Interessant product of eeuwig behoud?
2008-09-26
'Toen mijn vrouw en ik veertig jaar geleden in Breukelen kwamen wonen, verzuchtten we: Wat een geordende en saaie kerk. En we vroegen ons af: Moeten we ons hier wel bij aansluiten?- Jaargang 52
- nummer 19
Moeten we daar naar toe, naar zo'n traditionele gemeente?' Aan het woord is cultuurkenner Egbert Schuurman. Samen met Arine Brouwer, Ad van der Dussen, Sabine van der Heijden en Joop van 't Hof peilt hij de veranderingen in de kerk en de gevolgen ervan voor de werkers in de kerk.
De Schuurmannen werden toch lid en voelden zich gaandeweg prima thuis in de Nederlands Gereformeerde kerk van Breukelen, waar het 'traditionele' inmiddels behoorlijk van af is.
Schuurman ziet dat tegen de achtergrond van gigantische veranderingen in de cultuur van na de tweede wereldoorlog: 'In het gezin waarin ik opgroeide hadden we geen radio, geen wasmachine, geen stofzuiger.
Vergelijk dat eens met wat de groeiende welvaart, de sterk ontwikkelde medische wetenschap (anticonceptie!) en de moderne media (tv, internet, computer) hebben uitgewerkt. Wie denkt dat de kerk temidden van al die veranderingen dezelfde kan blijven als veertig of twintig jaar geleden, onderschat de kracht en de alomvattendheid van die veranderingen die het hele leven betreffen. Dát de cultuur de kerk verandert is het punt niet, maar de vraag is hóe de kerk verandert.'
Niet meer vanzelfsprekend
Over veranderingen in de kerk gaat het in het rondetafelgesprek. Zoals over de vanzelfsprekendheid in de kerkkeus bij verhuizing naar een andere plaats die echt verleden tijd is.
Mensen kijken een tijd rond en zoeken een kerk die bij hen past. En soms is er maar weinig voor nodig, of mensen wisselen na korte tijd weer van gemeente. Ad van der Dussen: 'Ook vroeger voelden kerkmensen zich meer of minder op hun plek. Maar toen werden er geen consequenties aan verbonden en gingen mensen het niet ergens anders zoeken. Er was meer het besef van trouw: Je bent hier geplaatst, je hoort hier.' Verder is ook het automatisme in de kerkgang aan slijtage onderhevig. Zeker 's middags, maar ook bij de 'eerste' kerkdienst is lang niet ieder in de eigen gemeente te vinden, en niet in het minst, omdat er in de buurt een dominee preekt, die boeiender is.
Spanningen
Waar komen die veranderingen vandaan?
Arine Brouwer signaleert dat mensen sterk gericht zijn op ervaringen die aansluiten bij de eigen gevoelens en behoeften. 'Als je dat niet in eigen gemeente vindt, dan is het daarbuiten wel in de aanbieding - via de media en conferenties.' Dat botst in de kerk met de mensen die vooral trouw en roeping belangrijk vinden.
Zoals ook in andere opzichten de verlangens binnen één gemeente heel verschillend zijn. Arine: 'De één heeft behoefte aan duidelijkheid in de preek - zo moet het, dit is goed en dat fout. Best begrijpelijk bij de vele informatie die op de mensen afkomt en hen onzeker maakt. Dat kunnen overigens zowel ouderen als jongeren zijn: ouderen terug naar de traditie, jongeren op nieuwe wegen, opgedaan in boeken of op conferenties, maar even vierkant en zwart-wit. Terwijl anderen niks hebben met hapklare brokken, maar meer open willen laten. Ik kan zelf toch denken? God is toch veel groter?'
Traditie
Een simpel beroep op traditie en verleden werkt in zulke gevallen niet meer. Joop van 't Hof: 'Vroeger accepteerde men de gang van zaken - zo van: zo gaat het hier nu eenmaalook al voelde ook vroeger de een zich daar meer bij thuis dan de ander. Nu werkt het niet meer als je zegt: we zijn Nederlands Gereformeerd, en dús gaat het er bij ons zo aan toe'. Ook Ad van der Dussen herkent dat: 'Vroeger was het heel bepalend, of je uit een baptistische of een gereformeerde traditie kwam, maar dat is veel minder belangrijk geworden.
