Recht en onrecht

1980-10-10
  • Jaargang 24
  • nummer 38
Toen Carter zijn ambt als president van de Verenigde Staten aanvaardde verwees hij naar Micha 6:8 ‘Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.’ het is een goed ding als mensen die op deze aarde macht bezitten wijzen op wat God in Zijn Woord zegt.
Maar z’n publiek getuigenis roept verplichtingen op.
Niet anders dan recht doen in deze wereld is niet gemakkelijk. Dat blijkt dagelijks uit de kranten. Om maar één ding te noemen: de geschiedenis van Naciragua, waar vorig jaar een revolutie plaats vond, is bekend. Daar heerste in plaats van het recht het onrecht en het is eveneens bekend dat de inmiddels vermoorde president Somoza min of meer werd gesteund door de Verenigde Staten. Getrouwheid liefhebben en ootmoedig wandelen met God is in deze corrupte wereld niet gemakkelijk. Maar de woorden van Micha blijven wel hun kracht behouden. Die vallen niet om door ergerlijk gedrag van mensen. De eis blijft: niet anders dan recht doen. En Jezus vraagt van ons het volmaakte….

Goed en recht worden in genoemde tekst aan elkaar verbonden. Kwaad en onrecht kunnen we ook aan elkaar verbinden.
Voor de zondeval was er alleen maar het goede, wa alles alleen maar goed.
Door de zonde is het kwaad erbij gekomen. God waarschuwt Adam daarvoor.
Van de boom van kennis van goed en kwaad mocht hij niet eten. Door de zonde leerde de mens het kwaad kennen, hij werd zich echter niet alleen bewust van het kwaad maar hij kreeg ook de mogelijkheid om het kwaad te bewerken.
Ook de tegenstelling tussen goed en kwaad werd aan de mens bekend.
Als we letten op de geschiedenis van de mensheid tot aan de zondvloed zien we dat het kwade steeds sterker en het goede steeds zwakker wordt.
God zag dat de boosheid van de mens groot was… (Gen. 6:5).
Als de zondvloed voorbij is belooft God aan Noach dat de aarde niet meer door Hem zal worden vervloekt, maar Hij wijst er meteen op dat het hart van de mens van zijn jeugd af boos is; de mens is geneigd tot het kwaad.
Het kwade heerst over het goede, de dood heerst over het leven, het schuldige heerst over het onschuldige, het onrecht heerst over het recht. De mens weet van goed en kwaad (Deut. 1: 39), maar kan niet boven de tegengesteldheid ervan uitkomen.
Deze kennis van goed en kwaad geeft strijd. De mens is geneigd om kwaad te doen maar hij kan ook goede dingen tot stand brengen. Dat komt niet door die mens maar door God Die de breuk herstelt die door de mens werd gemaakt.
De dichter van Psalm 86 heeft deze tweestrijd gekend. Aan de ene kant zegt hij dat hij godvrezend is; maar aan de andere kant weet hij van zijn zonden waarvoor vergeving nodig is (vers 5). Vanuit zijn tweestrijd tussen goed en kwaad bidt hij om Uw naam te vrezen….’ Hij bidt om éénheid van zijn hart, om eenheid in zijn denken, om eenheid in zijn doen waardoor die tweestrijd kan worden opgelost.
De psalmdichter weet dat de schuld bij hem ligt en daarom weet hij ook dat er vergeving nodig is. hij kent de strijd tussen goed en kwaad, tussen recht en onrecht, maar hij weet dat alleen Gods hulp hem kan doen uitgroeien boven die tegengesteldheid waardoor zijn leven weer een eenheid te zien kan geven. We kunnen van deze psalmdichter wat leren voor ons leven van elke dag.

Herman van Veen zingt in een van zijn liedjes:

‘Jezus
Leg mij uit
Waarom sprong die uitgebluste
Veel te jonge man
Van zo hoog
Naar beneden?
Jezus
Waarom ruimde hij z’n spullen
Vóór ie sprong
Zo keurig netjes op?
Jezus
Waarom moesten
Jouw kinderen zijn verminkte
Lichaam vinden?
Jezus
Had ie niet eenvoudig
Kunnen smelten in de zon?’

Zo’n liedje is een beschuldiging: waarom Jezus?
Herman van Veen kijkt om zich heen, ziet allerlei kwaad en onrecht en kijkt dan voor de schuldvraag omhoog. Hij vergeet dat hij ook naar beneden, naar om zich heen, kan kijken. Daarmee is de vraag die gesteld wordt niet beantwoord. Maar dit moet wel duidelijk zijn: niet alleen Jezus is er, satan is er ook. Waarom die vraag niet aan hem gesteld: ‘Satan, leg mij uit waarom die jongen dat deed, satan, had het niet anders gekund?’

(slot volgt)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief