Ingezonden

1980-09-19
  • Jaargang 24
  • nummer 35
1. In "Opbouw van 29-8-1980 schrijft ds H, de Jong m.i. waardevolle opmerkingen over Jeruzalem, zoals:

- het volk Israël is meer dan zijn staat;
- de staat Israël verdient echter geen voorrang in de rij der volken;
- de annexatie van oost-Jeruzalem geeft te denken;
- psalm 122 is niet meer van toepassing op de huidige stad, enz.

Bovendien maakt ds De Jong vermoedelijk terecht kritische kanttekeningen overtypische Barthiaanse redeneringen.
Of de Evangelische Omroep echter wel gelijkgesteld mag worden met één van zijn uitzendingen (het advies om nu over psalm 122 te preken) waag ik te betwijfelen. Het weekblad "Opbouw" wordt toch ook niet opgehangen aan elke uitlating van ds De Jong? Dat er tendenzen bij sommigen uit E.O,-kringen voorkomen, over Israël, die wat eenzijdig zijn, ben ik echter wel met ds De Jong eens.

2. In deze reactie gaat het mij evenwel niet om Jeruzalem of om de E.O., maar om de opvattingen van ds De Jong over christelijke politiek, In het genoemde artikel verdedigt hij een aantal stellingen, die, voorzover mij bekend, geen gemeengoed zijn in onze kringen. Weliswaar schrijft hij, dat bescheidenheid en ingetogenheid sleutelwoorden zijn voor de christelijke politiek en dat een christen, die het politieke veld betreedt de grootste terughoudendheid dient te betrachten; tegen die uitspraken heb ik geen bezwaren. Maar dan moet ds De Jong toch niet met grote stelligheid uitgangspunten voor de politiek lanceren, die m.i. onder ons geen instemming verdienen; ik hoop dat vragenderwijs te kunnen verduidelijken.

3. 1. Mag een christen Gods Rijk niet bevorderen met politieke middelen of is hij (als politicus) juist geroepen om zulks te doen?
2. Dient een christen-politicus uit te gaan van de totale Bijbel (Gods Woord) of dient hij zich hoofdzakelijk te beperken tot de algemene zedenwet?
3. Waarom vereenzelvigt ds De Jong politiek met macht?
4. Waarom beperkt hij de grondslag voor openbaarbestuur bijna geheel tot waarden, die buiten het geloof om door medeburgers beaamd (kunnen) worden"?

4, Het komt mij voor, dat vrijwel alle christelijke politieke partijen in hun statuten over deze problemen helderheid hebben geboden, Niet alleen de SGP, het GPV en de RPF, maar ook de AR en de CHU.

5. Ik zal het zeer op prijs stellen als ds De Jong (of eventueel redakteur mr. dr. J. Meulink) de vier bovengenoemde vragen wil bespreken. Het antwoord op deze problemen bestrijkt mijns inziens zelfs meer dan alleen het terrein van de christelijke politiek. Maar in elk geval dienen we met elkaar verder te komen over wat we bedoelen met christelijke politiek.

A. Kadijk, Dronten

De redaktie heeft deze vragen genoteerd en hoopt daar later bij monde van één of meer op terug te komen,

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief