Eerherstel voor Galilei

1980-01-11
  • Jaargang 24
  • nummer 2
Paus Paulus Johannes heeft onlangs een soort rehabilitatie uitgesproken ten gunste van de natuurkundige Galilei. Jawel, we spreken over die Galilei, die in 1616 en 1633 door de R.K. Kerk is veroordeeld wegens deze ketterij: dat de aarde om de zon zou draaien en niet andersom. De paus ging verder. Hij sprak de hoop uit, dat theologen, wetenschapsmensen en geschiedkundigen zich in het geval-Galilei zouden verdiepen en in oprechte samenwerking het wantrouwen opheffen, dat deze zaak nog altijd oproept. Hij hoopte op een vruchtbare eensgezindheid tussen wetenschap en geloof.

Dat klinkt allemaal nogal plechtig en vreedzaam en clerikaal. Wie er aan voorbijloopt herkent duidelijk de gezalfde toon, waarvan de inhoud hem niet kan schelen. Maar wie geluisterd heeft blijft even stil staan. Want wie was Galilei? Welke ketterij stond hij voor, dat hij twee maal veroordeeld moest worden? Wat bewoog de huidige paus, dat hij zijn voorganger van 350 jaar geleden voor H. Schut zette?

Galileo Galilei is in deze kolom geen onbekende. Hij is het bekendste voorbeeld van een mens, die iets ontdekte dat in strijd met de letter van de Schrift scheen te komen. Waarom hij uitgestoten werd. Zijn meest opzienbarende uitspraak was, dat Copernicus gelijk had gehad met zijn opvattingen van draaiende hemellichamen en een stilstaande zon. Copernicus had dit uiteengezet in een boek, dat veel eerder was verschenen maar niet veroordeeld. Nu Galilei in 1610 Copernicus bijviel, veroordeelde het Heilig Officie zowel Galilei als Copernicus. Dat was in 1616.
Galilei mocht niets meer leren van dit soort ketterij. De Bijbel sprak immers van een opgaande zon en van een ondergaande zon en van een zon, die bij hoge uitzondering stil kon staan. In 1624 deed Galdei een poging bij een nieuwe paus, om de uitspraken van 1616 ongedaan te krijgen.
Tevergeefs. In 1632 publiceerde hij de kwestie opnieuw, nu listig in dialoogvorm opgesteld. De kerk liep er niet in. Het gevolg was dat Galilei in 1633 veroordeeld werd, om openlijk zijn "dwaling" af te zweren; voor Gods aangezicht te verklaren dat hij het mis had. De legende zegt, dat hij daartoe gekerkerd en gefolterd is - vandaag staat dat laatste niet vast. Wel staat vast dat hij een dag na zijn veroordeling zijn "dwalingen" inderdaad heeft afgezworen en stadsarrest heeft gekregen voor levenslang. Wat hij daarbij als wetenschapsman heeft gedácht kunnen we beter onbesproken laten.

Galilei was geen domoor. Hij was hoogleraar in de wiskunde en de astronomie, hij ontdekte de vier manen van Jupiter en de schijngestalten van Venus. Zijn voornaamste publicatie ging over de grondslagen van de mechanica, als de val en de worp, de slingertijden, de structuur van het maanoppervlak en de zonnevlekken. De ontwikkeling der natuurwetenschappen in de vorige eeuw, die de basis gelegd heeft voor de technische explosie van deze eeuw, is aan de invloed van Galilei te danken.

Dan is het duidelijk, dat iemand die zulk wereldomvattend wetenschappelijk werk heeft verricht, na driehonderdvijftig jaar geen eerherstel meer behoeft. Hij hoeft van ons geen gelijk te krijgen - dat gelijk heeft hij altijd gehad. Maar dat een Paus als Paulus Johannes, die sympathieke Pool, vandaag nog probeert Galilei in zijn eer te herstellen is toch eigenlijk lachwekkend. Of niet? Wie heeft nu eerherstel nodig: Galilei of de betuttelende kerk van de zeventiende eeuw? Iemand (Peter Kloos in het Alg. Handelsblad) schreef: van de veroordelende paus kan men achteraf nog zeggen dat hij niet beter wist. Maar van de huidige paus kan niemand straks zeggen, dat hij niet beter wist!

