Gereformeerde Oecumenische Synode (2)

1980-11-07
  • Jaargang 24
  • nummer 42
2.4. De politieke en sociale roeping van de kerk

De G.O.S. van Kaapstad-1976 besloot aan een studiecommissie op te dragen om de kerken te dienen met een rapport over de politieke en sociale roeping van de kerk Vorig jaar deed deze commissie waarvan prof. dr. K. Runia samenroeper was en ook de tweede ondergetekende deel uitmaakte, de ruim 100 pag. tellende studie "de kerk en haar sociale roeping" het licht zien. Deze studie werd door de G.O.S. in Nîmes o.i. terecht in de aandacht van de lidkerken aanbevolen om er grondig op te studeren en mee te werken. Enerzijds geeft het rapport een helder overzicht van de verschillende visies op de politieke/sociale roeping van de kerk en een grondige doorlichting vanuit de Schrift van de meest toonaangevende filosofieën en theologieën op dit terrein. Anderzijds gaat het rapport zeer uitvoerig in op wat conform het onderwijs van de Schrift positief over de verantwoordelijkheid van de kerk tegenover het politieke en sociale leven te zeggen valt. Het rapport bevat een schat aan Bijbelse gegevens over de opdracht van de gemeente van Christus in het algemeen en ten aanzien van politiek en samenleving in het bijzonder.
De roeping van de kerk in dezen wordt in het rapport naar twee kanten afgegrensd. Tegenover hen die de kerk elke politiek/sociale roeping ontzeggen, concludeert het rapport uit de Schriftgegevens, dat de kerk, wil ze echt kerk zijn, haar politiek/sociale taak niet kan en mag ontlopen.
Het Koninkrijk Gods omvat de gehele wereld, Jezus Christus is Heer over de gehele schepping, het Evangelie richt zich tot de gehele mens: daarom gaat het in de prediking van het Evangelie van het Koninkrijk niet alleen om de ziel, maar om het complete leven van de mens, in al zijn verbanden en relaties. Daarom kán de kerk het politieke en sociale leven niet buiten verkondiging, voorbede, diakonia en toerusting houden, op straffe van ontrouw te worden aan haar wezenlijke opdracht.
Maar tegelijk grenst het rapport de politiek/sociale verantwoordelijkheid van de kerk ook af naar hen die de taak van de kerk daarin laten opgaan en Christus' gemeente omturnen in een politieke actiegroep. De verkondiging van de kerk moet Wóórdverkondiging blijven, ook waar die verkondiging gaat over de politieke vragen en maatschappelijke problemen van vandaag. De kerk moet, staande in de politieke en sociale wereld van vandaag, de geesten die daarin en daarachter werken, onderscheiden en beproeven, of ze uit God zijn of uit satan, en doorlichten welke ontwikkelingen daarin Gods Koninkrijk tegenstaan dan wel bevorderen. Dat bewaart de kerk ervoor de zoveelste politieke partij te worden of de zoveelste pseudo-deskundige organisatie die sociaal-politieke programs of blauwdrukken voor de toekomst ontwerpt - en soms ook in praktijk probeert te brengen - om de hedendaage problemen op te lossen.
Deze benadering maakt het rapport van de G.O.S.-commissie tot een uiterst waardevolle wegwijzer temidden van de wirwar van meningen die op dit terrein opgeld doen. We hopen dat het, ook al is het in het Engels geschreven, zijn weg zal vinden binnen onze kerken. Datzelfde hopen we dan van een twintigtal samenvattende uitspraken die de G.O.S. zelf op basis van het rapport deed over de speciale roeping van de kerk en waarvan het de bedoeling is dat ze binnenkort in het Nederlands worden vertaald.
Overigens laat de G.O.S. het niet bij deze eerste studie. Er komt een nieuwe commissie die een aantal "eindtijdelijke" ontwikkelingen - zoals de opkomst van kernbewapening en -energie, computer- en bio-technologie, milieuvervuiling, abortus en euthanasie, en het streven naar een wereldeenheidsstaat - vanuit het profetisch Woord van God moet doorlichten.
Een tweede commissie concentreert zich op het vraagstuk van de mensenrechten en hoopt de G.O.S.-kerken en de leden van deze kerken te dienen met een bezinning op deze aktuele problematiek vanuit de Bijbelse visie op de mens. Het zijn allebei studies die we o.i. hard nodig hebben.

2.5. Zuid-Afrika

Was de Zuidafrikaanse rassenproblematiek in de voorbeschouwingen getypeerd als een "zeker" terrein van confrontatie en controverse, de werkelijkheid in Nîmes was bepaald anders.
Al diverse synodes hebben zich in het verleden beziggehouden met de rassenverhoudingen in Zuid-Afrika. Begrijpelijk, waar maar liefst 14 kerken uit dat land - blank en niet-blank - lid van de G.O.S. zijn.
De G.O.S. heeft steeds vanuit de Schrift nee gezegd tegen het verbod op raciaal gemengde huwelijken en met name de blanke kerken opgeroepen om in eigen kring ernst te maken met het onderwijs van de Schrift inzake de eenheid van het lichaam van Christus, ongeacht verschillen in ras en cultuur.
De weigerachtige houding van vooral de blanke N.G.-kerk om hieraan gehoor te geven en de toegenomen spanningen in Zuid-Afrika - kerkelijk en politiek - wettigden de verwachting van een botsing tussen blanke en niet-blanke Zuidafrikaanse afgevaardigden.
Die botsing bleef in Nîmes echter uit. In het debat naar aanleiding van het rapport van de voorbereidende commissie o.l.v. de chr. geref. dr. K. Boersma toonden de blanke afgevaardigden zich aanvankelijk nogal narrig en geïrriteerd over het verwijt, dat hun kerken de ernst van de situatie in Zuid-Afrika niet inzien en niet serieus naar oplossingen zoeken. Verrassend was daarna de opstelling van tal van zwarte en kleurling-afgevaardigden uit Zuid-Afrika en ook uit andere Afrikaanse landen. De één na de ander betoogde, overtuigd te zijn van de oprechte begeerte van de blanke kerken om de problemen in Zuid-Afrika op te lossen. Ze erkenden dat er op belangrijke punten meningsverschillen bestaan met de blanke kerken, maar hamerden er tegelijk op dat zware druk van buitenaf in dat opzicht niets oplost. Alleen constructieve kritiek helpt ons verder, er zijn geen toverformules voor Zuid-Afrika, we hebben nog een lange weg te gaan, en alleen als blanke en gekleurde kerken sámen kunnen we uitwegen uit de crisis vinden, was de teneur van hun spreken. En waar een enkele niet-blanke afgevaardigde radicalere geluiden deed horen, gebeurde dat toch vanuit een beleden diepe geestelijke verbondenheid met de leden .van de blanke kerken. Wel drukten veel niet-blanke afgevaardigden de blanke kerken op het hart om de geweldige politieke invloed die ze hebben ook metterdaad ten goede te gebruiken. Uiteindelijk deed de G.O.S.
een dringend beroep op alle G.O.S.-lidkerken in Zuid-Afrika om alles te doen wat in hun vermogen ligt om de structuren van radicaal onrecht te verwijderen. Een voorstel om dit appèl alleen te doen op de wee blanke G.O.S.-kerken in Zuid-Afrika werd verworpen.

