Overdenkingen op rijm
1980-10-24
Reeds enige tijd geleden ontving de redaktie twee gedichtenbundels ter bespreking. Het waren bundels van dichteressen, die al eens eerder iets gepubliceerd hadden, t.w. Mevr. Koffeman-Zijl en Janny Alberts-Hofman.- Jaargang 24
- nummer 40
Het boekje van de eerstgenoemde, heet: Bij U schuil ik. Dat is ook de titel van het eerste gedicht.
Bij U schuil ik
Bij U mag ik schuilen, mijn Heer en mijn God,
Al kan er zoveel mij benauwen,
Zodat soms de angst en de vrees mij bespringt,
Op U mag ik altijd vertrouwen.
Is ook mijn geloof aaneen vlaswiek gelijk,
En een riet zo geknakt en gebogen,
Voor de mens van geen enkele waarde misschien,
Maar nooit waardeloos Heer, in Uw ogen.
Gaat meestal de Satan al briesende rond
Als een leeuw, om zijn prooi te verslinden,
Dan mag ik bij U, in dat grote gevaar
Een veilige schuilplaats steeds vinden.
Al mogen de golven vaak huizenhoog slaan,
Zelfs dreigende mij te overspoelen,
Mijn huis is gebouwd op de eeuwige Rots,
Zo alleen mag ik veilig mij voelen.
Ik gaf dit artikel als titel: Overdenkingen op rijm. Dat deed ik omdat ik daarmee, naar ik meen, kort samenvat het type van deze gedichten.
Zij zijn van een ander soort dan van de heftig geïnspireerde dichter, die een gedicht op papier moet schrijven (hij kan niet anders) en dan, met vaak enkele regels, een heel boek produceert. Als je die soort gedichten leest gaan je gedachten vaak vele kanten op. Ze zijn ook dikwijls moeilijk te doorgronden en meestal op meerdere manieren te interpreteren. Zulke gedichten hebben voor de meeste lezers een uitleg nodig, alvorens ze van die kunstuiting kunnen genieten.
Welnu, dat is met de gedichten van Mevr. Koffeman niet het geval. Het zijn overdenkingen die ze doorgeven wil en waarvoor ze de dichtvorm, het rijm kiest.
Om daar nog een voorbeeld van te geven:
Ons leven
Van het broos bestaan der mensen
Staat geschreven in Gods Woord:
Het is als een bloem, die eenmaal bloeide,
En als gras dat snel verdort.
Ernstig klinkt dan ook Gods roepstem:
Wees bereid te allen tijd,
Weet U wel hoe klein de afstand
Is, die van de dood ons scheidt.
Er is slechts één enkele schrede
Tussen ons en onze dood,
Ook Uw Woord spreekt van een handbreed,
Dat is zelfs nog minder groot.
Waarom slaan wij onze pennen,
Toch zo vast in deze aard'?
Want ons dagelijkse leven
Is ons immers alles waard.
Laten wij vertrouwend leven,
Als ik dan eens sterven moet,
Dan ga ik getroost en dankbaar
U, mijn Heiland, tegemoet.
Nu iets uit de bundel van de tweede genoemde dichteres, Janny AIberts-Hofman, die als titel heeft: Gods glimlach.
In deze bundel is het titelgedicht het laatst afgedrukt. Ik geeft het eerst door.
Gods glimlach
Gods glimlach ligt geborgen
in de bloemen met hun geuren .
in 't zoemen van ontelb're vliegjes in de warme zon achter de regenboog in fijn getinte kleuren
waar eens 't verbond van God met mensen weer begon Gods glimlach ligt in zilvergrijze dauw verweven
dat dekt op vroege morgen 't stiIIe land
Gods glimlach is de ziel van al wat is in 't leven
waar men ervaart een uitgestoken hand
De glimlach die een snaar in 't hart kan raken
en vaak in kleine dingen leeft ...
Voor ons seconden in de tijd zo kostbaar maken
omdat het aan de dag zijn licht en warmte geeft.
U bemerkt het al, ook dit is een gedachte, een overdenking die poëtisch is doorgegeven.
Overigens, het leed is de dichteres, die 51 jaar is, niet bespaard gebleven, en ook daarvan geeft ze iets door. .
Het antwoord
Het is weer kerstfeest ... en ik moet nu danken
Ik kan niet danken, want ik ben zo eenzaam Heer
Ik zit hier maar en niemand ziet mij meer
en als ik praat hoor ik mijn eigen klanken.
Ik kan niet danken ... ik ben ziek al jaren
en lig maar steeds naar het plafond te staren
Ik kan niet danken ... zie het hier niet meer
de wereld is zo hard, dat doet van binnen zeer.
Het is weer kerstfeest en ik hoor die kreten
van veel waaroms en vragen telkens weer
Wij wiIIen hier en nu het antwoord weten
Wij zijn maar mensen ... en ook dat weet onze Heer.
Het is weer kerstfeest en weer klinkt
Zijn stem door alle wanhoop en ellende heen en zie ...
Zijn vinger wijst naar Bethlehem
Want alzo lief had God ...
Hij laat ons nooit alleen.
Het is verkwikkend dit geloofgetuigenis te vernemen. Daarvan spreken veel van de gedichten uit deze bundel.
Tenslotte: Het is mij in de loop der jaren opgevallen dat voor het genre gedichten uit deze beide bundels onder ons veel belangstelling bestaat.
Welnu, ze zijn nog niet uitverkocht, voor zover ik weet. De uitgever is Kok te Kampen, dus Uw boekhandelaar kan U, dacht ik, zeker van dienst zijn.