Hij kan en wil en… mag!
2012-01-21
‘Wat zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem zijn vermogen niet.’ Woorden uit gezang 291 (LvdK). Als Jezus in zijn liefde iets voor ons wil doen, dan kan Hij het ook.- Jaargang 56
- nummer 2
Het verhaal dat in Marcus 1: 40-44 wordt verteld, lijkt een prachtige illustratie hierbij. Iemand met huidvraat valt voor Jezus neer en zegt: ‘Als U wilt, kunt U mij rein maken.’ Die antwoordt: ‘Ik wil het, word rein.’ En dan wordt de man op datzelfde moment rein, enkel omdat Jezus het wil. Maar is het wel zo eenvoudig?
Uitgeworpen als een demon
De genezene krijgt namelijk door Jezus een spreekverbod opgelegd. En hoe! Letterlijk vertaald staat er: ‘hem toebriesend wierp Hij hem terstond uit en zei tot hem: Pas op, dat je niemand iets zegt’. Dat doet denken aan wat Jezus even eerder met de demonen heeft gedaan, waarover we in 1: 34 lezen: ‘Hij wierp veel demonen uit, maar stond ze niet toe iets te zeggen’.
Dat deed Hij toen, om te voorkomen dat die demonen tegen de mensen zouden zeggen, dat Hij 'de heilige van God', de Christus was. Waarom mochten zij dat niet zeggen?
Omdat het niet waar was? Nee, maar omdat zij door het te zeggen de satan een dienst zouden bewijzen. Die wilde de kreet, ‘Jezus is de Christus’, gebruiken om bij het volk verkeerde denkbeelden omtrent het doel van Jezus' komst wakker te roepen.
Zo zal, weet Jezus, ook de genezene de satan een dienst bewijzen, als hij het verhaal van zijn genezing zal rondbazuinen.
Zo-even heeft die namelijk ook al geprobeerd van de man gebruik te maken. Want toen die zei: ‘als U wilt, kunt U mij rein maken’, lag daarin voor Jezus een duivelse verzoeking besloten.
Goddelijke macht
‘Jezus, U beschikt over goddelijke macht, gebruik die dan ook’, daar kwam het op neer wat de zieke zei. Waar hebben we iets dergelijks eerder gehoord? Bij de verzoeking in de woestijn. Daar was het de satan zelf die tegen Jezus zei: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.’ Maar toen zei Jezus daar nee tegen. Hij weigerde zijn macht als Zoon van God te gebruiken om zichzelf te helpen.
Ja maar nu ligt het toch heel anders? Nu wordt Hij opgeroepen om zijn goddelijke macht te gebruiken om een ander te helpen, om een arme stakker te bevrijden van een afschuwelijke ziekte, die hem ook nog eens buiten de gemeenschap van Gods volk plaatst. Is dat niet precies waar Jezus voor op aarde is gekomen?
Goddelijk recht
Zeker, maar Jezus is gekomen om de mensen te redden door aan Gods recht te voldoen. En het is de vraag, of Hij dat zal doen, wanneer Hij enkel omdat Hij het wil, deze zieke zal genezen. Want huidvraat is in de Bijbel niet zomaar een ziekte. Huidvraat is onreinheid.
Van binnen zijn alle mensen onrein: door hun zonden.
Maar bij sommige mensen komt die innerlijke onreinheid naar buiten in de vorm van huidvraat. Iemand met huidvraat is dus pas echt van zijn kwaal af, als hij innerlijk gereinigd is, als zijn zonden zijn weggedaan. En de vraag is, of Jezus dat bij deze man mag doen, of Hij door zomaar zijn zonden weg te vegen Gods recht niet zal schenden.
Want als Hij dat zal doen, dan heeft de satan gewonnen.
Wat zal Jezus doen? Zal Hij tegen de man zeggen: ‘Het spijt me, Ik zou je graag rein willen maken en Ik kan het ook, daar heb je gelijk in, maar Ik mag het niet’?
Dat doet Hij niet. Hij zegt: ‘Ik wil het, word rein.’ En meteen vertoont de man geen spoor van huidvraat meer.
Heeft de satan nu gewonnen? Heeft Jezus zijn eigen wil boven Gods recht gesteld?
Nee, want voordat Hij dat zei, heeft Hij de zieke aangeraakt.
En ook horen we Hem zeggen: ‘ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen’.
Plaatsvervanging
Jezus beveelt de man te handelen volgens de voorschriften van Leviticus 14. Die hielden in, dat iemand die van huidvraat genezen was, een week lang allerlei rituelen moest ondergaan, voordat hij weer in de gemeenschap van Gods volk kon worden opgenomen. Het meest welsprekend was het ritueel dat op de eerste dag moest plaatsvinden. Een priester moest, nadat hij de genezing had vastgesteld, twee vogels nemen. Van die vogels moest er één geslacht worden boven een pot met vers geput water, zo, dat het bloed ervan in het water terechtkwam. Met het zo ontstane mengsel van water en bloed moest de genezene besprenkeld worden. En ook moest in datzelfde mengsel de tweede, nog levende vogel worden ondergedompeld om vervolgens te worden vrijgelaten.
Die tweede vogel kreeg de vrijheid door het bloed van de eerste. En met datzelfde bloed werd de genezene besprenkeld, zodat die in de tweede vogel, zoals die wegvloog in de vrije lucht, een beeld mocht zien van zichzelf: bevrijd door het bloed van een ander levend wezen, dat in zijn plaats gestorven was.
Dat ritueel, zegt Jezus tegen de genezene, moet jij aan je laten verrichten als getuigenis voor de mensen. Dat moet jouw getuigenis zijn over Mij: niet een indrukwekkend verhaal over een machtige wonderdoener, die kan wat hij wil, maar een ritueel dat spreekt van bevrijding door plaatsvervangend sterven. Als je straks in aanraking komt met het bloed van die vogel, denk dan aan Mij, hoe Ik je aangeraakt heb. Toen Ik dat deed, nam Ik jouw onreinheid op me. Een weldra zal Ik, net als die vogel, de dood in gaan om je onreinheid voorgoed weg te doen. Daardoor kon Ik tegen je zeggen: ‘Ik wil het, word rein’.
Wat Jezus toen aankondigde, of liever, aanduidde, dat is gebeurd: Hij is gestorven voor de zonden van die man en voor die van ons. Daardoor kunnen wij nu van Hem zeggen: wat zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem niet alleen zijn vermogen niet, ook Gods recht ontzegt het Hem niet.
Drs. Harry Bruins is theoloog en lid van de NGK Schiedam.