Wát niet beter wist? Wel, dat de kerk alle eeuwen door zich aan haar eigen kinderen vergrepen heeft. Dat de kerk altijd heeft getracht haar wetenschapsmensen, haar denkers, haar dichters, de mond te snoeren, wanneer de overgeleverde inzichten gevaar liepen. Onverschillig in welke eeuw, onder werk mom en onder welke naam, zijn mensen in de houdgreep genomen teneinde ze te laten inslikken, wat ze aan onwelgevalligs zouden moeten zeggen. Zoals de Heiland het eens uitriep: Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en de apostelen stenigt - zo is het talloze malen gegaan. Wanneer de wereldkerk van Rome begint al haar verstoten kinderen in eer te herstellen, dan is het eind niet te overzien.

Wat zou Paulus Johannes vandaag van Martin Luther denken? En wat van Johannes' Calvijn? En wat van de protestanten, die vervloekt zijn vanwege hun leer? Wat van Jan Canin te Dordrecht, de drukker van de eerste Nederlandse Gereformeerde Bijbel, de man die in 1571 werd verbrand?
Wat van Pierre Teilhard de Chardin, die altijd het compromis' tussen geloof en wetenschap zocht, maar wiens boeken niet tijdens zijn leven konden verschijnen?

En - goed voorgaan doet goed volgen - wat zullen de jongere kerken zeggen van haar verdrukte en uitgestoten zonen? Krijgen we straks ook eerherstel van ds Hendrik de Cock? Voor dr K. Schilder? En voor de volgende patiënten? Krijgen we zuiveringsprocessen voor ... nee, we komen te dicht bij huis om nog namen te noemen.

Laten we nog even objectief blijven. We denken aan dr Edward Schillebeeckx van Nijmegen, de theoloog die deze maand voor de tweede maal op het matje te Rome is geroepen. Zal hij intussen afgezet zijn of monddood? Zal hij nog tot aan een derde verhoor zijn gang mogen gaan? Een pastoor zei ons eens: wat jullie protestanten in vier eeuwen hebben bereikt moeten wij in veertig jaar inhalen - begrijp je dat er wel eens brokken vallen?

Dr Albert Schweitzer is tientallen jaren door de protestantse orthodoxie verguisd geweest als een modern theoloog en humanist. Foei. Maar veel te weinig is onder ons bekend: dat al onze predikanten het escatologisch karakter van de Evangelieën pas door Schweitzer hebben begrepen. En zo heeft Schillebeeckx een groot aantal theologische heilige huisjes moeten opruimen, niet uit dépit voor gezegde huisjes - maar omdat zijn theologische visie, zijn wetenschappelijk verstaan van de Schrift, al die heilige huisjes overspande, er geen plaats voor zag!

In haar prijzenswaardige ijver om te behouden wat ons is overgeleverd, heeft de kerk krampachtig, alle eeuwen door, zelfs de misverstanden overeind gehouden. In onze eigen geloofsbelijdenis (art. 4 N.G.B.) is de brief aan de Hebreeën nog altijd toegeschreven aan Paulus; geen zinnig theoloog zal dat vandaag volhouden, maar de belijdenis heet onaantastbaar.

Dat bij de vertaling van Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus ds P. Datheen de uitdrukking "de Sabbath, dat is de rustdag" heeft binnengesmokkeld (waardoor de feestdag tot een verbodsdag is geworden ... ) wordt tot vandaag voorbijgezien. Dat een aantal protestanten in Calvijn's dagen beweerde: dat wij na onze dood "van stonden aan" zalig zullen zijn, kon door Calvijn verdragen worden, mits er geen leer van gemaakt werd. Maar sedert die term in Zondag 22 van de H.C. werd opgenomen, is deze officiële gereformeerde leer geworden, bindend voor geloof en geweten. Zo zouden we lang kunnen doorgaan. Niet om leed te veroorzaken, maar om de stroom van leed te helpen afdammen.

Als de kerk dicht bij de Schrift leeft en objectief tegenover eigen belijdenis blijft staan zal zij voorzichtig worden met de haar toevertrouwde gelovigen. Er is een leger groeiende van buitenkerkelijke gelovigen. We komen niet meer klaar met de belijdenis te citeren over "buiten de kerk geen zaligheid". Ze zijn er, de Christgelovigen, die Jezus de Heer noemen - maar in de officiële kerk geen vrije plaats vinden.

Het is goed en fijn zijn geloof te belijden. En geloof belijden is: zodanig geloven, dat het lijden erbij aanvaard wordt. Maar het kan nooit goed zijn, ánderen te laten lijden voor ons geloof. Doen we dat toch dan zinnen onze nazaten straks op eerherstel voor onze slachtoffers.
Toch is hij van grote betekenis geweest voor de vernieuwing van de protestants-christelijke letterkunde in de periode tussen de beide wereldoorlogen. Met een groep jonge literatoren schreef hij toen in het tijdschrift "Opwaartsche Wegen". In het Cahier van Kok worden, naast een biografie en een bibliografie, vier korte verhalen afgedrukt, uit de in 1930 verschenen bundel "Verhalen", die zich alle afspelen in Nijstad, waarmee ongetwijfeld Zwolle is bedoeld. De hoofdpersoon is de bakker Abtman. Hij begint, kort na z'n trouwen, een eigen bakkerijtje. Het zaakje gaat failliet, doch wordt na een geldlening weer voortgezet. De vier verhalen geven een typerende kijk op het leven van de kleine middenstander uit die tijd.
Graag had ik ook nog iets gelezen over de romans .Lichting '18" en "Beumer & Co", maar helaas dat vond ik niet. 't Boekje 210u dan trouwens te dik geworden zijn. Misschien een volgende keer. ’t Geschrevene is overigens boeiend genoeg.

Het tweede cahier, over Geerten Gossaert, pseudoniem voor Frederik Carel Gerretson, is niet minder pakkend.
Dze woordkunstenaar is het meest bekend om zijn enige gedichtenbundel "Experimenten". Uit dit werk, dat 60 gedichten bevat, worden er 17 overgenomen, d.i. bijna een derde deel van de hele bundel.
Dat geeft wel een heel goede indruk van Gerretsons poëzie. Gerretson leefde van 9 februari 1884 tot 27 februari 1958. Hij heeft een wonderlijke levensloop gehad. Voor de handel bestemd, sloeg hij een andere weg in, nl. die van de studie. Hij studeerde klassieke talen, wijsbegeerte, sociologie, economie en promoveerde te Heidelberg op een sociologisch onderwerp.
Dat deze uitermate intelligente mens z'n geloofsstrijd heeft gekend, is in zijn gedichten niet verborgen gebleven.
Zijn meest bekende gedicht is, dacht ik, dat met het in 't grieks geschreven opschrift, dat in onze taal betekend: Aan God. Het is ook in dit cahier afgedrukt.

Laat nu, in angst en pijn,
Meester, mij niet alleen...
Wien heb ik buiten U?
Immers niet één?


't Liefste dat Jeugd gewon
Naamt Ge mij, liefde en eer.
"k Zweeg. Dat de Dienaar niet
Twist' met den Heer!

Vordert Gij alles nu?
'k Zwijg. Want ook dat is recht.
Zijt Gij de Meester niet?
En ik de Knecht?

Maar blijf bij mij, blijf bij mij,
Blijf mij mij,o mijn God!
Maak niet Uw woord te schand,
Maak niet Uw trouw ten spot!

Hoort...om mijn eenzaamheid
Hoont U 't gemeen ...
Laat mij, in angst en pijn
Meester, niet gansch alléen!


Ook het gedicht van de zoon die zijn moeder verliet, maar altijd welkom was, is opgenomen. Gelukkig kwam de zoon terug en hoe hij ontvangen werd moet ik even doorgeven:

En toen, na jaren,
Melaatseh, een zwerver
Ter poorte klaagde:
Uw zóon keert weer ...
Zag zij hem aan en
Vond geen tranen,
Voor zoveel vreugde geen tranen meer.


Buiten de gedichten zijn nog enkele artikelen en toespraken opgenomen' die de dichter en de geleerde goed doen uitkomen. Het is met dit cahier, als met het eerstbesprokene: Het maakt nieuwsgierig naar het andere werk van de schrijver of dichter.
En daar gaat het om! Een volgend maal, D.V., over de twee andere boekjes.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief