Kernbewapening
1980-01-11
Onder de broeders en zusters in verschillende gemeenten zijn de laatste weken heftige gesprekken gevoerd naar aanleiding van het Kamerdebat over de kernbewapening.- Jaargang 24
- nummer 2
Geen wonder, want iedereen weet zich erbij betrokken. Het gaat om je leven en om dat van je kinderen en van de volken. Dat de discussies om zo te zeggen ook binnen de muren van de kerk met felheid geleverd worden, als een veldslag, is evenzeer begrijpelijk, want Gereformeerde Kerken zijn nooit a-politiek geweest, ook al hield men over het algemeen niet van politieke preken. Maar het behoeft niet eens de preek te zijn, die de broeders gegrepen heeft.
Het is weer als in de jaren van de oorlog: de psalmen herleven. Ik wil er enkele noemen, die we gezongen hebben en misschien wilt u ze even opzoeken, in de nieuwe berijming. Psalm 14 vers 4, Psalm 20 : 5 en Psalm 76. Dan zijn er bovendien nog enkele psalmverzen, die de bekende woorden van het Wilhelmus hebben: mijn schild en mijn vertrouwen is de HERE. Voor de radio hoorde ik een Geref. hoogleraar zeggen, dat de vaderen de spreuk hadden: Vrees God en houd je kruit droog.
Ja, dat is bekend; dat werd op school al verteld. Maar iedereen die midden in een Christelijke gemeente staat, zit met de vraag, of dat eerste, het vertrouwen op God, wel net zo sterk leeft, of sterker, dan het tweede, de bewapening. Dat eerste leeft in de psalmen. Ze zijn het geloofsbezit van de gemeente. Haar belijdenis. Of niet soms? Ik denk dan maar weer aan de psalmen, die ik daarnet noemde. Je kijkt er niet van op, als de gemeente ze bijna aarzelend zingt. Niet vanwege de wijs. Maar omdat iedereen voelt: Het vraagt nogal wat van ons, om dit met mond en hart te belijden.