Het oudste stripverhaal (slot)
1980-10-24
In Bayeux wijzen handwijzers u naar het "tapijt van Mathilde", Met die naam is de vrouw van WiIIem de Veroveraar aangeduid. Het staat echter al jaren vast, dat niet koningin Mathilde het wandkleed heeft geborduurd - maar een werkgroep van Britse vrouwen. De opdrachtgever was bisschop Odo van Bayeux, halfbroer van WiIIem, die het vermoedelijk als pronkstuk voor zijn nieuwe kathedraal (1071) bedoeld heeft. Hijzelf komt er herhaaldelijk op voor. Het blijft mogelijk, dat hij met het kleed (tevens) zijn schoonzuster heeft vereerd. Zeker is dat dit "kerkelijk" pronkstuk pas in 1476 vermeld werd bij de bezittingen van Baijeux' kathedraal.- Jaargang 24
- nummer 40
Bij dit oudste stripverhaal gaat het om historie, ook om gekleurde historieschrijving, ook om historische details uit het middeleeuwse leven. AI deze facetten roepen beurtelings om de voorrang. Daarom eerst nog iets uit de historie, om u meer achtergrond te geven.
Toen het bericht van Edward's dood in 1066 WiIIem van Normandië bereikte, had Harold reeds haastig het koningschap aan zich getrokken.
Laten we erbij zeggen, dat Harold inderdaad van vrij zuivere Engelse afkomst was - zijn rivalen allerminst. Britse geschiedschrijvers beweren bovendien dat Edward op het eind van zijn leven (vrijwiIIig of gedwongen?) aan Harold de opvolging toezegde. Willem echter, die hierin niet gekend was, gaf meteen opdracht een kolossale invasievloot te bouwen.
Dat ging in de maten en bouwtrant der Vikingers: boten van 27-47 meter lang, geroeid door 16 tot 30 paar roeiers en met vast zeil. Willem was een halve Noorman en die mensen waren goed in het land veroveren.
Maar er was nog een derde kroonpretendent: koning Harold Hardraada van Noorwegen, een volbloed Noorman en zo sinds eeuwen in Engeland geïnteresseerd. Ook die hield van opschieten. In September 1066 invadeerde hij met een vloot aan de Humber en bezette op 20 September York.
Hij hoefde niet lang te wachten: reeds op 25 September versloeg Harold hem en joeg zijn Noren het land uit - voorgoed. Dat was dat.
Nog in de overwinningsroes kreeg Harold het bericht van Willem's invasie in Zuidoost Engeland. Willem van Normandië had geen bevoorradingsschepen, kon geen langdurige strijd aangaan en dwong, door rooftochten en brandstichting, Harold tot een snelle aanval. Daar liep Harold in: met geforceerde dagmarsen bracht deze zijn troepen naar Hastings, waar Willem's zevenduizend (waaronder tweeduizend cavaleristen!) hem fris opwachtten. Op 14 October 1066 kwam voor Harold's vermoeide soldaten de tweede veldslag, nu tegen een overmacht. Na dappere weerstand viel Harold en sloegen zijn soldaten op de vlucht. Daarmee werd de Saksische dynastie verwisseld voor de Normandische.
U vraagt zich langzamerhand af, wat zulk een wandtapijt in een kerkgebouw moest betekenen. Al dat uitgebeelde bloedvergieten heeft weinig met Gods naam te doen. Dat Willem's halfbroer, bisschop Odo, zich een wit paard uitkoos, een strijdknots zwaaide "om geen bloed te vergieten" en luide Gods naam uitriep ("Houdt stand, als het God behaagt zullen wij overwinnen") maakt deze zaak zeker niet beter. Het doet denken aan die oorlogen, waar beide partijen "God zij met ons" op hun riemen hadden staan.
Het tapijt van Bayeux doet ons wel de onvolkomenheid van ons christendom, de gebrokenheid van ons bestaan kennen. Bisschop Odo kan het misschien goed bedoeld hebben (deden de kruisridders dat niet?) al blijkt op het. tapijt niets van enig christendom. De enige maal dat Odo er als "geestelijke" in voorkomt, in plaats van een knots zwaaiende ridder, is om een dankgebed voor een feestmaal uit te spreken; en dan nog voorafachteraf zal er weinig van gekomen zijn. Ook van Willem is geen enkel spoor van christelijke levensinstelling te zien; of moeten we bedenken, dat in die dagen "moed" nog met "vroomheid" werd aangeduid? ... Van een "gebed voor de slag" blijkt niets en voor een dankzegging aan God, Wien "het behaagde hem te doen overwinnen", is evenmin plaats op een doek van zeven maal tien meter lengte.
Toch een kerkelijk pronkstuk? Ja toch, maar dan in de geest van modelschepen in de kerk opgehangen, van gildetekens, van buitgemaakte vaan dels en vlaggen. Tussen haakjes: weet u dat in de kerk van reformator John Knox te Edinburgh de buitgemaakte vlaggen uit vroeger eeuwen in stoffige stukjes omlaag dwarrelen?