Dat het verrassende verloop van de bespreking rond deze zaak niet losstaat van het feit dat radicale gekleurde kerkleiders in Zuid-Afrika gebleven waren, mag waar zijn, niettemin bewees de discussie in Nîmes, dat een deel van de Zuidafrikaanse zwarte christenen nog een gespreksbasis ziet met de blanke kerken. Het was onzaglijk jammer dat geen der blanke afgevaardigden uit Zuid-Afrika er publiek blijk van gaf het signaal van hun zwarte broeders begrepen te hebben: ieder teken van hun hoop van hun kant bleef uit. Ook hun geringe bereidheid om te luisteren naar de gereformeerde broederschap in de wereld heeft ons erg teleurgesteld.
Niettemin is de G.O.S., na de verbreking van. diverse banden tussen Nederlandse en blank-Zuidafrikaanse kerken, één van de laatste kanalen via welke een christelijke dialoog met de kerken in Zuid-Afrika mogelijk is en één van de weinige platforms waarop vertegenwoordigers van blanke en niet-blanke kerken uit dat land elkaar nog ontmoeten. Dat het Interim Committee de opdracht meekreeg van de G.O.S. om in de komende jaren opnieuw met de kerken in Zuid-Afrika te gaan praten - na de intensieve ronde-tafelgesprekken van blanke en niet-blanke Zuidafrikaanse gereformeerden die het in 1978 wist te organiseren - is dan ook een goede zaak.
Het illustreert dat de G.O.S. de weg van geweld en confrontatie afwijst en blijft kiezen voor de verzoening en voor het gesprek rond een open Bijbel.
In een wereld waarin polarisatie, geweld en boycot rond Zuid-Afrika steeds meer de toon aangeven, is het openhouden en versterken van dit communicatiekanaal een gebiedende eis.

2.6. Onderlinge gemeenschap

Hierboven hebben we geprobeerd iets in kaart te brengen van wat er tijdens de officiële vergaderingen besproken en besloten werd. Veel lelijker is het uiteraard om een indruk te geven van de vele persoonlijke, niet-officiële ontmoetingen die we hadden met broeders uit de G.O.S.-kerken. Toch zijn het niet in de laatste plaats deze contacten geweest die voor ons het bezoek aan de G.O.S. tot een vreugdevolle en stimulerende ervaring hebben gemaakt. Het waren vooral die persoonlijke gesprekken buiten de vergaderingen die aanleiding gaven tot vreugde, dankbaarheid, verwondering, bemoediging en beschaamdheid. Vreugde over de grote daden van onze God op zoveel plaatsen van onze aardbol. Dankbaarheid voor de onderlinge herkenning als broeders in de Here Jezus Christus ondanks verschillen in taal, huidskleur, cultuur en kerkelijke traditie die je er voortdurend op attent maken dat je ook op een andere dan een Nederlandse manier gereformeerd kan zijn. Verwondering over de grote weelde waarin God onze kerken nog steeds laat in een zich steeds meer van Hem afkeren de samenleving vergeleken met de grote materiële nood waarin sommige Afrikaanse kerken verkeren. Bemoediging door de constatering dat er in deze wereld nog miljoenen zijn die hetzelfde algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof deelachtig zijn dat wij elke zondag in onze kerken belijden, terwijl wij ons weleens blindstaren op ons kleine getal. Beschaamdheid bij de vergelijking van wat onze kerken doen, met bijvoorbeeld de vaak veel grotere zendingsactiviteiten van vaak veel kleinere andere kerken. Diezelfde gemeenschap in Christus die de basis vormde van tal van persoonlijke contacten, hebben we ook ervaren tijdens de bidstond aan de vooravond van de synode en bij de dagopeningen aan het begin van elke vergadering. Toch was er over het geheel genomen opvallend en teleurstellend weinig tijd apart gezet voor gezamenlijke bijbelstudie en bidstonden. Het is onze vaste overtuiging dat het het functioneren van de synode ten goede zou komen, wanneer een volgende G.O.S. aan dit gemeenschappelijk luisteren naar en spreken tot de Here een grotere plaats zou geven.

2.7. Evaluatie

Ook in Nîmes is de G.O.S. bezig geweest met wat tot de hoofdzaak van de organisatie behoort: onderlinge hulp en gezamenlijke bezinning. Wie let op de hoeveelheid tijd en energie die daaraan besteed is in vergelijking met de onderlinge verschillen zegt: te weinig. Een conclusie die door vele andere afgevaardigden in Nîmes gedeeld werd.
Niettemin heeft deze synode ons er opnieuw van doordrongen dat gereformeerde mensen en kerken, waar ze ook vandaan komen, elkaar in deze tijd vol verwarring en uitdagingen, vol gevaren en kansen meer dan ooit nodig hebben. Aan de wijsheid en de hulp van de broederschap, zoals die in de G.O.S. te vinden is, kunnen onze kerken slechts tot hun schade voorbijgaan.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief