Nabespreking op het kernwapenvraagstuk (2-slot)
1980-09-26
Hier volgt een tweede brief die door Prof. Schuurman wordt beantwoord.- Jaargang 24
- nummer 36
Maassluis, 1 mei 1980
Geachte Redactie,
Naar aanleiding van de artikelen over het kernwapenvraagstuk wil ik U gaarne enkele vragen voorleggen:
Christenatoompacifisten achten het een gebrek aan godsvertrouwen als men van mening is, dat atoomwapens nu zij er eenmaal zijn ook in Nederland geplaatst moeten worden en indien nodig gebruikt,
Toen enkele jaren geleden oud gereformeerde christenen weigerden hun kinderen tegen polio te laten vaccineren, met een beroep op hun geweten en godsvertrouwen, dat hun kinderen voor deze ernstige ziekte bewaard zouden blijven, was heel Nederland, ook Christelijk Nederland, diep verontwaardigd. Is er enig verschil tussen het godsvertrouwen van beide groepen? Zo neen, moet dan ook het atoompacifisme als dwaling afgewezen worden en hoe dit bijbels te motiveren? (1)
De geschiedenis van Laïs en de Danieten uit Richt. 18 is dat een bijbels voorbeeld van de gevolgen van eenzijdige nationale ontwapening? (2)
Atoompacifisten willen uit het Navo-bondgenootschap treden; heeft Ezechiël 17 ons hierover wat te zeggen? (3)
Prof. Schuurman wees op de hedendaagse technische ontwikkelingen met de grote risico’s, maar is dit niet alle eeuwen zo geweest. De zeevaart heeft ontelbaren het leven gekost. Idem de spoorwegen, de mijnbouw, de vliegerij. Wat een ellende hebben deze ontwikkelingen niet over hun pioniers gebracht, voordat zij de mensheid vooruitgang brachten. Is het afwijzen van kernenergie en kernwapens door oproerige acties niet veel eerder een bewijs voor de ondergang van onze beschaving dan het aanschaffen van deze wapens en verliest Nederland niet door deze acties zijn plaats in de vaart der volken. Vooral door onze grote overbevolking. (5)
Worden de gevolgen van de overwinning en de bezetting door een vijandige macht niet te veel verdoezeld? Ik denk hierbij aan gedwongen dienstneming in een vijandig leger, deportaties en vervolging van bepaalde bevolkingsgroepen. (3)
Is het juist om steeds over onze grote welvaart te spreken? Tot voor de 2e wereldoorlog was het toch zo, dat de grote massa nauwelijks de eindjes aan elkaar wist te knopen. Hiertegenover stond een groep die alles konden krijgen wat ze begeerden. Na de 2e wereldoorlog is er voor de minder bedeelden wat verademing gekomen. En nu spreekt men van welvaartsmaterialisme. En bovendien is dit nu weer aan het verdwijnen. Men zou dus kunnen concluderen: de economie is pas veilig als de massa in armoede zit. (6)
J. Vonk, Maassluis
Het is natuurlijk erg moeilijk om te reageren op een brief met vragen, die niet alleen aan mij zijn gesteld. Toch ga ik daar gemakshalve maar van uit. Mijn reactie geef ik in de vorm van opmerkingen, waarvan de nummering overeenkomt met de cijfers die ik in het stuk van br. Vonk heb aangebracht.
1. Allereerst zou ik bezwaar willen maken tegen het gebruik van het woord "atoompacifisme". Hoewel ik ernstige bezwaren heb tegen de bestaande ontwikkeling van kernwapens en hun mogelijk gebruik, betekent dat voor mij nog niet op grond daarvan atoompacifist te willen zijn of zo te willen worden genoemd. Er zijn namelijk eveneens conventionele wapens, bijvoorbeeld het gaswapen, die af te wijzen zijn, terwijl er mogelijk ruimte is voor efficiënte en trefzekere kernwapens. Het punt in geding voor mij is, dat de te gebruiken wapens moeten voldoen aan de norm voor de zwaardrnacht van de overheid. Die norm houdt in dat met wapens kwaad bestreden wordt en de publieke gerechtigheid bevorderd wordt. Met andere woorden, de oorlog moet met wapens te winnen zijn. Met de huidige moderne kernwapens en het daaraan verbonden kernwapensysteem is de kans te groot dat er alleèn maar verliezers zullen zijn.
De winnaar van een kernoorlog, moet de overwinning met de dood bekopen, terwijl er bovendien veel schade wordt toegebracht aan de aarde als schepping van God.
Van pacifisme zou alleen te spreken zijn, wanneer ik mij tegen élke zwaardmacht van de overheid zou verzetten. Het is eerder zo dat ik bij toenemende dreiging zou willen pleiten voor versterking en uitbreiding van een genormeerde zwaardmacht. Dat is een zwaardmacht die niet centralistisch is, niet eenzijdig gericht op kernwapens, maar een gevarieerde en daarom zeer mobiele zwaardmacht. Dus ik zou ook hier alle nadruk willen leggen op de verantwoordelijkheid van de overheid. Verantwoordelijkheid is ten diepste leven overeenkomstig de normen en geboden die God heeft gegeven. Aan die normen en geboden gehoorzaam zijn, dus verantwoordelijkheid willen aanvaarden, sluit het godsvertrouwen juist in en niet uit. Het afwijzen van een niet te verantwoorden zwaardmacht mag dus niet eenzijdig met godsvertrouwen worden verbonden. Een verantwoorde zwaardmacht accepteren, als ook het afwijzen van een onverantwoorde zwaardmacht impliceert beide godsvertrouwen. Het probleem tussen christenen is meer dan eens dat men het niet eens is over de te dragen en uit te werken verantwoordelijkheid. Wij zullen, denk ik, over het algemeen het wel eens zijn met elkaar da poliovaccinatie verantwoord is, omdat we daarmee ziekten kunnen voorkomen en levens kunnen redden. Verantwoord denken over kernwapens betekent ook de strijd aanbinden tegen de alles verwoestende werking van de meeste kernwapens.
Als er overeenstemming is, dan juist op dit punt!
2. In de discussie in. Opbouw is op geen enkele manier gepleit voor een eenzijdige nationale ontwapening.
De overheid als dienaresse van God behoort de zwaardmacht te dragen. De vragen gaan over de grenzen aan die zwaardrnacht. Bijvoorbeeld: moet de destructieve kracht van die zwaardrnacht altijd groter zijn dan die van de vijand?
Zolang dat valt binnen de normativiteit van de zwaardrnacht: ja.
Indien ook buiten die grenzen het antwoord ja zou luiden, is de consequentie daarvan momenteel het aanvaarden van de opgeschroefde en dolgedraaide bewapeningsspiraal, die bij het uitbreken van een oorlog of door ongelukken geen menselijk leven mogelijk laat. Dat is de uiteindelijke consequentie van hen die geen enkele norm voor de zwaardrnacht willen accepteren.
3. Ten aanzien van de suggestie om uit de Navo te treden, zou ik willen opmerken, dat dit een te goedkoop antwoord is. De Navo doet meer dan zich bezig houden met de ontwikkeling van kernwapens.
Voor zover de Navo een genormeerde zwaardmacht ontwikkelt verdient zij steun, voor zover zij een ongenormeerde ontwikkeling toelaat of bevordert, verdient zij kritiek. Voordat die kritiek tot verbreking van de band met de Navo leidt, moet er heel wat meer gebeuren.
Over het algemeen moeten we er voor oppassen niet te gemakkelijke antwoorden te willen geven, daarvoor is de internationale politieke situatie te weerbarstig.
Tot goedkope antwoorden reken ik het pacifisme, als ook de acceptatie van een ongelimiteerde kernbewapening.
Beide "oplossingen" komen ons duur te staan. Een genormeerde zwaardrnacht is en blijft de best mogelijke garantie tegen de gevolgen van een mogelijke overwinning van de vijand.
4. De ontwikkeling van de techniek heeft inderdaad altijd al slachtoffers geëist. De moderne techniek doet dat niet minder.
Toch hebben we in de moderne techniek ook met iets nieuws te maken, dat vroeger niet aanwezig was in de oude techniek. De nieuwe techniek - bijvoorbeeld kernenergietechniek - is niet meer overzichtelijk.
De nadelen er van denk aan radio-aktief afval - zullen de mensheid nog vele eeuwen kunnen kwellen. We staan tegenover die techniek in zekere zin zonder ervaring. Aan de ene kant 'moet je zeggen, dat de verantwoordelijkheid in die techniek groter is dan vroeger, maar aan de andere kant moet ook worden ingezien dat die grotere verantwoordelijkheid moeilijke te realiseren valt. Vooral is dat het geval door de geestelijke ontbinding van de kultuur, waardoor er geen eenheid meer is in '(vervolg op pag. 284 - onderaan) visie op de mens, zijn taak, de geschiedenis, enz.
5. Als br. Vonk zegt dat oproerige acties tegen kernenergie en kernwapens tekenen zijn van de ondergang van de kultuur, zou ik liever zeggen, dat de nihilistische ontwikkeling van de kultuur - een groeiende wetteloosheid overeenkomstig de bijbelse profetie -, een innerlijke verscheurdheid met zich meebrengt, die duidelijk maakt dat we op de verkeerde weg zijn.
Als christenen kiezen we dan ook niet voor oproerige acties, maar proberen wij onze kritiek om te zetten in een constructieve bijdrage.
Een bijdrage, die alleen ontleend kan worden aan de opdracht die God geeft en die vervuld moet worden langs de weg van gehoorzaamheid aan normen, de weg van de gerechtigheid van het Koninkrijk van God.
6. Uit het afwijzen van het welvaartsmaterialisme mag op geen enkele manier worden geconcludeerd dat het vroeger in materieel opzicht goèd ging. Neen, met het welvaartsmaterialisme wordt bedoeld dat de mens zijn eigen bestaan met materiële goederen wil zeker stellen.
Materiële welvaart wordt dan tot een afgod, of een hoogste doel in het leven, dat wordt nagejaagd ten koste van alles, bijvoorbeeld ten koste van de verwoesting van het milieu, van de ontmenselijking van de moderne arbeid, ten koste ook van de onderontwikkelde landen, enz. Welvaart kan als vrucht van een verantwoorde kultuurontwikkeling ook een zegen zijn en als zodanig een mogelijkheid om van te genieten en om dienstbaar gemaakt te worden aan de zin van ons leven.
In het welvaartsmaterialisme gaat het om de welvaart zelf, dan verkeert de zegen in vloek en krijgt de welvaart een zinloze trek, waarvan men uiteindelijk genoeg krijgt.
In straatterreur, criminaliteit, verloedering van het leven, enz. keert men er zich dan van af, om in die afkeer opnieuw met zinloosheid geconfronteerd te worden.
Tenslotte, het zou een geweldige winst zijn wanneer door de gevoerde discussie het inzicht doorbrak dat het probleem van de kernwapens niet geïsoleerd mag worden beschouwd; het is een probleem temidden van andere kultuurproblemen.
Daarbij hebben wij die problemen te beoordelen in het licht van de bijbelse profetie. Dat bijbelse licht maakt steeds duidelijker hoezeer onze kultuur een goddeloze kultuur aan het worden is en hoezeer dat tot grote problemen leidt.