Wat een stom verhaal!
1980-01-04
Gewoonlijk is één van de eerste dingen die ik aan mijn leerlingen vertel, als ik met literatuur begin, een ervaring uit mijn beginperiode als leraar. Een heel intelligente jongen uit de vijfde klas van de h.b.s.-B had een opstel geschreven over de relativiteitstheorie van Einstein. Hij vertelde daarin o.a. dat één van de uitvloeisels van die theorie zou kunnen zijn: Iemand wordt met onvoorstelbaar grote snelheid de ruimte ingeschoten en is bij zijn terugkeer b.v; drie maanden ouder geworden maar alle mensen op aarde vier maanden. Ik plaatste in de marge de opmerking: Dat is natuurlijk onzin! Hij kwam later, netjes na de les, zo was hij wel, bij me en zei: "Mijnheer,als u iets niet begrijpt, mag u het nog geen onzin noemen!"- Jaargang 24
- nummer 1
Uitgelachen? In de klas heeft dat verhaal vrijwel steeds hetzelfde effect: ze vinden het prachtig dat daar de stommiteit van een leraar aan de kaak werd gesteld. Ik vertel er dan maar bij dat dit nou een typisch alfabetische was: een stommiteit van een alfaman over een bètakwestie, Een woordspeling op de koop toe dus. Zo Ieren ze nog eens wat!
Helaas, in dezelfde les kan het gebeuren dat iemand na het lezen van een modern gedicht zegt: "Wat een stom gedicht!" En als ik dan vraag: "Heb je het begrepen?", is het antwoord meestal ontkennend.
Jaren, vele jaren geleden heb ik eens een stukje geschreven in een blaadje dat al lang ter ziele is (en waarin ds Van der Ziel nogal eens schreef). Het heette: Contact. Onder het opschrift: Van Datheen tot Lucebert, heb ik toen in jeugdige verontwaardiging gereageerd op wat ds Van Dijk uit Groningen in een kerkblad had geschreven. Dat kwam hierop neer: zijn catechisanten beweerden de oude taal van de Heidelbergse Catechismus niet te kunnen volgen, terwijl zij voorgaven de onzin van de moderne experimentele poëzie wel te begrijpen! Ik neem aan dat u wel ongeveer 'aanvoelt wat ik toen heb gezegd.
Twee soorten beoordelingsargumenten
Wie zegt: "Dat is een stom verhaal", gebruikt in feite twee overwegingen. In de eerste plaats is dit een emotivistisch argument. Het woord emotief betekent (volgens Van Dale): de gemoedsbewegingen betreffend of deze opwekkend. Wie het vreemde woord te geleerd vindt klinken, mag wat mij betreft ook zeggen: het is een gevoelsargument. Net zoiets als: wat mooi, wat lelijk, wat spannend. En nu dus: wat stom! Dat wil zoiets zeggen als: vervelend, oninteressant.
Maar tegelijk wordt er een rationeel, verstandelijk criterium gehanteerd: daar staan domme dingen.
Nu heeft iedereen het recht een verhaal, roman of gedicht "stom" te noemen; iedereen mag zeggen: "Daar staat onzin!" Maar dan mag wèl verwacht worden dat zo'n oordeel gebaseerd is op een niet al te oppervlakkig onderzoek. En dát ontbreekt nog wel eens! Zo'n afkeurend oordeel wordt nogal eens èrg vlot uitgesproken. Net als de Z.g. morele argumenten die ook vaak uit gevoelsmatige reacties ontstaan: Dat is een vies boek! Bij ons op het dorp was een particuliere uitleenbibliotheek. Bepaalde boeken waren op de rug vaneen 'grote R voorzien: Realistisch. Maar die mocht ik niet lezen.
Die waren vies!
Smaken verschillen!
Met woordspelingen moet je toch wèl oppassen. Ik vind sla, augurken en uien: Vlies!Een kwestie van smaak. Misschien ook van opvoeding? Mijn ouders hebben echt hun best gedaan, maar nog steeds kan ik slechts met de grootste tegenzin een slaatje naar binnen werken, ik gruw ervan! Als ik nu probeer iemand ervan te overtuigen dat een bepaald boek toch echt niet zo stom is, saai, vervelend of zelfs vies, heb ik wel eens het gevoel dat ik net zo bezig ben als die mensen die tegen mij altijd zeggen: "En sla is toch zo gezond!"
Appelmoes en peertjes schijnen daarentegen helemaal niet zo goed te zijn. Maar wel lekker!
Een hele boel mensen smullen ook van de goedkope liefdesromannetjes. Moet ik dat plezier dan bederven? Ik meen dat ik er een ander genoegen voor in de plaats kan geven!
Smaak is ook aan te leren. Uiteindelijk eet ik nu ook vrijwel uitsluitend bruin brood; ik verkies het nu zelfs ver boven wit! En ik blijf maar hopen dat in elk geval een aantal van mijn leerlingen plezier in goede literatuur zal krijgen. Of het helemaal zal lukken? Ik blijf in dezen realistisch: tenslotte heb ik ook nog steeds een hekel aan sla!
Dit zijn beslist geen stomme boeken!
Kortgeleden heeft de heer Milo in Opbouw iets verteld over het boek van Riohard Adams: Waterschapsheuvel. Aanbevolen! Een boek over konijnen die op bijna menselijke wijze hun samenleving inrichten en verdedigen. Toch beslist geen stom boek, En wat denkt u van onze middeleeuwse "topper": "Van den vos Reinaerde"? Er is net een goede uitgave van verschenen als Prisma pocket. U vindt er, behalve de oude middeleeuwse tekst, een moderne vertaling in. Evenzeer aanbevolen! Omdat mij gevraagd is, eens wat boeken te noemen die "de moeite van het lezen waard zijn", zal ik een kleine greep in de boeken van mijn voorkeur doen. Bij wijze van uitzondering nu eens alleen buitenlandse, in het Nederlands vertaalde boeken.
Kostelijk is: De werkers van het elfde uur, door Bruce Marshall. Ik citeer uit de laatste bladzijde:
De trein ratelde voort door de tunnel, maar de abbé lette niet op de stations, want hij dacht na over Gods geheimen en hoe weinig hij ervan begreep. Eén ervan evenwel meende hij te gaan begrijpen en dat was waarom de werkers in de wijngaard allemaal een tienling kregen, of ze nu de hitte van de dag gedragen hadden of niet. Hij geloofde dat het was, omdat zoveel van de arbeid zijn eigen beloning was, juist als zoveel van de wereld zijn eigen straf was. Abbé Gaston besefte plotseling dat hij als priester zeer gelukkig was geweest. En zelfs nu, nu hij blind en kreupel was, nu hij kilometers epistels en evangelies uit zijn hoofd moest leren, zelfs nu wist hij dat hij gelukkig zou zijn als inwonend kapelaan bij de zusters.
Verder wil ik, zonder toelichting, noemen:
G. Orwell: 1984.
Kazantzakis: Christus wordt weer gekruisigd.
V. Georghiu: Het 25e uur.
A. Huxley: Heerlijke nieuwe wereld.
Ik kan me niet indenken dat u bij het lezen van één van deze boeken zuIt zeggen: "Ik begrijp het niet". Of nog erger: "Dat is onzin!"