Daarvoor in de plaats komen vragen als: hoe functioneert deze gemeente?
Wat voor sfeer is er? Hoeveel vrijheid is er om je eigen beleving gestalte te geven? Daardoor zie je mensen veel gemakkelijker overstappen van een gereformeerde kerk naar een baptistische gemeente en omgekeerd. Dat komt echt uit de cultuur waarin we als kerk leven. Jongeren zijn daar extra gevoelig voor, maar je vindt deze houding echt niet alleen bij hen.' Ook Sabine van der Heijden ziet grote verschillen in de omgang met de traditie én de gevolgen die dat heeft: 'In het bredere kerkelijke landschap in Nederland zie ik dat kerken die vasthouden aan verouderde vormen én kerken die kiezen voor een vrijzinnige inhoud, kleiner worden. En ik zie tegelijk dat de kerken die proberen trouw te zijn aan de Bijbel, maar in hun vormgeving niet vastzitten aan de geschiedenis, groeien'.
Toewijding
Is het gemeentelid dan vooral 'klant' geworden, ten koste van de toewijding - for better and worse?
Schuurman ziet twee bewegingen: meer 'trouw', toewijding en enthousiasme, maar ook meer 'ontrouw'.
Mensen zijn snel actief, maar ook snel weer vertrokken. 'Dat er meer toewijding is, komt doordat de jongeren, maar ook hun ouders zeggen: het komt er nu op aan! Er komt vanuit de wereld zoveel op ons af, dat we ons nu moeten oriënteren op Christus en op Hem alleen. In de gemeente van vroeger overheersten de vormen en werd er nauwelijks over de inhoud van het christelijk geloof gesproken.
Toen ik vijftig jaar geleden belijdenis deed, nou, mijn vader heeft er nog voor gedankt, maar dat was echt geen happening. Daar zat iets heel vanzelfsprekends in. Maar als jongeren nu belijdenis doen, zijn dat keuzes tegen de trend van de cultuur in, tegendraads.
Ze weten: wij zijn een uitzondering in deze wereld. En daarom willen ze helderheid: we hebben niet voor niets gekozen!'. Schuurman ziet het ook terug in de volle jeugddiensten - 'wat gebeuren daar fantastische dingen. Dat moet je als oudere tegen andere ouderen zeggen: kom kijken wat hier gebeurt! Dit zijn mensen die Christus lief hebben! Let daarom niet teveel op de vormen die verloren gaan'.
Sabine van der Heijden zet daar een streep onder. 'Ouderen vragen vooral: is het waar? Jongeren vragen: heb ik er iets aan voor mijn leven? Wat kan ik ermee? Dat is heel wat anders dan: voel ik me er goed bij? Ze willen geen vage, abstracte praatjes, maar ze willen houvast, een criterium in de veelheid van keuzes die onze samenleving biedt en vraagt'. Sabine ziet ook een legitieme kant aan het klantdenken 'Je moet niet zo klantgericht worden dat je het Evangelie verloochent, maar juist laten zien, hoe het Evangelie is wat mensen van nu nodig hebben en aansluit op waar ze ten diepste behoefte aan hebben'.
Behoefte aan gemeenschap
Het gesprek komt op het 'gewone' en het 'bijzondere' van het gemeenteleven.
Ieder is het er wel over eens dat je niet alleen kunt leven van 'super'- ervaringen, daarvoor zijn ze te bijzonder.
Het 'gewone' is er ook en is belangrijk. Zoals de gang naar de tweewekelijkse kring. In Houten zijn alle gemeenteleden in een kring ingedeeld, omdat daar de pastorale basiszorg plaatsvindt. Sabine van der Heijden signaleert dat deze kringen steeds beter functioneren en ziet dat als een medicijn tegen een sfeer van consumentisme: 'Ik hoor in onze gemeente dat mensen veel steun aan de kring hebben, zeker in een periode dat ze het zwaarder hebben; dat mensen uit hun kring dan bijspringen, voor hen bidden. En dat bovenop het gewone van zo'n kring, elke twee weken weer, net zoals er elke week een kerkdienst is. Daar leer je, groei je, bid je voor elkaar, deel je je leven met elkaar. Mensen ervaren daarin veel meer gemeenschap dan vroeger in een uur lang in kerk zitten en dan weer naar huis gaan'. Ook Joop van 't Hof ziet in de kerk niet alleen maar klanten die iets komen halen. 'Mensen zijn er in de kerk niet alleen maar op uit om iets te krijgen, maar ook om ingeschakeld te worden - niet alleen: voel ik me thuis, maar ook: waar ben ik nodig? En wie heeft mij nodig?'
Erg zwaar
Wat betekenen de veranderingen voor de werkers in de kerk? Joop van 't Hof geeft aan dat het hem soms moeite kostte om daarin zijn weg te vinden, hoe noodzakelijk hij allerlei veranderingen ook vindt. Hij ervoer in de voorbije jaren de druk van de steeds grotere perfectie die kerkmensen vragen.
'Ze verwachten altijd en overal kwaliteit. Ze hebben minder geduld om het eens een tijdje aan te zien of om over het geheel van het gemeentelijke leven de balans op te maken: is dit relevant voor mij, wat kan ik ermee? Nee, elk afzonderlijk onderdeel - de inhoud en de vormgeving van de diensten, de catechese, het pastoraat - moet perfect zijn, en daar willen ze ook niet lang op wachten'.
Daarbij komen ook nog eens de uiteenlopende verwachtingen binnen de gemeente, die een predikant soms bijna verscheuren. Van 't Hof: 'Ik voelde me (en soms nog) onzeker vanwege het gevoel de eisen niet aan te kunnen. Er werd zoveel van je gevraagd dat ik dacht: dit trek ik niet meer. En dan ook de diversiteit aan eisen: de een vindt dat je tijdens de preek veel meer contact moet maken met de gemeente, de ander vindt dat preken meer op de traditionele manier moet en zegt: wees maar meer in het pastoraat. Soms krijg je het gevoel dat er aan alle kanten aan je getrokken wordt en dat iedereen wel iets vindt. Er zijn momenten geweest dat ik het erg zwaar vond.' Ad van der Dussen herkent wat zijn collega zegt, maar ziet er ook de positieve kanten van in: 'Het houdt me scherp, het is daardoor zeker niet saai. En je kunt niet op je routine terugvallen. Door alle veranderingen krijg je prikkels om je best te doen en je toe te leggen op wat je goed kunt. Ik vind het een uitdaging om van de diensten en de preken meer werk te maken, omdat dat wordt verwacht en omdat mensen kritisch luisteren. Het is heel gezond, als dominees meer hun best moeten doen.'
Bal toespelen
Van 't Hof ervoer in de moeilijke momenten dat hij vanuit de predikantsopleiding te weinig had meegekregen.
Dat leidt tot de vraag, of daarin wel wordt ingespeeld op de veranderingen rond het predikantschap.
Schuurman begint eerst maar eens bij de regionale poort, waar hij heel wat mis heeft zien gaan. Met predikanten van buiten 'die met veel gejuich werden binnengehaald, maar na een paar jaar weer verdwenen waren'. Maar ook het toelaten van jonge predikanten van eigen kweek vertoont gebreken. Van der Dussen constateert dat de verantwoordelijkheden in de NGK zo gespreid liggen, dat het heel gemakkelijk is om elkaar de bal toe te spelen. 'Ik heb een keer meegemaakt dat bij een voorgesprek met iemand die een regio-examen had aangevraagd, geconcludeerd werd: het is onverantwoord om het examen te laten doorgaan. Toen zei de kerkenraad die zijn getuigschrift had afgegeven: wat fijn dat jullie hem tegengehouden hebben, want wij durfden het niet. Er zijn veel instanties die zich ermee bemoeien. De opleiding kan zeggen: we weten het niet zo goed, maar de gemeente waar hij stage heeft gelopen, moet het maar zeggen. En die zegt: ja, we hebben ook wel wat vragen, maar vraag het de stagebegeleider maar. En die kan nog weer verwijzen naar de gespecialiseerde psycholoog daarvoor. Die moet het dan uiteindelijk zeggen. Met als uitkomst vaak: ja, maar het is wel een erg aardige meneer of mevrouw'.
Schuurman: 'En intussen is het proces zover gevorderd dat de regio zegt: we kunnen niet meer terug' En Van der Heijden concludeert: 'Niemand durft de verantwoordelijkheid te nemen'.
IJkpunten
Daarmee blijft de vraag op tafel, of er bij de opleiding ingespeeld wordt op die hoge eisen aan het predikantschap anno 2008? Sabine van der Heijden signaleert dat het selectieproces in het HBO de laatste jaren strenger is geworden.
'Aan de hand van beroepscompetenties waaraan studenten moeten voldoen, wordt vanaf de propedeuse gekeken: zijn ze geschikt om straks het vak van kerkelijk werker uit te oefenen? Ik hoef het niet meer alleen van mijn gevoel te hebben, maar ik kan nu verwijzen naar de criteria, op grond waarvan ik kan zeggen: dit doe je goed, maar dat doe je niet goed'.
Predikantsopleider Ad van der Dussen erkent dat 'de beroepsvaardigheden bij de predikantsopleiding lang in de schaduw hebben gestaan van de roeping.
Nu zijn er in het studietraject ijkpunten aangebracht, waarmee studenten worden gedwongen zich af te vragen: is het iets voor mij of toch niet? En de opleiders kunnen nu aan de hand van die ijkpunten zeggen: als dit of dat niet verandert, ga je een harde dobber krijgen!' Desondanks blijft Van der Dussen terughoudend om studenten te blokkeren en heeft daarbij de componist Tsjaikovski in gedachten, die wegens gebrek aan talent niet werd toegelaten tot de conservatoriumstudie!
Drie richtingen
En dan na de opleiding: in de gemeente.
Kerkenraden en predikanten zullen samen een weg moeten zoeken, ook als de verwachtingspatronen en verlangens divers zijn in de gemeente. In het gesprek wordt drie kanten uitgedacht.
Arine Brouwer vindt het belangrijk om de tijd te nemen ommet God - een weg te zoeken: 'Ga terug naar de basis: wat vindt onze God ervan? Want uiteindelijk gaan wij gelukkig niet over het voortbestaan van de kerk. Kunnen wij in het Woord van God ontdekken wat wijsheid is in dit soort situaties? Dat kost tijd en het lijkt altijd, of die er niet is. Maar dat is flauwekul, want we hebben de eeuwigheid.
Dat bedoel ik niet vroom, maar dat is echt de enige manier om er uit te komen. Houd je daarmee iedereen te vriend? Nee. Ken je God, ken jezelf en ga dan eens kijken naar al die tegenstrijdige claims, waar predikanten moe en onzeker van worden.' Sabine van der Heijden pleit er als tweede voor dat kerkenraden een visie ontwikkelen op waar ze als gemeente heen willen: 'Als je zelf een heldere visie hebt en van daaruit duidelijk kunt maken, waarom je bepaalde keuzes maakt, dan word je minder heen en weer getrokken door wat dit of dat gemeentelid roept. Het werkt van geen kant, ook voor de predikant niet, als je probeert nu eens deze en dan weer die groep tevreden te stellen'.
In de derde plaats zouden predikanten zich meer moeten specialiseren. Joop van 't Hof: 'Er wordt meer van predikanten gevraagd, en dat is prima, maar je moet niet op twintig terreinen méér vragen. Als één persoon die kwaliteit moet leveren, zoals in het traditionele model met een bepalende rol van de predikant, is dat niet te doen. Dus je moet veel meer specialiseren, al hebben grotere kerken daarvoor meer mogelijkheden dan kleine.' Wat hem betreft, moet het dan ook toe naar minder kleine en meer grote gemeenten met meer (gespecialiseerde) predikanten. Die specialisatie kan ook door gespecialiseerde kerkelijke werkers aan te trekken voor jeugdwerk, pastoraat, missionair werk of muziek of door daarvoor gemeenteleden in te schakelen. Zo kent de NGK Houten een muziekwerker, want, zegt Sabine van der Heijden: 'We hebben het in dit gesprek lang over de preek gehad, maar voor veel mensen is het muziekgedeelte van de dienst minstens zo belangrijk, of ze naar een kerkdienst komen of niet. Het is belangrijk dat predikanten ook in dat opzicht leren: laat de muzikale invulling van de dienst maar door iemand anders doen die dat beter kan dan ik'.
Beschouwen of aanspreken
Niet voor het eerst in het gesprek komt de preek ter sprake, niet voor niets een centraal moment in het werk van de predikant. Joop van 't Hof schreef aanvankelijk zijn preken helemaal uit - 'In de predikantsopleiding was het uit het hoofd spreken uit mijn tijd bij Youth for Christ afgeleerd!' - , maar liep er tegenaan dat de gemeente ze als steriele verhalen beleefde: het communiceerde niet en het inspireerde niet. Van 't Hof: 'De cursus Passie voor preken heeft mij geholpen om de stijl van communiceren tijdens de preek heel anders te gaan doen.
Daar heb ik veel positieve reacties op gekregen en dat heeft me moed gegeven om door te gaan.' Daarover zijn de gesprekspartners het eens: je moet preken niet oplezen, maar contact maken met de gemeente; en geen beschouwing geven over God, maar het hart van de mensen aanspreken met een woord van God.
Van der Dussen signaleert dat het veel studenten tijdens de opleiding grote moeite kost om los te komen van beschouwend preken. 'Acht van de tien preekvoorstellen van jonge mensen die enthousiast beginnen aan de opleiding, hebben de neiging om behoorlijk of uitermate beschouwend te zijn. En dat terwijl de preek als een beschouwing beslist niet uit onze traditie komt. Daarin werd de preek absoluut niet gezien als een beschouwing, maar als een woord van God tot het hart. Dat laatste is dus niet een nieuwigheid die bedacht is uit slechte ervaring met slechte communicatie, maar zit in onze Nederlands gereformeerde wortels.' Waarom studenten dan toch zo gaan preken? Sabine van der Heijden: 'Door de voorbeelden die ze horen, denken ze dat het zo hoort!'
Egbert Schuurman is nog lang niet uitgepraat over wat hij van de preek verwacht.
'Er zit vaak te weinig verrassing in. Ik denk soms: ben je niet te snel klaar? Het Evangelie is zo veelzijdig, heeft zoveel dimensies. Een prachtig voorbeeld daarvan vind ik het boek van de paus, Jezus van Nazareth. Ik heb het inmiddels al heel wat keren cadeau gegeven, ook binnen onze gemeente. Onze dominees kunnen er geen preek uit maken, want dan zeggen de mensen: o, dat heeft-ie van de paus'. Maar volgens Arine Brouwer wil lang niet iedereen in de preek geprikkeld en uitgedaagd worden: 'Er zijn ook mensen in de kerk die tegenover al het verwarrende dat vanuit de wereld op hen afkomt, vooral duidelijkheid willen. Die zeggen: houd het alsjeblieft eenvoudig. Niet weer iets nieuws! Nu even gewoon! Het wordt me veel te ingewikkeld'.
Leven of dood
Ad van der Dussen ziet in discussies over kerkelijke veranderingen het gevaar van simplificering: 'Het is met de relevantie van het Evangelie niet zo simpel als we wel zouden willen. Het zal ons steeds meer parten gaan spelen dat mensen zeggen: ik zie niet in waarvoor ik God nodig heb en waarom het christelijk geloof relevant is voor deze wereld. Je merkt steeds vaker dat mensen (buiten én binnen de kerk) 'geloven in Jezus Christus' niet meer zozeer ervaren als een zaak van leven of dood, maar eerder als iets dat je leven verrijkt.
Het maakt groot verschil, of je komt voor een interessant product dat je elders niet kunt krijgen of dat je zegt: ik kom hier voor mijn eeuwig behoud. Alles wat we gezegd hebben over dat mensen weer graag naar de kerk komen en toegewijd zijn en trouw en dat het moet gaan om de essentie, dat brengt ons ten diepste bij de vraag: wat is dan die essentie en hoe komt het dat die essentie voor veel mensen zo is vervaagd of dubieus is geworden?
Aan die onderliggende, heftige vraag hebben we als kerk in het Westen onze handen vol. En die vraag slaat ons tegelijkertijd met stomheid. Daarom geloof ik er niet in dat we, als we maar een goed organisatorisch model hebben, weer twintig jaar vooruit kunnen'.
De anderen herkennen dat essentiële.
Egbert Schuurman: 'Onze cultuur is zo relativistisch, zo individualistisch, zo zelfvoldaan dat men geen behoefte meer heeft aan het Evangelie. Het eeuwigheidsperspectief is totaal weg.
Het Evangelie is allereerst relevant voor de eeuwigheid, het gaat over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde die ons door God worden geschonken. In die verwachting heeft het Evangelie betekenis voor het hier en nu. Leef uit dat geheim: niet dwingend, maar uitnodigend! En als mensen daar passie voor krijgen - passie voor God dus! - worden andere conflictbronnen in de gemeente minder relevant. Dan gaat de druk daar wat af'. Joop van 't Hof ziet de eerder aangedragen oplossingen als noodzakelijk om energie vrij te maken voor dit cruciale punt. 'Juist omdat het er om gaat te laten zien dat het Evangelie van Jezus Christus levensnoodzakelijk is, wil ik dat het bij de mensen binnenkomt En dan raakt het me zo, als ik het gevoel heb dat het niet communiceert of dat je energie wordt opgezogen door andere dingen in de gemeente, waardoor
het er juist op dat wezenlijke punt niet uitkomt.'
Het gaat over mij
Sabine van der Heijden: 'Ik sprak pas een jongen bij ons uit de kerk, zo halverwege de twintig, die via zijn vriendin van buiten de kerk tot geloof was gekomen. Die zei: Ik ga naar de kerk, ik zit daar, die dominee begint te praten en ik hoor: Hé, het gaat over mij! Hoe weet die man dat allemaal over mij? En elke week weer! Dat is volgens mij relevant zijn: in de preken en verder ook in je hele manier van gemeente zijn. Stel de vraag maar: Wat zou onze woonplaats missen, als onze kerk dicht
zou gaan?'
Hij doet het
Arine Brouwer heeft, kijkend naar alle veranderingen in de kerk en alle vragen die daarin meekomen, de gedachte: 'Wat heerlijk dat wij er uiteindelijk niet over gaan. Dat vind ik toch zo'n bevrijding. Ons is gevraagd om te doen wat onze hand vindt om te doen: om God lief te hebben en onze naaste als onszelf, en dat is het. De rest doet Hij en dat dóet Hij dan ook.
Als ik de zwaarte en het appèl van de laatste fase van het gesprek op me laat inwerken, dan raakt me dat heel erg. Dan denk ik: Wat een opluchting, God weet dat! Ik kan straks gewoon eten gaan koken en genieten'.
Ad de Boer is redacteur van Opbouw.
| Arine Brouwer-Holwerda verzorgt via de STAGG toerustingscursussen voor ambtsdragers en gemeenteleden en is lid van de NGK Eindhoven Dr. Ad van der Dussen is kerndocent aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding en predikant van de NGK Eindhoven. Sabine van der Heijden is docente jeugdwerk aan de CHE en jeugdouderling van de NGK Houten. Joop van 't Hof verwisselde eerder deze maand het predikantschap in de NGK Voorthuizen/Barneveld voor dat in de NGK Leerdam. Prof. dr. Egbert Schuurman is emeritus hoogleraar reformatorische wijsbegeerte, Eerste-Kamerlid voor de ChristenUnie en lid van de NGK Breukelen. |