Toespraak van ds W. G. Rietkerk op de "Opbouw" -vergadering 1980

1980-10-03
  • Jaargang 24
  • nummer 37
Ik wil beginnen met een anekdote: iemand vroeg eens aan een beroemde kunstschilder, of deze hem z'n geheim kon verklaren. "Hoe doe je dat nu, schilderen en dan zo mooi als jij doet", vroeg hij, en toen antwoordde die kunstschilder: "dat is heel eenvoudig. Je neemt een wit blad papier voor je, je gaat er op zitten kijken, en als je dan bijvoorbeeld een hond zou willen schilderen, dan kijk je op dat papier, en je kijkt en kijkt, tot je een hond ziet op het papier en dan hoef je die alleen nog maar over te trekken, en daar staat'ie".
Zo eenvoudig is kunstschilderen, en zo eenvoudig is het voor mij ook om vanmiddag hier voor U te zitten. Toen ik vanmorgen mijn vrouw vroeg, wat moet ik nu eigenlijk straks op de Opbouwvergadering gaan zeggen, vertelde ze me dit verhaal.
Het is dus heel eenvoudig: zie je er iets in?
Eigenlijk staat of valt alles met die vraag: wat zie je er eigenlijk in, in Opbouw? Een wekelijks vriendelijk gedrukte tien vellen papier voor zo'n drieduizend - meest oudere - lezers uit een heel speciale kerkelijke groepering, wat zie je rin?
Mijn opdracht is: vanmiddag eerst te vertellen wat de redactie erin ziet, en daarna wat ik erin zie, en dit alles in aansluiting aan de drie referaten, die wij vanmorgen hoorden (en die ulezers van Opbouw - in de vorige nummers hebt aangetroffen).

A. Wat ziet de redactie in Opbouw?

De redactie ziet Opbouw als een eigenaardig blad. Maar dan wel met de nadruk op beide delen van het woord, een eigen-aardig blad.

1. Eerst dat eerste. De redactie ziet het als een eigen-aardig blad, dat wil zeggen het blad moet er in allereerste plaats zijn voor onszelf, een eigen blad. Het moet een duidelijk platform zijn voor de meningen die er in de Nederlands Gereformeerde kerken leven.
Opbouw wil niet één richting vertegenwoordigen, zich de mond maken van één bepaalde groep binnen de kerken met uitsluiting van anderen.
Nee ze wil de meningen in de kerken, en de gedachtenwisseling daartussen stimuleren en daarmee het gereformeerde leven in deze kerken bouwen. Zo wordt er bijvoorbeeld over het probleem van de kinderen aan het avondmaal geschreven door ds De Jong maar evenzeer door ds Cornelisse en U weet dat bijvoorbeeld het probleem van de kernbewapening belicht is door zowel Goudzwaard, als Schuurman, als De Jong. Over de Evangelische Alliantie is door mij geschreven, maar ook door ds Amelink, over het schriftgezag kunt U een artikel aantreffen door ds De Jong en ook van ds Van der Kwast. Dat wil de redactie heel doelbewust zo houden. Dat is het eigene van Opbouw. Het blad moet eigen blijven.
Iedereen moet er aan het. woord kunnen komen; in principe is iedere scribent met iedere visie, die leeft in onze kerken, welkom. Het moet zo'n beetje familie Doorsnee blijven.

2. De redactie ziet Opbouw echter ook als een eigen-aardig blad.
Daarom zeg ik u in de tweede plaats ook iets over het aardige van Opbouw.
Het aardige van Opbouw is dat het dit platformkarakter van het blad wil combineren met een soort voortrekkersfunctie, ondanks het eerste, het eigene, het platformkarakter. De redactie wil niet kleurloos peddelen in de kerkelijke wateren, ieder vis opvissend, die ons maar aan de hengel komt. Nee we willen een speciaal soort vis. We vangen liever een speciaal soort dan een ander soort, we hebben smaak, we hebben speciale voorkeur en voor ons is heus niet alles gelijk.
Wat onze voorkeur is; is in de vorige persvergaderingen van Opbouw door ds De Jong duidelijk naar voren gebracht, is het stimuleren van een kerkelijk leven dat zich laat inschakelen bij de voortgang van het Koninkrijk van God in deze wereld en dat zich daarbij beweegt tussen dode orthodoxie aan de éne kant en doorslaande vrijzinnigheid aan de andere kant.
Ze wil onze kerken stimuleren een positie in te nemen tussen enerzijds traditionalisme en anderzijds een zich van de bijbel los makend, modieus experimenteren. Tussen fundamentalisme enerzijds en bijbelkritiek anderzijds. Tussen de gevestigde kerken rechtsen bijvoorbeeld de basisgemeenten links. Dat is wandelen op de scherpte van het zwaard, je glijdt dan ook wel eens een keer uit, de éne keer naar de éne, de andere keer naar de andere kant. Nu, dat is nu het aardige van Opbouw. Het eigene van Opbouwen het aardige van Opbouw staan tegenover elkaar op gespannen voet, want het veroorzaakt een redactiebeleid waarin we fair het eerste recht willen doen en iedere mening in Opbouw toelaten, maar anderzijds maakt het ook weleens dat we op grond van het aardige van Opbouw een stuk weigeren, dat dit aardige van Opbouw zou wegnemen. Zo blijft Opbouw een eigenaardig blad. Daarmee heb ik de eerste opdracht vervuld u te vertellen, wat het red actiebeleid is.

B. Nu het tweede, dat is de vraag van het bestuur aan mijn adres na de morgenvergadering:

"Hoe denk jij nu dat Opbouw zou kunnen inspelen op de drie terreinen waarover we vanmorgen verhalen hebben aangehoord?".

Tussen Opbouwen de drie aspecten van Christelijk werk, zoals we dat vanmorgen de revue lieten passeren, staat de gemeente, staan de kerken. Hoe Opbouw wil functioneren hangt af van de visie die je op de gemeente hebt, want . Opbouw wil de gemeente dienen. Een blad tot opbouw van het kerkelijk leven. Eerst moet je dus zeggen hoe die kerken moeten zijn en dan kan je zeggen hoe Opbouw daarop in moet spelen.
Ab Berger zegt: B(ezinning) zit wel goed, maar A(ktie) en C(ontact) moeten er beter uitkomen.
C en A moeten voordeliger. Smelik zegt: De kerk moet de voedingsbodem blijven voor de groep waaronder hij werkt. Dat kan alleen als het hartebloed stroomt naar de handen en naar de voeten en als het dat niet doet dan gaan we öf verkalken öf binnenvetten. Bakker zegt: De gemeente moet een bril opzetten, dat ze scherp de noden opmerkt, ze moet haar hart openzetten, meeleven en ze moet haar handen klaarhouden tot de daad. Nu dat alles vloeit voort uit een bepaalde visie op de gemeente en deze visie, zoals ik die vanmorgen heb gehoord, heeft mijn hartelijke instemming. Kan Opbouw op deze visie van de gemeente en de opbouw van zulk gemeentelijk leven inspelen?
Mijn antwoord daarop is: dat kan maar heel beperkt. Om twee redenen.

1. De hele praktische reden dat de redactie bestaat uit vijf mensen en dat deze mensen het werk aan Opbouw als een hobby hebben, misschien wel dieper in je motivatie verworteld, maar het is altijd een surplus boven het gewone werk dat zij hebben, hun mogelijkheden zijn klein, hun middelen zijn gering, ze komen tijd te kort. Nu, dat alles maakt om heel praktische redenen dat het blad Opbouw altijd maar beperkte doelen kan nastreven.

2. De tweede reden waarom ik dat heel beperkt noem, is het platformkarakter van het blad; het familie Doorsnee-achtige van Opbouw zal dit tegenwerken. Het blad wordt, als ik in de lijn van de drie sprekers van vanmorgen aan het werk ga, wel aardiger maar het blijft niet meer helemaal eigen, en op dat punt zult V de redactie zeker moeten omturnen, want deze visie op de gemeente, als de gemeente met handen en voeten in deze wereld, de visie op de gemeente zoals ik die vanmorgen heb gehoord, leeft niet in alle lagen in onze Nederlands Gereformeerde kerk en daarom is het maar in beperkte zin mogelijk om deze speciale visie van vanmorgen in Opbouw te stimuleren. Nu ja, stimuleren nog wel, maar om dàt het hoofddoel van 't blad te maken, dàt is nu maar in beperkte zin mogelijk. Wat is dan die beperkte zin? Wat is er dan wel mogelijk? Nu wat wel mogelijk is, is bijv. voor het werk onder de jeugd: het geven van informatie, de rubriek informatie onder leiding van Pieter van Kampen is het afgelopen jaar zeer geactiveerd en uitgebreid, ik denk dat het bijzonder waardevol zou zijn als alle informatie over Youth for Christ-werk, ook in Opbouw zou worden opgenomen naast alle andere informatie over jeugdwerk, acties die er zijn in de gemeentes enz. Dit is één van de mogelijkheden die Opbouw reëel heeft, maar die beperkt is. Wat betreft het tweede: de militairen.
Voor hen is denk ik meningsvorming belangrijk.
Ik denk aan het debat over de kernbewapening.
Dit soort onderwerpen blijven' in Opbouw aan de orde. Ik denk dat ook dat tot de beperkte mogelijkheden van. Opbouw behoort.
En in de derde plaats: het maatschappelijk werk. Daarbij denk ik dat Opbouw kan helpen aan een mentaliteitsverandering die het mogelijk maakt dat men oog krijgt voor dit zo belangrijke aspect van het gemeente zijn. En ook dan komt het weer aan op artikelen en het geven van informatie; een maar betrekkelijk geringe mogelijkheid dus op de vraag van het bestuur: hoe denk jij nu dat Opbouw zou kunnen inspelen op deze drie terreinen?"
Leg ik me hierbij neer?, dat Opbouw tevreden moet zijn met deze beperkte functie? Nu als het om mij helemaal persoonlijk gaat dan zeg ik: ik zou graag een blad zien dat gemeentevorming zou stimuleren in de door de drie scribenten genoemde zin. Er zijn allerlei concrete ideeën gegeven bijvoorbeeld door Ab Berger, het blad gebruiken voor inspiratie door het geven van gemeente-modellen, het publiceren van ideeën, het publiceren van reacties van jongeren daarop, het uitwisselen van projecten, het stimuleren van allerlei activiteiten in de gemeente, met eventueel zelfs het stimuleren van een vrijgestelde in de kerk voor dit soort opbouwwerk.
Nu, de naam Opbouw zegt het al, als het om mij gaat zou ik graag zien, dat ons blad in dié zin actie voerde en gemeentevorming stimuleerde en daarmee krachtiger als een speerpunt in het kerkelijk leven zou dringen, dan zou het blad pas echt goed gaan worden, dan zou het een strijdschrift worden, een actieblad, stimulerend en bemoedigend bij nieuwe gemeentegroei.
Dit laatste is één van de eerste noodzaken van ons gemeente-zijn, dat we groeien in de richting, waarin vanmorgen de lezingen zijn gegeven.
En hier kom ik nu terug bij het begin.
Ga ik op het witte papier zitten staren, zoals die kunstschilder dat aanraadde, dan zie ik wel wat.
Nu even niet naar Opbouw starend, maar: nu starend naar de gemeente, als ik naar het witte papier ga zitten staren en ik denk aan de gemeente, ja dan zie ik wat, dan zie ik een gemeente als een "Gideonsbende", zoiets zie ik dan voor ogen en ik zie dat als de unieke mogelijkheid van onze kerkengroep. Hier staan we, losgepeld uit kerkelijke organisaties, met weinig fiducie in synoden en kerkelijke instituten omringd door een cultuur die als in Elia's tijd, de God van Israël niet vreest. In veertien jaar tijd is het aantal mensen in Nederland dat gelooft in een persoonlijke God verminderd met 12%. Duizenden zijn er hier in Utrecht die het Evangelie nog nooit gehoord hebben of er totaal van vervreemd zijn. Ik denk in ons land aan tienduizenden, ja honderdduizenden. De situatie is bijzonder ernstig. Onze gezinnen vallen ook zelf deels ten slachtoffer aan deze cultuur.
Hier staan we als Gideons omringd door een overmachtige vijand. Ik heb vanmorgen dat verhaal voor mezelf doorgelezen. Zou het kunnen dat de Heer ons in een soort Van Gideonsproces heeft verwikkeld? Zou het zo kunnen zijn dat Hij ons geselecteerd heeft, tot er een groep overblijft die alleen "restloos" van Hèm de vaart en de kracht en de overwinning verwacht.
Of is dat proces nog maar halverwege? Wees niet bang, dat proces leidt niet tot elitevorming.
Het criterium dat wordt gebruikt voor Gideon 'om mee te mogen vechten of niet, is er een dat totaal willekeurig gekozen is. Wie knielt bij de beek en met de hand drinkt of wie uit de mond slurpt, het is een ogenschijnlijk willekeurig selectie-proces. Geen elitevorming. Maar wèl: er blijft tenslotte een gemeente over die zich alleen aan de Heer toevertrouwt om de overwinning te gaan behalen, in een cultuur die God niet meer vreest, en tegenover een vijand die het Evangelie bedreigt. Ik las in Trouw, woensdag 28 mei, een verslag van een aantal kerken in Wenen. Ik lees daar: "De kerk is steeds meer geroepen om bruggen te slaan. Dat dit echter geen vanzelfsprekend gegeven is wist men in Wenen zeer goed. De gemiddelde gemeente verlangt er veelal helemaal niet naar om bruggen te slaan, ze blijven van nature -liever binnen de veilige beslotenheid van haar eigen kring, maar ook als de gemeente te zeer is vastgeroest zal toch het werk van de bruggenbouw gedaan moeten worden, dan is het nodig dat de veel kleinere en mobielere groep van een huisgemeente of communiteit tijdelijk plaatsvervangend dienst doet.
Op tal van plaatsen en met name achter het IJzeren Gordijn groeit het aantal van dergelijke gemeenschappen voortdurend. In het Westen sticht de China Oversea Mission in vrijwel alle grote steden kleine Christelijke gemeenschappen bestaan de uit 10 tot 40 leden. Deze gemeenschappen lopen wèl het gevaar op hun beurt tot een ghetto te worden, doordat ze zich afsluiten, misschien niet zozeer van de wereld, alswel van de rest van de kerk, de kerk wordt dan in feite opgegeven, de eigen gewoonten en inzichten worden verabsoluteerd, dat is ontmenselijkt.
Maar wanneer deze kleine gemeenschappenop de grens van kerk en wereld trachten te functioneren in een dubbele solidariteit naar beide zijden, dan profiteert daarvan kerk en wereld beiden, de wereld wordt niet aan haar dakloze onleefbaarheid overgelaten en de kerk verstikt niet in haar eigen isolement, want door de ramen en deuren van deze gemeenschappen waait de wind van de Geest."
Het vertolkt precies wat ik als visie heb op de gemeente, een gemeente die bruggen bouwt tussen de kerk en de wereld, waarbij ik me volledig realiseer dat de kloof bijzonder diep is en dat het in eigen kracht totaal niet zou kunnen, maar waarbij ik geloof in gemeentegroei in die richting, van wat je zou kunnen noemen: cellenbouw, cellenvorming, kleine kernen en groepen, huisgemeenschappen, werkgroepen die daarin die warmte kunnen geven waar de jeugd naar zoekt, die een hart kunnen hebben voor diegenen die daar lid zijn en die ook bestaat naar de wereld toe, omdat daar mensen van buitenaf welkom zijn en op hun beurt weer in aanraking kunnen komen met het Evangelie.
Nu die visie op de gemeente, ja, als Opbouw daarvoor zou kunnen functioneren, wat mij betreft graag, maar dat vraagt wel een gezamenlijke krachtsinspanning en het is de vraag of op dit moment Opbouw maar niet beter blijven kan wat zij op dit moment is: een eigen-aardig blad.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief