PLEITER PRO DEO

1980-10-10
  • Jaargang 24
  • nummer 38
“En de HERE dacht: Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?”
Het was daags voor de verwoesting van Sodom. De Hoge Gast had een maaltijd gebruikt bij Abrahams tent. Maar wanneer je ergens langskomt en daar gastvrij onthaald wordt, dan is het niet netjes om te verzwijgen, wat het eigenlijke doel is van je reis. Waarheen je op weg was. Daarom denkt de HERE: laat Ik het Abraham maar zeggen. Die man is trouwens Gods vriend en je houdt een vriend op de hoogte van je plannen. Bovendien, als straks Sodom in lichterlaaie staat, moet Abraham niet denken: Ze zijn daar zeker een offer vergeten en de goden van Sodom eisen nu schadevergoeding. Of: Misschien hebben daar kinderen met vuur gespeeld.
Wanneer onze wereld begint te branden, zouden ook wij kunnen denken aan een ongeluk, want er ligt te veel brandstof en splijtmateriaal opgehoopt. Abraham moest weten: het zijn niet de goden van de vlakte en niet de toevallige omstandigheden die de brand deden uitbreken: het is God geweest.
Maar rabbi Pinehas tastte nog dieper naar het antwoord op het vragende denken van de HERE. Hij zegt: “God gaat aan Abraham zeggen, wat Hij met Sodom zal doen, want Hij zoekt een pleiter voor Sodom; een voorbidder”. De Rechter wil geen vonnis vellen, wanneer de gedaagde geen volhardende advocaat heeft gehad.
We worden overstroomd met boekjes en krantjes, die ons duidelijk willen maken dat het einde van de wereld nabij is en dat Jezus één dezer dagen komt. Ik krijg de indruk, dat heel wat preken handelen over de tekenen der tijden; Het zal hier haast zijn gedaan. We konden er misschien beter maar wat minder over praten of schrijven en in plaats daarvan doen, wat rabbi Pinehas in de geschiedenis van Genesis 18 zag. God zoekt op dit moment pleiters voor de wereld: “Heer, erbarm U. “

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief