HET RAAM
1980-10-10
Met genoegen, en ook met enige benieuwdheid naar uw reaktie(s), presenteren we u hierbij het eerste van een reeks gesprekken met 'het raam'.- Jaargang 24
- nummer 38
Heeft een raam ons dan iets te zeggen?
Wel … oordeelt u zelf, na lezing (en eventueel herlezing) van de bespiegelende gesprekken tussen het raam en de auteur, Bert van Velzen.
We zien uit naar uw reaktie…
A. W. Biersteker
HET RAAM
Eerste gesprek "Elk gemeentelid zou als een kerkraam moeten zijn"
In de stad, aan een drukke straat die naar het centrum leidt, staat een oude kapel.
Die kapel staat er al een paar eeuwen en valt vanwege zijn architectonische waarde onder monumentenzorg.
Zo gaat dat met veel oude bedehuizen.
Zij zijn versiering voor de stad geworden.
Maar deze kapel is toch nog meer dan versiering alleen. Elke zondag wordt daar de Bijbel opengelegd en er wordt gebeden en gezongen.
En de gemeentezang wordt, zoals in veel andere kerken en kapellen, begeleid door orgelspel. Een fraai en fijn klinkend orgeltje zorgt hiervoor.
Eigenlijk zou ik moeten zeggen dat de organist hiervoor zorgt, maar het orgeltje voelt zich als het ware zo met de kapel en de gemeente verbonden, dat ... Je zou haast zeggen dat het orgeltje meeleeft met wat er in de kapel gedaan wordt. Dat kan natuurlijk niet, maar stel nu eens dat dat wel zou kunnen.
Rond het orgeltje is een smalle omloop. Via een wenteltrap kan de organist bij de speeltafel komen.
Die speeltafel staat links van het orgeltje en rechts daarvan is een mooi raam in de muur aangebracht.
Je kunt voor dat raam gaan staan en naar buiten kijken. Je ziet dan een gedeelte van de stad en naar beneden kijkend die drukke straat waaraan de kapel ligt.
Maar als je naar buiten kijkt, kun je niet zien wat er in de kapel gebeurt en als je je omdraait kun je wel de kapel overzien, maar zie je niet wat er buiten, in de stad en in die drukke straat plaatsvindt.
Toen ik een keer voor dat raam stond, ik had er eigenlijk niets te maken, want ik ben geen organist en ook ben ik de koster van de kapel niet, maar ja, zo'n kapel en zo'n mooi raam... Ik wilde gewoon eens een kijkje nemen daar.
Toen ik dan voor het raam stond, zag ik het opeens. .
Het raam!
Natuurlijk, het raam kan wel naar twee kanten tegelijk kijken! Tenminste ... , als een raam kan kijken.
Maar stel nu eens dat het raam, net zoals het orgeltje, zich als het ware verbonden voelt met de kapel en met de gemeente die in de kapel samenkomt. Dat is natuurlijk vreemd, onmogelijk, onnatuurlijk zelfs, maar ...
Ik tikte eens tegen het glas, één van de glazen moet ik zeggen, want het raam heeft glas in lood. Ik tikte zachtjes en merkte dat het glas een beetje los zat. Toen tikte ik iets harder.
En het raam gaf antwoord.
"Ja, zeg het maar", zei het raam.
Ik schraapte mijn keel.
"Eh ... , kijk", begon ik verbaasd.
"Ik kijk altijd", zei het raam. "Naar twee kanten zelfs".
"Dat dacht ik al. Dat moet haast wel", zei ik toen. "Maar als dat waar is, wat moet je dan veel zien en veel gezien hebben", ging ik verder.
"Dat is ook zo, heel veel zelfs", zei het raam.
"Als je nu eens op die stenen richel gaat zitten, aan mijn voeten zal ik maar zeggen, dan zal ik je wat vertellen".
.
Eerlijk gezegd was ik zo verbaasd, dat ik zonder er bij na te denken precies deed wat het raam zei.
"Je begrijpt wel", begon het raam, "dat ik uren kan vertellen, want ik ben hier al zo lang. Maar ik zal mij beperken tot het belangrijkste. Het is inderdaad zo, dat ik tegelijkertijd naar twee kanten kan kijken, dat ik op hetzelfde moment een blik naar binnen en een blik naar buiten kan richten. Dat is ramen eigen. Maar als kerkraam, mag ik wel zeggen, kan ik tegelijkertijd een blik op de gemeente en op de wereld richten.
Deze eigenschap is zo belangrijk, van zoveel waarde, dat ik blij ben daar nu eens met iemand over te kunnen praten. Tot nu toe kent alleen het orgel mijn geheim. Weet je, ik ben echt zo blij dat jij hier gekomen bent en dat jij op mijn glas getikt hebt. Nu vraag je je misschien wel af hoe het komt dat het orgel mijn geheim kent en mijn verlangen om dat aan iemand door te geven. Wel, dat is heel simpel. Een van mijn glazen zit wat los en als het orgel instemt met de liederen die de gemeente hier zingt, dan trilt dat losse glas. En als de gemeente nu werkelijk uit overtuiging en met het hart zingt, dan doet de organist nog meer zijn best om er uit te halen wat er in zit. Registers open, zou het orgel zeggen. Kijk, dan begint dat losse glas te resoneren en dat voel ik.
Na de dienst spreken wij, het orgel en ik, daar samen over. En op een keer heb ik het orgel mijn geheim vertelt. Ik heb zo verlangd naar iemand die mijn geheim kan opschrijven.
Want zie je, wie luistert er nou naar een raam? Naar jou zullen de mensen hoop ik wel luisteren.
En, je hebt twee getuigen.
Het orgel en mij".
Je kon aan de wat lange uitweiding horen dat het raam al een heel oud raam was. Ik werd wat ongeduldig en zei: "Ik zal je geheim graag horen".
"Heb je pen en papier bij je?", vroeg het raam.
"Het is heel belangrijk, je moet het opschrijven" .
Toen ik een en ander voor de dag haalde, zei het raam: "Goed, schrijf dan nu op".
En toen schreef ik deze regels op.
"Elk gemeentelid zou als een kerkraam moeten-zijn, en de eigenschap moeten bezitten om tegelijkertijd naar binnen en naar buiten te kunnen kijken. De gemeente moet inzicht op de wereld hebben, en de wereld moet zicht op de gemeente hebben, als het ware door de gemeenteleden heen".
Toen ik dat opgeschreven had begon het orgel te spelen.
De organist had mij niet gezien, de speeltafel staat aan de andere kant van het orgel. Hij kwam hier immers om te spelen en niet om naar het raam te luisteren.
En terwijl ik naar het orgelspel luisterde, dacht ik over dit gesprek na. Het kwam niet bij mij op dat ' het raam wel eens helemaal niet gesproken had. Maar de regels die ik opgeschreven had hielden mij bezig.
"Elk gemeentelid zou als een kerkraam moeten zijn".
Zicht hebben op de gemeente en op de wereld. Tegelijkertijd. Niet los van elkaar. Zicht hebben. Inzicht en doorzicht. Daar heb je licht voor nodig om als mensen in een mensenwereld te kunnen zien zoals Jezus zag.