en konsumptief mogen luisteren, zijn er voor hen weinig momenten waarop ouders en kinderen samen leren om naar de waarheid te zoeken. En met name omdat in onze tijd van arbeidsspecialisatie en uitbesteding van werk het "doen onderwijzen" (doopformulier) veel meer aandacht krijgt dan het zelf onderwijzen, zijn er weinig mogelijkheden voor "vertikale" (de generatie "doorsnijdende") kontakten op het gebied van bijbelonderzoek, etc.
Juist in deze zaken zou een enorm stuk kontakt en geloofsbeleving doorgegeven kunnen worden. Deze kloof is te illustreren aan de hand van een in Amerika gepleegd onderzoek. Men vroeg zowel ouders als kinderen resp. "Kunt u goed praten met uw kinderen", "Kun je goed praten met je ouders"?
Van de ouders beweerde 80% goed met de kinderen te kunnen praten, terwijl slechts 20% van de jongeren zei goed met problemen bij de ouders terecht te kunnen.
Dus vanuit het oogpunt van kontakt zou het aanbeveling verdienen om niet alleen horizontaal (in leeftijdsgroepen) maar ook door de leef tijds kategorieën heen (in een gebedskring, een gezamenlijk je ergens voor in zetten - voor kerken of misschien bezig zijn voor Amnesty International -) in een kerkelijke gemeenschap met elkaar bezig te zijn.
Hiermee in verband staat het wegdrukken van dingen als ervaring, gevoel en geloofsbeleving. De wijze waarop met name de eredienst (maar dit geldt ook voor het hele gemeente-leven in al zijn aspekten) is ingericht, kan jongeren heel gemakkelijk afschrikken, omdat er zoveel verbaal geweld op hen losgelaten wordt en het geheel nogal verrationaliseerd is.
Emoties laten merken in een kerkdienst doe je niet. Iemand die "halleluja" roept, wordt minstens aangekeken met een blik van "voel je je wel gezond"!
En als we zingen, dat we ter ere van onze God onze handen voor Hem opheffen (psalm 134), dan zullen de meesten van de mensen (niet eens bewust) hun handen stijf over elkaar houden.

2) Veel jongeren hebben het gevoel, dat het leven van kerkmens en niet in overeenstemming is met de leer. Blijdschap van het geloof, overgave van het gehele leven aan de Heer (als moment van de bekering en als dagelijks proces) en het onder alle omstandigheden rekening houden met de wil van de Heer, zijn elementen die -vaak nog wel met de mond beleden worden, maar niet in de praktijk teruggevonden worden door de jongeren.
Verder zal men ook vinden, dat de ouderen veel te intern gericht zijn en te weinig zijn betrokken op wat er in de wereld aan de hand is (zie ook onder 3). Voor jongeren staan echtheid, openheid en authenticiteit hoog genoteerd.
Ze verlangen geen gepolijste dogma's, maar authentieke en existentiële beleving. Als het leven niet in overeenstemming blijkt te zijn met de leer, dan hebben ze het liefst, dat dit konflikt ook duidelijk uitgesproken wordt.
Er zijn dan twee wegen: Aan de ene kant zouden de ouderen kunnen toegeven, dat er inderdaad in hun leven een aantal dingen niet aanwezig zijn die er wel zouden moeten zijn (openheid dus voor korrektie, ook door jongeren); aan de andere kant zou ook de onzekerheid over een aantal centrale stellingen in de leer aan de jongeren doorgegeven kunnen worden, waardoor ze er begrip voor krijgen hoe in elke tijd opnieuw geprobeerd ..., wordt te verstaan wat God ons in Zijn Woord te zeggen heeft.
Daarmee staat in verband, dat in het kerkelijk leven het vermanen van elkaar nog nauwelijks voorkomt. Wie durft nog een medegemeentelid eens aan te spreken op bepaalde dingen die werkelijk niet in de haak zijn of waar in een open gesprek eens met elkaar over van gedachten zou moeten worden gewisseld? Ik denk, dat deze moeilijkheid om de vermaning in de praktijk toe te passen heel nauw gekoppeld is aan het liefhebben van elkaar. In 1 Thessanonicensen 1 worden de beide "rollen" door Paulus dan ook met elkaar verbonden. Paulus zegt aan de ene kant "Ik heb jullie als een moeder geknuffeld en gekoesterd" en aan de andere , kant (een paar verzen verder) "Ik heb jullie als een vader vermaand en onderwezen" .
Vermaning kan alleen ingebed zijn in het koesteren en het liefhebben van elkaar. Ontbreekt deze warmte, dan zal er snel een proces van individuaisering op gang komen, waarbij mensen alleen nog maar trekken op bepaalde klubjes, bestaande uit mensen "die ons nou eenmaal lekker liggen".

3) Hierboven heb ik al even iets genoemd van het evangelisatieaspekt.
Daar wil ik nu nog even op terugkomen, omdat dit iets is waar Youth for Christ zich speciaal op richt. Youth for Christ wordt welde onbetaalde rekening van de kerk genoemd.
De kerk kwam er niet aan toe om de jeugd buiten de kerk te bereiken met het evangelie en in die zin is dan Youth for Christ ook ontstaan.
Hoewel daar de meningen intern ook wat over verschillen, ben ik van mening, dat je boven de beweging zou mogen zetten "Ter overname aangeboden".
Als, de kerk deze "vergeten" taak weer op zich zou willen nemen, dan denk ik, dat dat een goede zaak zou zijn vanuit meerdere gezichtspunten. Ik noem hier alleen maar het feit, dat het gemeentelijk leven sterk kan veranderen door gericht te zijn op de mensen in onze omgeving die nog nooit, de kans hebben gehad om op een verantwoordelijke manier in aanraking te komen met het evangelie van Jezus Christus. "
Iemand heeft wel eens sterk dit aspekt benadrukt door te zeggen: "De kerk is het enige instituut, dat bestaat ten' behoeve van de mensen die er geen lid van zijn". Juist doordat veel gemeenten deze "missionaire" struktuur nog niet of nauwelijks in de praktijk hebben gebracht, is het voor Youth for Christ ook moeilijk om een brug te zijn naar de kerk. Vanuit de aktie-, bezinnings- en kontaktmogelijkheden die de buitenkerkelijke jongere heeft gevonden binnen Youth for Christ, is de stap (die een noodzakelijk onderdeel vormt van de funktie die Youth for Christ wil vervullen) naar de kerk vaak een heel erg moeilijke. Daarom zou het goed zijn als juist ook vanuit de kerk de hand wordt toegestoken aan deze jongere, en er allerlei mogelijkheden voor individuele begeleiding worden ontwikkeld.

4) Nog iets over de gerichtheid op Aktie.
Iemand heeft eens de vraag opgeworpen: "Waarom raakt de kerk de jongeren kwijt?" Daarop kwam dán als antwoord: "Omdat de kerk de jongeren niet inschakelt".
Ik denk, dat in deze laatste bewering veel waars zit. Een enkele keer mag een jongere eens een bepaald tekstgedeelte voorlezen, of in een feestelijke dienst mag hij een keer met de kollektezak langs de rijen, maar ik denk, dat dit bij jongeren overkomt als "zoethouderij" . Uiteraard is het niet gemakkelijk om jonge mensen op een zinvolle manier in het kerkelijk leven in te schakelen. Daar is denkwerk voor nodig en daar zal het één en ander ook uitgeprobeerd moeten worden. Maar doet men dat niet, dan zullen in de toekomst de mensen gaan ontbreken die leiding kunnen geven in het kerkelijk leven. Ik meen, dat daarvan nu ook al de eerste tekenen te zien zijn. Als men niet op jonge leeftijd al gewend is om ingeschakeld te worden en om zelfstandig plannen te maken en die ook uit te voeren, dan zal men op latere leeftijd ook een generatie van mensen krijgen die niet hebben geleerd om initiatieven te nemen. Men zit wel met een vaag idee van een bepaalde aktiviteit die in principe wel gewenst wordt, maar er is niemand die de verantwoording daarvoor op zich wil nemen en eventueel zijn nek ook hiervoor wil uitsteken.
Het is u misschien wel eens opgevallen dat, als een kerkgebouw opnieuw geschilderd moet worden en als er financiën moeten komen om dit mogelijk te maken, dat dan het hele gemeentelijk leven rondom deze aktiviteit een enorme opbloei kan beleven. Men gaat een bazar organiseren, er zijn mensen die hiervoor de spullen gaan ophalen, er is een schildersploeg, huisvrouwen zijn aan het werk om de hele kerk eens een goede beurt te geven; kortom: jong en oud zijn bij het geheel betrokken.
Ik denk, dat dit niet alleen geldt voor dingen als het schilderen van een kerkgebouw, maar dat dit heel in het algemeen geldt voor externe zaken.
We zijn vaak zo bezig met de eigen kleine dingetjes, dat we daarmee eigenlijk ons doel voorbij schieten. U kent misschien allemaal wel dat grappige voorbeeld van die bisschoppen die met z'n allen tijdens een groot concilie bezig waren over allerlei theologische zaken, terwijl de mohammedanen voor de muren stonden. Het centrale thema van dat concilie was: "Als er een vlieg in het wijwater valt, is dan het wijwater ontheiligd of is de vlieg daarmee geheiligd".
Ik denk, dat daar iets inzit wat u hopelijk herkent. Een ander voorbeeld, dat ook in deze richting ligt, is dat er b.v. in gemeenteraden urenlang gepraat kan worden over hoe de nieuwe fietsenstalling eruit moet zien, maar dat de zaken van enige miljoenen als hamerstuk de vergadering passeren, omdat niemand zin heeft om zich daarover druk te maken.
Ik denk, dat de gemeente de uitspraak van Jezus "Geef en u zal gegeven worden" ook zou moeten betrekken op het gehele kerkelijk leven. Laten we dan maar gericht zijn op de mensen die "buiten" zijn en dan zullen jong en oud aan elkaar gesmeed worden om onze opdrachten wat dat betreft ook serieus te nemen.

Als heel konkrete, maar niet altijd tot het einde toe doordachte suggesties voor Opbouw, zou ik het volgende willen voorstellen:

a) Zou er niet een artikelenserie kunnen komen, waarin modellen van gemeentelijk leven naar voren zouden kunnen komen. Misschien zouden modellen als "de kleine kerk", "de missionaire gemeente", etc., eens besproken kunnen worden.
Vooral zou ook aandacht besteed kunnen worden aan de vraag hoe bepaalde leeftijdskategorieën tegen dergelijke voorstellen aankijken.

b) Zou er niet een rubriek in Opbouw kunnen komen waarin een uitwisseling op gang kan worden gebracht betreffende projekten die in de verschillende gemeenten zijn uitgeprobeerd. Ik kan me voorstellen, dat een bepaalde gemeente zich inzet om een S.O.S.-centrale op te zetten. Hierover zou dan .een verslag in Opbouw gezet kunnen worden met vragen als: "Hoe liep het", "Welke mensen heb je nodig", "Wat is de hoedanigheid van deze mensen (huisvrouwen, akademici)" , etc.?
Ook heeft men misschien in andere gemeenten weer ervaring met gastgezinnen en zijn er kontakten met opvangcentra. Andere woonplaatsen hebben weer een projekt lopen om te proberen een groot aantal studenten in één huis onder te brengen, onder begeleiding van een verantwoordelijk echtpaar. Ik denk, dat door het uitwisselen van deze en andere projekten, enorm veel mensen kunnen profiteren van de deskundigheid die elders wordt opgedaan.

c) Misschien zou er ook wat aandacht moeten komen voor het getuigezijn in deze wereld. Vragen over in hoeverre het getuige-zijn een luxe is kunnen m.i. best wel weer eens aan de orde worden gesteld. In hoeverre is het mogelijk, dat het evangelisatiewerk alleen aan een bepaalde kommissie wordt gedelegeerd en dat de andere gemeenteleden alleen d.m.v. een bijdrage hieraan verbonden zijn?
Kun je dit aspekt van het christen-zijn wel uitbesteden? In hoeverre mag je ervan uitgaan, dat je dit niet moet organiseren, maar dat dat spontaan in de praktijk in de persoonlijke kon akten met mensen toch wel z'n plaats zal vinden?, etc.

d) Misschien is een laatste mogelijkheid, dat er iemand vrijgesteld wordt die speciaal de gemeenten gaat dienen om kerkelijk opbouwwerk aan te slingeren of te bevorderen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief