Het oudste stripverhaal

1980-10-17
  • Jaargang 24
  • nummer 39
Door de Caymans-eilanden (een Britse kroonkolonie in de buurt van Jamaica) werd dit jaar een beperkte serie munten uitgegeven, bevattende de afbeeldingen van 37 Britse koningen en de huidige koningin. De munten zijn in een zilveren en een gouden editie geslagen en zijn peperduur althans te duur voor de gemiddelde postzegel- of muntenverzamelaar.
Daarover gaat het dus vandaag niet. Waarover dan wel? Over de drie eerste koningen van deze serie: Eduard de Belijder (1042-1066), Harold 11 (1066-1066) en Willem de Veroveraar (1066-1087).
Dat zijn drie merkwaardige figuren, die een rol speelden in de middeleeuwen en die meteen hun stempel drukten op moraal, gebruiken en taal - zowel in het Verenigd Koninkrijk als op het vasteland van Europa.
Eigenlijk veel verder: denk maar aan Amerika bijvoorbeeld. Tot vandaag toe zijn het Britse fatsoen en de Franse élégance (beiden vruchten van de kruistochten en alzo gekoppeld aan het christendom) in ons moderne Europa aanwijsbaar en dan ook door de moderne decadentie hevig aangevochten.
De spelregels van wat kan en niet-kan zijn, in een postchristelijk tijdperk, nog altijd sterk beïnvloed door de. genoemde vorsten.
Wilt u enkele voorbeelden? De heraldiek of wapenkunde bedient zich overal van het oud-Frans: sabel (zwart) komt van säle; keel (rood) komt van gueulle. Zelfs de Engelse wapenspreuken luiden in het Frans: Dieu et mon droit (God en mijn recht) en: Honi soit qui mal y pense (Schande wie er kwaad van denkt). Zo sterk heeft het Frans de adel, de heraldiek, doen spreken. - En wie zich aan de fatsoensregels houdt, speelt "fair play". Wie zich keurig gedraagt heet een "gentleman". Wat onsportief of onfatsoenlijk is heet "it 's not done", da dóe je niet. Zo sterk heeft het Engels ons fatsoen gevormd.
De onderlinge verbondenheid van beide landen blijkt, behalve uit de gemeenschappelijke vorsten uit het verleden, ook uit de uitwisseling van mensengroepen. In Frankrijk kennen we het district Bretagne, bevolkt door Kelten, uit Engeland afkomstig. Maar in Engeland zijn de continentale Saksers terug te vinden in Essex, Middlesex en elders. In het Gaelic heten alle Engelsen door elkaar zelfs Sassenach, Saksers. En als we het gezamenlijk taalgebruik van Engelsen en Fransen vluchtig mogen aanduiden dan noemen we de dubbelwoorden: mutton en sheep (schaapsvlees), beef en cow (rund); naast de talloze, attitude, entrapreneur) die geheel gelijk geschreven, maar geheel verschillend worden uitgesproken.
Genoeg?

De uitwisseling van mensen, taalelementen, opvattingen en cultuur heeft veel te maken met die eerstgenoemde koningen. Deze drie vorsten vormen de hoofdpersonen in het oudste stripverhaal ter wereld: het tapijt van Bayeux.
Dat tapijt van Bayeux is een zeventig meter lang borduurwerk van wol op linnen. Het is merkwaardig goed geconserveerd en als door wonderen overleefde het talloze oorlogen in 900 jaren. Als u het wilt bezien gaat u naar het Franse stadje Bayeux, dat midden in het invasiecentrum van 1944 ligt, waar de donder van de invasie over heen ging zonder het te beschadigen, en waar het opgehangen is in een voormalig bisschopspaleis, tegenover de kathedraal.

Dit tapijt beeldt in talloze taferelen de drie vorsten in hun actie uit. In het voorbijgaan krijgt u een bijna compleet inzicht in hun kleding, wapenen, paarden, soldaten, schepen, zelfs strategie en veel andere bizonderheden.

Weliswaar zijn sommige details -kastelen en kerken bij voorbeeld- slechts symbolisch aangeduid; maar de kennis van het middeleeuwse leven steunt voor geen klein deel op dit geborduurde wandkleed. Het is een stripverhaal en het tekent de gang van zaken rondom 1066. Daarbij waren dus drie hoofdpersonen: Edward. de Belijder (1042-1066), die de laatste echt-Engelse (Saksische) koning is geheten. Hij wordt nog steeds met liefde genoemd, stond bekend om zijn vroomheid en vredelievendheid en bouwde de oorspronkelijke Westmmster Abbey, de Londense koningskerk. Als tweede is daal Harold 11 (1066-1066) die na Edward tien maanden heeft geregeerd, vermoedelijk ten onrechte. Zijn vader Godwin, ofschoon van geringen huize, was door koning Knut van Denemarken tijdens diens bezetting tot hertog verheven. Terwijl de kroonpretendent van Engeland moest vluchten, verhief de bezetter een collaborateur in de adelstand. Dat is het onthouden waard. Edward vluchtte namelijk naar Frankrijk en werd daar tot 1041 gastvrij in bescherming genomen door de familie van de latere Willem de Veroveraar, die toen nog hertog van Normandië heette.
Toen koning Knut van Denemarken overleden was werd Edward rechtmatig koning van Engeland en bleef in dankbaarheid aan zijn Franse vrienden verbonden. Dat bleek daar in, dat hij tal van voorname posten aan Fransen toevertrouwde. Zo iets werd door de Engelsen niet algemeen in dank aanvaard - zeker niet door Godwin en Harold, wier invloed in concurrentie kwam met de Franse invloeden aan het hof. Maar Edward, als gezegd, was een vredelievend man, die door huwelijk de schoonzoon van Godwin en de zwager van Harold werd. Vermoedelijk hoopte hij zo zijn rivalen voor zich te winnen.

Die hoop was ijdel. Godwin en Harold zagen kans zo zeer de lagere adel achter zich te krijgen en zulk een staat te voeren, als de koning niet kon doen. Harold kreeg bovendien belangstelling voor het koningschap. De actie tegen het koningschap van Edward werd zodanig verbreed en verscherpt, dat vader en zoon in 1051 door Eduard werden verbannen.

In datzelfde jaar bracht Willem van Normandië een vriendschappelijk bezoek aan het Engelse hof. Of hier geen sollicitatie in zat dan wel of het zo heeft moeten zijn - Willem kwam op het ogenblik, dat Edward over zijn toekomstige opvolger nadacht. Edward was namelijk kinderloos. De meest voor de hand liggende Engelse edelman zou Harold zijn - maar die had zich bepaald onmogelijk gemaakt. De kroniekschrijvers, zowel de Normandische als de Engelse, vertellen dat Edward bij dat bezoek in 1051 aan Willem het koningschap heeft toegezegd. En dat leek redelijk: Edward had alles aan zijn Franse vrienden te danken, was sterk Frans georiënteerd, had vertrouwen in de Franse adel - meer dan in het Britse fatsoen.
Toen Edward in 1066 overleed heeft Willem, hertog van Normandië, het koningschap over Engeland dan ook overgenomen. Echter nadat hij eerst Harold heeft moeten verslaan, die tien maanden dat koningschap in bezit had genomen!

En hier begint het stripverhaal van Bayeux. Er is tussen Edwards belofte en Willems troonbestijging namelijk nog al iets gebeurd. Harold, die met Papa Godwin in 1052 gewelddadig uit ballingschap terugkeerde, en het koning Edward moeilijk genoeg maakte, was inmiddels in Frankrijk geweerd en had Willem ontmoet. Wat moest hij daar?

Volgens de Normandische geschiedbeschrijving (en die komt uit in het stripverhaal) had koning Edward hem naar Willem gestuurd teneinde de belofte van troonsopvolging in Engeland nader te bevestigen. Volgens Britse kroniekschrijving echter was Harold in Zuidoost Engeland op jacht geweest, heeft daar een vispartij in het Nauw van Calais aan vastgeknoopt en is toen door een plotselinge storm overvallen en in Bretagne aangespoeld - uitgerekend op de grond van een van Willems hardste vazallen.
Die vazal nam Harold prompt gevangen en leverde hem aan baas Willem uit. Willem had de keus. Ofwel hij kon zijn lastige rivaal uit de weg ruimen en de laatste moeilijkheden voor koning Edward en hemzelf overwinnen.

Ofwel (want zijn ontvangst in Engeland zou, vooral bij de adel, dan bizonder moeilijk worden) hij kon zijn overmacht op Harold gebruiken door hem gratie te schenken, trouw te doen zweren en zo op vreedzame wijze aan zich te verbinden. Hoe het zij: Harold heeft een eed van trouw aan Willem gezworen en het tapijt geeft de scene onmiskenbaar duidelijk weer, voorzien van Latijnse teksten.

Dat uiteengaan van Franse en Engelse lezing ligt wel voor de hand: hoewel het tapijt in Engeland is gemaakt, geschiedde dat in Normandische opdracht. De ontwerper is dus pro-Frans geweest, het product zou een Frans overwinningssymbool worden. De Engelsen, die hun Saksische koningshuis door een Normandische dynastie zagen vervangen, waren hier achteraf niet trots op. Niemand minder dan Winston Churchill heeft Harold om zijn grote moed geprezen - over het hoofd ziende dat deze het koningschap wederrechtelijk en met eedbreuk zich heeft toegeëigend.

Aan de andere kant echter heeft Frankrijk een eigen visie op de historie gehad: zijn Normandische hertog kwam na één geslaagde veldslag toch maar als koning van Engeland, als Willem de Veroveraar, terug. En in die dagen ging het "de facto" reeds vaak boven het "de jure". (Een van mijn vrienden hier, een gewezen majoor, had bij zijn opleiding zelfs nooit van een eed van onderworpenheid gehoord - hoewel het tapijt deze scene bizon der uitspint en hoewel Willem, alvorens zijn aanval op de Engelse troon te beginnen, een pauselijke afkeuring van Harold's eedbreuk wist uit te lokken.)

Als u het tapijt van Bayeux beziet wordt u getroffen door de krachtige fraaie kleuren: blauwen rood, ook geel en diverse tinten groen met een goudachtig beige. Het wandkleed is ongeveer een halve meter breed, maar heeft boven en onder een brede strook, waarin "kanttekeningen" zijn aangebracht: verklaringen, toevoegingen, context en soms een uitschieter van het hoofdthema. Het hang achter een glazen wand, bedekt drie muren van een zaal en de bezoeker kan een telefoon, met de taal van zijn keuze, aan het hoofd nemen wanneer hij zich onder het langzaam wandelen de details wil laten uitleggen. Als het u als ons gaat dan bezoekt u dat tapijt meerdere malen. Eerst om de geweldige indruk van dit middeleeuwse epos te verwerken; later om de technisch details van handwerk en oorlogsvoering in u op te nemen; eindelijk om voor de inhoud van de Normandische geschiedschrijving open te staan.

(slot volgt)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief