KERKELIJK EXAMEN
1980-10-17
Donker Curtius was in de vorige eeuw een potentaat in de Nederlandsche Hervormde Kerk: de paus van Arnhem werd hij genoemd. Hij werd voorzitter van de synode. Tolerant was hij voor de Remonstranten; hij preekte wel in hun kerk, maar de Afgescheidenen verdroeg hij niet. Deze man stelde een reglement op voor de kerkelijke examens en hij lichtte dat ontwerp toe in ’n brief aan de Commissaris-Generaal: Ik laat de twee gebruikelijke examens (praeparatoir en peremtoir) nu maar vallen. Eén examen is voldoende voor de candidaten tot de Heilige Dienst. Want dat laatste examen was toch alleen maar bedoeld om de aanstaande predikanten te testen op hun instemming met de Dordtse Leerregels. Van die Leerregels moeten we af en dus alstublieft geen examen meer in dat stuk.- Jaargang 24
- nummer 39
We leren hieruit, dat het laatste kerkelijk examen diende om aan de weet te komen, of de beroepen candidaat zuiver was in de leer. De examens voor een classis of een regionale vergadering stellen vaak teleur. Ze zijn tweeslachtig. Het lijkt een beetje wetenschappelijk, maar de ouderlingen denken: een meelevend lid van de jeugdvereniging kan de vragen ook beantwoorden. Zo eenvoudig zijn ze. Het zou overweging verdienen, om het anders te doen. De candidaat, die een beroep aangenomen heeft, zou schriftelijk aan de kerken van de classis of de “regio” kunnen zeggen, wat hij denkt van de Schriften, van het verbond en van de doop, van de verkiezing en de verwerping en van de Christelijke levenswandel en zo’n openhartige brief zou dan met hem besproken kunnen worden in een kerkelijke vergadering, zodat duidelijk wordt, dat de nieuwe predikant een Gereformeerd belijder is. Kerkelijke vergaderingen kunnen nl. geen examens afnemen, zeker geen kwasi-wetenschappelijke, maar ze kunnen wel vragen: Wat gelooft U en waar staat U, als het gaat om de vragen van vandaag.
Want we moeten geen warhoofden, dwaallichten en avonturiers binnenkrijgen.