HET RAAM

1980-11-07
  • Jaargang 24
  • nummer 42
"Samen licht reflecteren"
Sinds het raam mij over zijn eigenschappen als raam vertelde, ben ik veel dingen inderdaad van twee kanten gaan bekijken. Naar buiten de wereld in, maar ook naar binnen.
Hoe is de gemeente? Wat is de gemeente?
Wat is zij in de wereld?
Het werd mij hoe langer hoe meer duidelijk, dat de echte christengemeenschap meer inhield dan een bepaalde kerkelijke groepering of gezindte. Wat is er veel vergroeid in de tijd achter ons. Wij hebben nu te maken met allerlei overleveringen en met allerlei dogma's en vormen van belijdenis, om van de keur aan theologieën maar te zwijgen.
Veel van deze zaken houden ons af van de direkte en persoonlijke band met het Hoofd van de Gemeente, Jezus Christus, onze Heer en Heiland.
Durven we al die ballast af te leggen?
En durven we een nieuw leven, een opstandingsleven met Hem aan? Een leven waarin Hij echt het centrum is? We zijn toch geroepen in één lichaam? Waarom dan nog zoveel verschillende jasjes?
Hoe hebben we eigenlijk onze doop ervaren? Hebben we toen wel alles afgelegd dat bij die oude mens behoort?
Ook al die jasjes waarin wij ons zo graag hullen? De Bijbel zegt toch duidelijk dat wij Jezus Christus moeten aandoen.

Maar het vreemde is dat we ons niet zomaar zondermeer naar Hem, in wiens naam we gedoopt zijn, durven noemen.
Zelfs op de formulieren die we zo vaak moeten invullen kunnen we niet alleen volstaan met 'christen'.
Er moet nog wat extra's bij. Zonder dat extra van onze kerkelijke komaf voelen we ons wat genant.
Je kan dat toch niet zomaar loslaten?
Zou, dacht ik, het raam hier misschien iets over kunnen vertellen?
Maar meteen werd ik in gedachten bepaald bij het feit dat het raam, nog meer dan ik, plaatsgebonden was.
Toch besloot ik weer eens de krakende trap naar het orgel op te gaan en om het orgel heen naar het raam.
"Weet je", viel ik met de deur in huis, "ik kom ergens niet uit".
"Ga verder", zei het raam.
"Je hebt me al heel wat verteld over je eigenschappen als raam, maar kun je me ook zeggen of een kerkraam aan een bepaalde kerk gebonden is? Ik bedoel wat eigenschappen betreft."
"Nou, nee", antwoordde het raam, "niet wat eigenschappen betreft. Alleen naar maat pas ik als glas in dit kapelraam. Maar heb je wel eens van buiten de stad naar het raam waarin ik zit gekeken?"
"Nou, misschien wel, maar niet bewust", gaf ik als antwoord.
"Heb je wel eens gezien hoe ik bij zonsondergang het zonlicht reflecteer.
En ik niet alleen, alle kerkramen op het westen doen dat. Het zonlicht kunnen reflecteren is ook een eigenschap van kerkramen."
"Ja, inderdaad, dat heb ik wel eens gezien. Maar wat wil je daarmee zeggen, in verband met mijn vraag."
"Nou kijk, ondanks het feit dat ik gevat ben in lood en in de muur van de Kapel, kan ik dus meer dan tegelijkertijd naar twee kanten kijken.
Ik kan. het zonlicht doorlaten, daar hebben we wel eens over gesproken.
Maar ik kan het ook reflecteren.
En de andere kerkramen kunnen dat óók. Tenminste, als het zonlicht op ons valt.
Begrijp je nu dat jullie dat ook kunnen? Zonder te breken met de band die je hier hebt in de kapel, kun je dat wat je ontvangen hebt weer' uitstralen."
"Ja, inderdaad. Raam, je bent geweldig!"

Opgelucht ging ik naar beneden en een half uur later reed ik buiten de stad. Het was een prachtige avond.
De wolken weerkaatsten het dalende zonlicht in zacht pastel, rood en paars.
Toen ik vanaf de kant langs het kanaal, waarvan het water de kleuren van de wolken weerspiegelde, naar de stad keek, zag ik het raam.
Voor mij was de reflectie van het zonlicht een knipoog van verstandhouding.

Het zonlicht doorgeven.
Het Zoonlicht doorgeven.
En wij mensen kunnen meer dan een plaatsgebonden kerkraam.
Wij kunnen ons keren náár het Licht. Ons naar Hem toekeren.
Bekeren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief