IN MEMORIAM DS. JAN VAN DIJK
1980-11-14
In de vroege ochtend van zaterdag 8 november, ruim een week voor zijn 81ste verjaardag, werd ds Jan van Dijk, emeritus predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Heerenveen door de Here tot Zich genomen.- Jaargang 24
- nummer 43
Ds Van Dijk werd op 17 november 1899 geboren te Maassluis, waar zijn vader onderwijzer was. De wieg van zijn geslacht van vaderszijde stond in de kop van Noord-Overijssel, waar de bevolking zachtmoedige en enigszins zwaartillende karaktertrekken heeft. Zijn moeder was een geboren Zuid-
Hollandse en had het kordate en besliste, dat de Zuid-Hollanders kenmerkt.
Van Dijk verenigde in zich veel van het typische van beide ouders. Hij was een bij uitstek zachtmoedig man, .zeer gevoelig van aard. Maar tegelijkertijd wist hij waar dat nodig was zonder aarzeling beslissingen te nemen, van hoe grote draagwijdte ze ook mochten zijn. Hij werd daarbij gesteund door een scherp ontledend intellect, dat gemakkelijk wist door te dringen tot de kern van een zaak.
Zijn jeugd bracht hij grotendeels door in Friesland, waar zijn vader benoemd werd als Hoofd der School te Oudega. Van Dijk zal toen ongeveer vier jaar zijn geweest. Na de lagere school doorlopen te hebben volgde hij een opleiding tot onderwijzer. Toen hij zestien was, was hij daarmee klaar, maar nog te jong om het onderwijzersexamen te mogen afleggen. Daarvoor moesten de candidaten achttien jaar oud zijn. De voor hem liggende twee jaren benutte hij met het studeren van de acte Engelse taal,' die door hem toen hij achttien was geworden tegelijk met de acte voor onderwijzer werd behaald. Zijn leven lang heeft hij altijd veel Engels gelezen.
Te Breukelen als onderwijzer benoemd, ging hij zich al vrij spoedig toeleggen op de studie van de oude talen. Daardoor was hij in staat het admisse-examen af te leggen aan de Theologische School te Kampen, toen zich de financiële mogelijkheid voordeed om daar de opleiding tot predikant te volgen. Hij heeft in Kampen met vreugde gestudeerd en eveneens met vreugde deelgenomen aan het toenmalige studentenleven. Met smaak kon hij daarover vertellen tijdens de jaren van zijn emeritaat, wel een bewijs ervan hoe hij in die jaren heeft genoten. De studie viel hem niet zwaar, na vijf jaar deed hij zijn candidaatsexamen om spoedig een beroep te ontvangen van de Gereformeerde kerk te Duurswoude. Hij deed als 25-jarige intrede en werd in deze gemeente ingewijd in de vreugden en de lasten van het predikant-zijn, trouw ter zijde gestaan door zijn vrouw Alida Johanna Ofman, die in Amsterdam geboren en getogen met haar fijnzinnige en sterke geest zich geheel wist aan te passen aan het leven en de gewoonten van dit deel van het Friese platteland, die haar man door zijn jeugd reeds enigzins vertrouwd waren. In Duurswoude bleek reeds hoe Van Dijk zijn werk als dominee opvatte: door trouwe, schriftuurlijke prediking de gemeente inleiden in de kennis van de Schriften en van de leer der zaligheid, daarbij zorgend door pakkende voorbeelden en illustraties de tekst of de catechismuszondag dicht bij zijn hoorders te brengen. Alle abstracte theorieën vermeed hij angstvallig. Verder: door trouw huis- en ziekenbezoek in te gaan op de persoonlijke noden en behoeften van de gemeenteleden. Zijn opleiding voor en enkele jaren bezig geweest zijn in het onderwijs aan kinderen deden zijn catechetisch onderwijs bevattelijk en boeiend zijn. In alles viel de persoon terug achter het, evangelie. Prestigekwesties kwamen bij hem niet voor. Ook daarom belemmerden persoonlijke kwesties en tegenstellingen nooit zijn arbeid.
Pastorale zorg en liefde kenmerkte heel zijn optreden.
In de voor één dominee grote gemeente van Schildwolde in de provincie Groningen heeft hij het grootste deel van zijn ambtelijk leven doorgebracht en kwam hij tot volle ontplooiing. De gemeente telde ongeveer 900 zielen of plusminus 250 gezinnen. Daarin moest elk jaar huisbezoek gedaan worden, terwijl een talrijke jeugd moest gecatechiseerd. Veel 'vrije zondagen' kenden de dominee's toen niet. Naast de traditionele vier vakantiezondagen was het op een hoge uitzondering na elke zondag twee keer preken in eigen gemeente. Daarbij kwamen in Schildwolde de spanningen van de oorlog en de bezetting en in de laatste jaren daarvan die van de strijd om de vrijmaking, In alles stond hij op zijn post. Onbegrijpelijk veel werk heeft hij verzet in de jaren te Schildwolde. Intens bemoeide hij zich met de zendingszaken op Soemba. Zelfs wist hij nog tijd te vinden voor het schrijven van een parafrase op het moeilijkste boek van het Nieuwe Testament: de Openbaring van Johannes, waarbij zijn goede kennis van het Grieks - hij was van aanleg een 'talenman' - hem zeer te stade kwam. Met hem schreef ik in de strijd om de Vrijmaking het boekje: De lijn der Afscheiding verlaten; zonder hem had het niet geschreven kunnen worden in die jaren! De fijne bizonderheden waren van zijn hand.
Eén ding is uit die jaren bizonder vermeldenswaard: zijn belangstelling voor en op dreef helpen van zijn jonge collega's in de classis, ds. J. P. van der Stoel Jr. en ondergetekende. Wij waren in de jaren '41 en '42 bij Van Dijk in de classis Appingedam van de toen nog ongedeelde Gereformeerde Kerken gekomen en hebben veel aan Van Dijk gehad. Samen met de latere dominee, toen nog student en 'evangelist' D. Nieuwenhuis, kwamen we regelmatig in de pastorie van Schildwolde samen ter 'preekbespreking' . Elk leverde op zijn beurt een preekvoorstel, dat dan door de anderen kritisch werd besproken. Van Dijk ging daarbij met ons jongeren gelijk op en neer!
Wij legden de nadruk op de 'grote lijnen' in de preek, Van Dijk op de begrijpelijkheid en de toepassing op de gemeente: zijn pastorale inslag. Hij gaf ons altijd gelijk, maar zei onveranderlijk: de gemeente moet er wat aan hebben! . . . Eens bezochten we hem toen hij het bed moest houden. Bij het knutselen aan een radio was hij op ongelukkige wijze met de elektrische stroom in aanraking geweest. Je weet dan niet zo best wat je eigenlijk moet zeggen, maar Van Dijk wist het wel. Jongens, zei hij, als je zo zelf plotseling in bed ligt, dan is het alsof de Here eens met je persoonlijk wil praten en zeggen: Jij bezoekt altijd zoveel zieken, soms ongeneeslijke, maar hoe staat het met jezelf? Zo ging hij met ons om.
Op de duur werd na een ernstige griepaanval het werk in Schildwolde hem teveel. Het was voor hem een uitkomst dat de kleine gemeente van Heerenveen hem beriep. Daar heeft hij nog een zevental jaren mogen dienen om in november 1964 eervol emeritaat te ontvangen. In Nijverdal met z'n prachtige omgeving heeft hij nog 16 jaar van de voor hem zo hoog nodige rust mogen genieten, waarvan nog 10 jaar samen met zijn vrouw, die hem in '74 ontviel.
En nu is hij dan heengegaan: een bescheiden en begaafd man, met een brede belangstelling en kennis, tot op het gebied van de muziek en schilderkunst toe. Nooit drong hij zich op de voorgrond, maar hij liet zich door bluf en grote woorden ook nimmer op de achtergrond dringen. Door de gaven, die hij van de Here ontvangen had, wist hij zich rustig te handhaven op de plaats, die de Here hem gaf: tot rijke zegen van de gemeenten, die hij heeft mogen dienen, tot zegen ook voor allen, die het voorrecht hebben gehad hem van nabij te mogen kennen.