Terloops...

1983-08-19
  • Jaargang 27
  • nummer 30
Danken en danken is twee
Het is vandaag Hemelvaartsdag en het is goed in het kort aandacht te geven aan de gebeurtenis de we vandaag herdenken. God stijgt blinkend schoon met gejuich ten troon. Zo zingen we het in Psalm 47. Dat gejuich hoort er bij.
Want ais Jezus teruggaat naar de hemel heeft Hij Zijn werk op aarde volbracht. Bij de geboorte van Jezus wordt gezegd dat God de wereld zo lief heeft dat Hij Zijn enige Zoon zendt. Op Hemelvaartsdag kan worden gezegd dar Jezus, de Zoon Zelf, de wereld zo lief heeft dat Hij Zich helemaal heeft gegeven en zó weer kan teruggaan naar de hemel.
Toch is er op de dag dat Jezus achter de wolken verdwijnt weinig gejuich. Ook is er geen bazuingeschal dat de hemelvaart overal meldt. De discipelen moeten op dat moment wel een sterk geloof hebben gehad. Het is met Jezus in veel opzichten anders gegaan dan ze hebben verwacht. Het einde van Zijn verblijf op aarde is anders gegaan dan ze zich hebben voorgesteld. Toch moeten, ze de betekenis van Jezus hemelvaart hebben verstaan, Lucas schrijft in het Iaatste vers van zijn evangelie: 'En zij (de discipelen en misschien nog een aantal andere mensen) keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij waren voortdurend in de tempel, lovende God'. De discipelen loven, danken God!
Ze kunnen dat doen omdat ze geloven dat het weggaan van de Heiland niet is een weggaan zonder meer. Ze kunnen God danken omdar ze zich bij de hemelvaart van Jezus betrokken weten.
Dat danken van de discipelen heeft direct verband met het danken van de Heiland Zelf, zoals Hij dat b.v. deed na de uitzending van de zeventig mannen die opdracht kregen om de mensen te vertellen van het komende koninkrijk. Jezus zegt dan: 'Ik dank U Vader ... , dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderen geopenbaard' (Lucas 10 : 21) En Hij voegt er aan toe: 'Ja Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U'.
Jezus dankt hier de Vader omdat Hij vooruitgang met, vooruitgang bij mensen in het aanvaarden van Hem en van het werk dat Hij doet.
Dat is een groot verschil met wat we leren in het eerste hoofdstuk van het evangelie van Johannes.
Dat evangelie begint erg mooi, maar er klinkt toch ook een trieste toon door heen. Johannes vertelt van het Woord, het levende Woord, dat komt tot de wereld.
Hij zegt dat dat Woord schijnt in de duisternis, maar hij voegt er· aan toe dat de duisternis het levende en lichtgevende Woord niet gegrepen heeft. Met dat Woord wordt Jezus bedoeld. Hij komt tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Het zijn geen vreemden die Jezus niet aannemen, het zijn de Zijnen die Hem met aanvaarden, De Zijnen danken de Heiland niet voor Zijn komst. Zij willen Hem niet kennen en erkennen.
Zolang mensen wijzen en verstandigen willen blijven, redeneermensen Willen zijn, blijft de inhoud van het evangelie voor ben verborgen, nemen re het licht niet aan, blijven ze liever in het donker Gods welbehagen is een welbehagen voor mensen met een kinderlijk geloof.
Dat is het geheel eigene van Gods evangelie.
Tussen Johannes 1 - de Zijnen hebben Hem niet aangenomen - en Lucas 10 - Ik dank U Vader dat U deze dingen aan kinderen hebt geopenbaard - ligt een vooruitgang. De discipelen zijn verder gekomen, ook al hebben ze tot op de Hemelvaartsdag hun vragen en moeiten gehouden. Ze zijn echter minder wijs en verstandig geworden en zó kunnen ze, als Jezus naar de hemel gaat, wel verbijsterd en verslagen zijn, maar óók van de Olijfberg naar Jeruzalem gaan om daar in de tempel God te loven en te dansen. En zó grijpen ze in hun danken het Woord dat vlees werd. Zó verliezen re ook zichzelf, omdat God ben behouden wil.
Ze danken God en in dat danken blijven ze op de weg van de Heiland.
Het kan ook anders.
In Lucas 18 vertelt Jezus een gelijkenis, In de tempel zijn twee mensen, een farizeeër en een tollenaar. Die farizeeër staat in de tempel te bidden en zegt dan: 'Ik dank U, 0 God, dat ik niet zo ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers .. .' En hij voegt er aan toe, kijkend naar die tollenaar: '... of ook ais deze tollenaar .. .' Het is mogelijk om zó in je bidden met jezelf bezig te zijn. De Heiland voegt aan dit verhaal toe dat je dan je zelf verhoogt, dan schiet je in je danken God voorbij.
Voor zulk danken heeft Jezus geen goed woord over.
Danken en danken is twee. Dat is wel duidelijk God wil ons leren om het goed te doen.
Hem zij lof en eer, de verheven Heer!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief