De bijenkorf van het C.D.A. (1)
1980-09-26
Polarisatie- Jaargang 24
- nummer 36
In het Centraal Weekblad van 6 augustus wees prof. Runia op het verschijnsel van polarisatie, het toespitsen en accentueren van tegenstellingen in een groep. In dat verband wijst hij, helaas terecht, op het C.D.A., waar de tegenstellingen binnen de fraktie en binnen de partij als geheel scherper worden en men elkaar steeds minder begrijpt.
"Binnen de fraktie stellen de dissidenten zich geheel anders op dan de andere leden. Zij stemden in november vorig jaar voor de uitvoering van de motie-Ter Beek, terwijl anderen tegenstemden. Sterker nog, sommigen stemden zelfs voor de motie-Den Uyl, die een afkeuring van het kabinetsbeleid inhield en bij aanneming de val van het kabinet ten gevolge zou hebben.
De partij is niet altijd gelukkig met het optreden van de dissidenten.
Bij de opstelling van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer hebben heel wat kiesverenigingen duidelijk hun misnoegen kenbaar gemaakt. Deze gang van zaken betekent een duidelijke polarisatie binnen het C.D.A De standpunten worden scherper en verharden zich aan weerskanten."
Het komt me voor, dat deze konstatering van prof. Runia juist is, al moet daar helaas wel aan toegevoegd worden, dat de polarisatie zich het ergst openbaarde binnen de A.R.P.
De kandidaatstelling
Symptomatisch voor de verhoudingen in de AR.P. is de wijze waarop de kandidaatstelling voor de Tweede Kamer is verlopen.
Een groslijst, waarvan de verkiesbare plaatsen in overwegende mate bezet waren door zogenaamde dissidenten. Een dergelijke situatie werkt irriterend en leidt tot polarisatie.
Zonder dat er van een georganiseerde aktie sprake was, hebben de kiesverenigingen daarop nog al wat verschuivingen aangebracht.
Het is duidelijk, dat vele kiesverenigingen over de gang van zaken verstoord waren.
Wanneer velen hieruit concluderen, dat de A.R.-achterban niet erg ingenomen blijkt met de opstelling van de dissidenten, presteert het Kamerlid mr. De Kwaadsteniet het om in Ned. Gedachten te schrijven, dat men de plank toch enigszins mis slaat. Vrijwel alle dissidenten zijn op kansbiedende plaatsen blijven staan. Het is aan De Kwaadsteniet toch ook wel bekend, dat' de kiesverenigingen niet meer mogelijkheden hadden wegens het feit, dat aan de top vrijwel uitsluitend dissidenten geplaatst waren?
Er is heel wat voor nodig om kiesverenigingen tot dergelijke verschuivingen te brengen. Ik herinner me, dat na de overdracht van Nw. Guinea aan Indonesië door de kiesverenigingen ook wijzigingen werden aangebracht. Men was toen erg verontwaardigd over de manier waarop Nederland Nw. Guinea had prijsgegeven. Als tegenstemmer onderging ik het lot erg laag geplaatst te worden. De kiesverenigingen beslisten echter anders. De hoog geplaatste dr Bruins Slot duikelde vele plaatsen naar beneden.
Ben van Kaam schreef dan ook in "Bruins Slot. . . en ik was gelukkig": "Maar zijn houding in de Nieuw-Guinea-Crisis heeft Bruins Slot wel zijn politieke kop gekost."
"Met het vertrouwen van het A.R.-volk was het na de Nieuw-Guineacrisis snel gebeurd, zo bleek uit de lage plaats op de kandidatenlijst, die hij van de kiesverenigingen kreeg."
Ben van Kaam spreekt in dat verband over de "wraak van de kiesverenigingen".
Geheel ten onrechte.
Zowel bij de Nieuw-Guinea-crisis als nu hebben de kiesverenigingen een volkomen geoorloofd gebruik van hun bevoegdheden gemaakt.
Dr Bruins Slot trok dan ook de enig juiste conclusie. Hij trok zich terug. Zijn schoonzoon Scholten schijnt deze wijsheid echter niet te bezitten, maar blijkt te speculeren op voorkeurstemmen.
Niet bij brood alleen
Een ander symptoom van het toespitsen der tegenstellingen is de oprichting van de werkgroep "Niet bij brood alleen". Een groep, die zich zeer kritisch opstelt tegenover het kabinet-Van Agt en van de minister-
president zelf helemaal niets moet hebben.
Volgens voorzitter v. Westrate vervult deze werkgroep zowel de functie van bezinnings- als pressiegroep.
N.B.B.A. is de horzel in het C.D.A.
Dat voorspelt niet veel goeds. Horzels zijn zeer kwaadaardige vliegen.
In het geschrift "Daar gaat het om", heeft de werkgroep getracht de gedachten over de gewenste koers van het C.D.A. uiteen te zetten.
Sommige artikelen in dat geschrift laten zien, dat er meer aan de hand is dan een mindere waardering van het kabinet-Van Agt of zelfs een verschil in beoordeling van kernbewapening of uiteenlopende economische opvattingen.
In het artikel "Adam, waar is uw Eva? Eva, waar is uw Adam?" laten de schrijvers duidelijk hun sympathie voor de moderne theologie zien.
Men voelt zich verwant met de theologieën die de bevrijding van de mensen benadrukken.
"Wanneer vrouwen zich vandaag willen laten aanspreken door het Evangelie zullen zij het eerst moeten "vertalen", eenvoudigweg omdat zij er niet (meer) in voorkomen.".
De feministische theologie wordt erin verdedigd.
Ook het Nieuwe Testament, zo wordt opgemerkt, kent discriminerende passages over de vrouw.
Aantjes geeft in een artikel weer zijn opvatting over Matth. 25 ten beste, die bedenkelijk dicht bij de theologie van de goede daad zit.
Overigens bevat het geschrift "Daar gaat het om" gelukkig ook verschillende artikelen, die zeer de moeite waard zijn en ter dege geschikt om ons tot zelfonderzoek te brengen.
Comitè A.R. Christen Democraten 1980
Als een soort tegenhanger van N.B.B A is voor enkele maanden verschenen het Comité A.R. Christen Democraten 1980.
Prof. Runia is van oordeel dat de brochure van deze groep sterk polariserend is. De "anderen" met wie men het niet eens was, werden duidelijk in een bepaalde hoek gedrongen en in feite afgeschreven."
Dit Comité drukt zich inderdaad nog al scherp uit, maar het is bepaald niet de bedoeling de "anderen" af te schrijven. Er wordt in de brief aan de leden van de A.R. Partijraad dan ook de hoop uitgesproken, dat door deze brief een discussie op gang gebracht zal worden. Dit Comité heeft nl. de indruk gekregen, dat de "anderen" hen afgeschreven hadden.
De kans op een gedachtenwisseling lijkt echter niet groot. Partijvoorzitter De Boer neemt in een kribbig artikel in Ned. Gedachen niet eens de moeite serieus op de bezwaren in te gaan. Terwijl hij zich tegenover de werkgroep "Niet bij brood alleen" altijd vriendelijk en ook positief opstelt, blijkt hij met dit Comité zelfs geen gesprek te kunnen voeren.
De A.R-partijvoorzitter blijkt nog steeds niet te beseffen, dat het vertrouwen van velen in de leidinug van de partij diep geschokt is...Zelfs het bedanken van tienduizenden leden voor de A.RP. heeft hem blijkbaar niets gezegd.
Hetzelfde geldt voor de vaststelling van de lijst van Kamerkandidaten.
Misverstanden
In een gepolariseerde groep ontstaan gemakkelijk misverstanden, omdat men elkaar steeds minder begrijpt.
Een voorbeeld daarvan is te vinden in de kritiek van het Friesch Dagblad op het Com. Chr. Dem. 1980.
Deze anders nog al nuchtere krant meent, dat de A.R Chr. Dem. 1980 na de fusie op 11 okt. in de richting wil gaan van een federatie tussen C.D.A. en V.V.D.
Men grond dit op het feit, dat het Comité bepleit, dat het huidig kabinet inzet van de verkiezingen wordt en dat er voor de verkiezingen door het C.D.A. een stembusakkoord met de V.V.D. gesloten wordt.
De brief van het Comité 'spreekt zich daarover helemaal niet uit!
Deze brief gaat over het optreden van het Partijbestuur.
Wel wordt hierover gesproken in een artikel van de heer Gosker, dat als bijlage is toegevoegd. Echter onder uitdrukkelijke voorwaarde, dat de schrijver voor dit stuk verantwoordelijk is. Het Comité acht dit artikel wel geschikt als discussiestuk.
Maar ook de heer Gosker drukt zich wat genuanceerder uit, dan het Friesch Dagblad meldt. Hij schrijft er geen bezwaar tegen te hebben, als het kabinet-Van Agt inzet van de verkiezingen zou zijn. Daarover zou zich dan echter ook de V.V.D. moeten uitspreken.
Men kan daar toch moeilijk uit konkluderen, dat men naar een federatie met de V.V.D. wil. Gosker zelf schrijft ten overvloede nog, dat dit zeker niet betekent, dat eens en voor altijd voor de V.V.D. als coalitiepartner gekozen wordt.
Even dwaas is de conclusie, dat het Comité een lans zou brekenvoor een tweedeling in de politiek, enerzijds C.D.A. en V.V.D. en anderzijds de linkse partijen.
Voor een tweedeling in de politiek zijn velen, en terecht, bevreesd.
Van Houwelingen wees daarop in een interview met H.P. van 1-5-'80.
De positie van het C.D.A., zo merkte hij op, wordt beïnvloed door de mogelijkheid van een progressief meerderheidskabinet van P.v.d.A.
en D.66. Dan krijg je een soort natuurlijke tegenhanger nl. een rechts blok van C.D.A. en V.V.D. Ik vind het onaanvaardbaar, dat het C.D.A. hier in een soort rechts bondgenootschap zou belanden. Een tweedeling van de nederlandse politiek is ongeveer het ergste wat het land kan overkomen, zo denken zij, die zichzelf de progressief denkenden van het C.D.A. vinden.
Met Van Houwelingen zou ik een tweedeling van de nederlandse politiek een ramp vinden. Maar het is ook helemaal niet de bedoeling van de A.R Chr. Dem. 1980. Het valt ook in het artikel van Gosker niet te lezen.
Juist bij de A.R Chr. Dem. 1980 is de vrees aanwezig, dat de "anderen" aansturen op een tweedeling, waarbij C.D.A. en P.v.d.A. en D.66 het linker blok moeten vormen.
De dissidenten hebben door hun houding in elk geval de indruk gegeven, dat zij tot elke prijs met de socialisten willen samenwerken.
Zelfs een volstrekt onredelijke houding van de P.v.d.A. bij de kabinetsformatie heeft hen van deze voorkeur niet kunnen afbrengen.
Een christelijke partij behoort zich vrij op te stellen zowel tegenover liberalen als socialisten.
(wordt vervolgd)