Nu zou een stukje Britse historie niet goed Brits zijn, als er geen bijgeloof in voorkwam. Dat bijgeloof was er. Op het tapijt ziet u een komeet, die in 1066 gezien werd. De mensen staan er verbijsterd bij (volgens het wandtapijt verscheen de komeet op de dag dat Edward stierf en Harold gekroond werd) en vreesden een nationale ramp. Ze kregen gelijk, maar dat had niets met de komeet te maken. Want die komeet, reeds honderden jaren voor Christus door de Chinezen beschreven en later komeet van Hally genoemd, was pas helder in April-Mei 1066, toen Harold al vier maanden op de troon zat. (Het laatst is deze komeet in 1910 gezien en binnen enkele jaren zal hij weer te zien zijn, is de verwachting.)
In het handwerk zijn acht kleuren verwerkt in vrij eenvoudige borduursteken.
Er worden meer dan 600 mensen afgebeeld, bijna 200 paarden, vele honderden andere dieren, 37 schepen, 37 bomen of boomgroepen, 33 gebouwen aangeduid. De tafrelen lopen soms in elkaar over, geven soms een herhaling, zijn soms in verkeerde volgorde opgesteld. Bij elk tafreel is een Latijnse tekst gevoegd, die de hoofdzaak van de handeling vastlegt: "Harold op zee - en met de wind vol in de zeilen kwam hij op het land van graaf Guy - hier neemt Guy Harold gevangen". En verder: "Hier kwam Willem in Bayeux - waar Harold een eed zwoer aan Hertog Willem". U ziet Harold staan met een hand op een altaar, een hand aan een relekwieschrijn. De laatste teksten van het doek luiden: "Hier is hertog Willem - hier zijn de Fransen aan het vechten - en degenen die bij Harold waren zijn gesneuveld - hier is koning Harold gedood - en zijn de Engelsen op de vlucht geslagen".
Als koning Harold ruggelings ter aarde gaat, valt een enorme Noorse strijdbijl uit zijn handen. In de kanttekeningen (wat is dat woord hier goed op zijn plaats) ziet u hoe gedode soldaten snel van hun wapens worden ontdaan: ook economie is een bruikbaar wapen. De opstelling van de Engelsen, alleen voetvolk, is achter een muur van schilden, twaalf rijen dik. De Fransen zijn opgesteld: boogschutters, die als de artillerie een gordijn leggen, voorop; daarachter de ruiters die als moderne pantserwagens de verpletterende aanval moeten uitvoeren; tenslotte de infantrie, die de gevechten van man tegen man afwikkelt.
Elders Harolds ongelukkige landing in Bretagne; de valk op zijn hand duidt aan, dat hij slechts op jacht was. Elders hertog Willem, die zijn mannen aanspoort zich goed voor te bereiden voor een doordachte strijd; zijn stoet van aanstormende paarden - rode, blauwe, groene en zwarteheeft een haast apocalyptisch karakter. Het doek is een kleurig epos, heldendicht over een scharniersituatie in de Europese geschiedenis. Nu was een epos, uitbeelding van een roemruchte strijd, in de tijd der minstrelen gewoon. Maar zelfs met een verwijzing naar deze en naar de kerkelijke hongerdoek en de wereldlijke smartlap zien we geen mogelijkheid, dit stripverhaal in het christelijk leven te incorporeren. De afschuwelijkheid van de oorlog, van slachtingen en bloedvergieten, van intrige en eedbreuk, komt zo sterk naar voren, dat geen "Dieu le veut" het kromme nog recht kan maken.
Maar onze vaderen zeiden dat God de Heere met een kromme stok wel een rechte slag kan slaan. Zo heeft deze machtsstrijd in de vroege middeleeuwen ons gebracht tot het Europa van thans. Het Romeinse recht, het latere Karolingische recht, indirect aan het Mozaïsche recht ontleend, werkt nog altijd in deze wereld - hoewel misschien op zijn laatste benen gaande. De normen van fatsoen (hoe aanvechtbaar dit woord ook is; het Franse woord façon bijvoorbeeld betekent: mode) gelden nog in zoverre moord strafbaar blijft, evenals diefstal en meineed; van overspel en ontucht moeten we maar niet te veel meer spreken ...
En de adelstand heeft, voor ze door decadentie devalueerde en door een Franse revolutie de nekslag kreeg, ontegenzeggelijk orde gebracht in een chaotische wereld; biedt ons vandaag nog steeds voorbeelden van waardeerbare menselijke topkwaliteiten. Willem van Normandië heeft de Britse adel in hiërarachie geordend en de nobelen verantwoordelijkheid voor hun ondergeschikten bijgebracht. Door de verlichting, welke de kruistochten meebrachten, werd de slavernij, de horigheid, afgeschaft; werden lijfeigenschap en hand- en spandiensten losgelaten. Zelfs de democratie, zoals we die vandaag zien, is een verwording van een democratie als door mensen als Edward de Belijder en Willem de Veroveraar is voorbereid.
Het oudste stripverhaal is een teken aan de wand. Een tekening van menselijke daden en wandaden. We kunnen niet zo maar zeggen: dit alles heeft de Heere gedaan. We kunnen evenmin zeggen: dit alles is buiten Hem om gegaan. Er is zelfs geen kwaad in de stad, zei Amos, dat de Heere niet doet. Zo bezitten wij thans in Gods grote goedheid vrijheid van denken, van leven, van gezinsleven, van werken, schrijven, lezen; gekregen en behouden.
Goederen waar we niet dankbaar genoeg voor kunnen zijn. En die we - als de nood aan de man zou komen - met alle wapenen zouden moeten verdedigen voor ons nageslacht ...