Happy's boys
1980-11-14
"Hold on, wij houden u op de hoogte", zo eindigden we ons artikel van 8 augustus over ons huisgenootje Happy. Wij vonden dat een mooi slot.- Jaargang 24
- nummer 43
Maar van Oost en West, letterlijk vanuit Nederland en Amerika, werd om een vervolg gevraagd. Hoe is het met Happy gegaan?, vroeg men, en wat is er van haar verwachting terecht gekomen? Nu, als het u interesseert gaan we er wat van vertellen.
Midden augustus zou ze moeder worden, hadden we gezegd. Om precies te zijn op 16 augustus en ons hondje is een ordelijk hondje; paar kunnen we de klok op gelijk zetten. Toch. Op zaterdag 16 augustus scheen er niets te zullen gebeuren. Happy stormde de trap op en af als gewoonlijk, ging mee te tuin rond, had de gebruikelijke belangstelling voor de schaapjes van buurman Maclaren, voor een paar konijntjes onder de garage, voor een egel die ze ergens weet te zitten en voor de lijsters, die haar altijd te na durven komen. Zodat H.M. zei: "het is helder weer, er staat weinig wind, ga maar rustig de Beihnn Dubbchraig beklimmen wat je toch van plan was". En aangezien het hoog tijd werd deze berg eens te beklimmen, maakten we boterhammen klaar, trokken ons veldkloffie aan en staken ons in laarzen en anorak. Het werd inderdaad een verrukkelijke dag, met een onvergetelijk helder en ruim uitzicht over Gods eigen land.
's Avonds thuisgekomen vonden we Happy staan wachten met een blik van: ben je daar eindelijk, was je me dan vergeten? En prompt stapte ze de kraamkamer binnen, jawel, zelfs in haar koffer! Nu moet u weten dat onze verwarmingskelder kraamkamer heet en dat H.M. een oude kajuitkoffer had ingericht als werpkist voor Happy. De laatste dagen had Happy die koffer al eens bekeken, was er in gaan liggen, had de kranten verschikt en was er blijkbaar goed tevreden over.
Onze jongste dochter, deskundig op het punt van terriers fokken, werd gebeld en kwam binnen een half uur. Wij werden weggeduwd uit de kraamkamer: de vrouwen zouden dit zaakje wel opknappen. En Happy, met een blik van verstandhouding naar beide moeders, zette geluidloos haar eerste weeën in. We voelden ons overbodig en slechts goed genoeg voor koffie-zetten en een lief woordje zeggen.
Toen het bedtijd werd waren er twee welgeschapen jongens ter wereld gebracht door een allerliefste Happy, die wat opgewonden maar vriendelijk en zorgzaam was. Onze dochter zei: ga jullie maar naar bed, ik blijf wel waken; er kunnen nog meer komen. En zette een kermisbed klaar met een deken. Maar toen wij om twee, drie uur naar beneden slopen ...
lag dochterlief blozend te slapen en Happy likte tevreden haar twee boys.
Daar bleef het bij. De dierenarts had gezegd: een Westie is een gezond en niet verknoeid ras, daar kom ik niet voor over. En zo was het. Het waren dus twee zonen en onze dochter noemde ze meteen maar Brutus en Boris, om Kaïn en Abel over te slaan en om Ezau en Jacob te vergeten. Ze meende trouwens direct al de terrier-kwaliteiten te kunnen aanwijzen: Brutus wordt een echte tentoonstellingshond, misschien kampioen; Boris wordt een pientere huishond, die steelt alle harten.
Maar ze kreeg gelijk, die kleine deskundige. Brutus heeft zich in tien weken ontwikkeld tot een pracht van een Westhighland terrier, die elke show zal stelen en die zijn eigen moeder onder de voet loopt. Boris is een fijner, scherpzinniger type: die weet hoe hij harten moet veroveren; die voelt niets voor het Westie-model van mooizijn en showen-aan-de-lijn. Die weet hoe hij zijn baas wat lekkers afzet.
Happy is deze tien weken een lieve zorgzame moeder geweest; ongewoon fel tegen vreemden, ongewoon lief voor ons. Nu ze maar twee kinderen had op te voeden, kon ze daar alle aandacht aan geven. Dat is toch een heel verschil, of je twee - dan wel zes of acht of tien moet grootbrengen?
De boys waren zindelijk en gehoorzaam voor ze zes weken oud waren.
Het voorbeeld van een goede moeder doet wonderen. Je kon de familie in de tuin laten spelen - maar het oude padvindersfluitje, waar Happy altijd onmiddellijk op reageert, werd door haar knapen even correct gehoorzaamd.
Samen kwamen ze aanrennen. En de bescheiden tweetalige woordenschat werd spelenderwijs door de kinderen overgenomen en begrepen.
Elke hond vraagt om een sterke, milde hand. "Zo baas, zo hond", zeggen de jagers onder elkaar.
Maar in die tien weken werden niet alleen Boris en Brutus min of meer volwassen - ook moeder Happy ging langzamerhand afkoppelen. Ze bleef wel vriendelijk voor haar kroost, maar leerde de jongens op eigen benen te staan. Dat gaat bij natuurwezens blijkbaar wat gemakkelijker dan bij geciviliseerde rassen als mensen. Het werd boeiend om te zien: hoe Happy de kleinen vrijheid liet - maar ze scherp in het oog hield; hoe ze het aanzag dat de bengels enig gevaar opzochten - maar op tijd ingreep als het te ver ging. En kwamen de boys te dicht bij de diepe waterval achter in de tuin (het gaas heeft enkele openingen, net groot genoeg voor pups) dan stond het moedertje er meteen voor, om de kinderen weg te bassen van de plaats des onheils.
Zo ging dat proces van "moederhart" en "eigen benen" verder, terwijl wij ons afvroegen: wat moet er met dat stel gebeuren? Want we waren het 'avontuur begonnen met de gedachte, Happy enig goed gezelschap te gunnen.
Maar om een zoon bij een moeder aan te houden ... dat geeft grote moeilijkheden, wanneer we over honden spreken. Ze zullen geen ruzie maken, maar elk halfjaar zou het huis beven van de onrust en zouden we een van beiden uit logeren moeten sturen! En hadden we nu maar een enkel nietig teefje in het nest gehad, dan was de zaak beklonken. Maar alleen zoons ... daar is ons huis niet op gebouwd.
Wat dan? Verkopen die wollige schatjes? Happy bedriegen?
Verstand en hart moesten zich uitspreken, geholpen door de kennis van lieve adviseurs. Het besluit moest genomen worden: beide jongens gaan de deur uit. Om onverklaarbare redenen werd de advertentie enkele weken vertraagd - maar toen die eenmaal geplaatst en gelezen was waren de hondjes op slag weg. Brutus, de kampioen, ging naar een broer van onze goede buren. De pientere Boris ging naar onze dokter, die er gek mee is.
Zodat Happy haar zoons nog eens kan bezoeken, als ze wil. En dat wil ze wel - maar missen doet ze hen niet, naar het schijnt. Ze heeft weer alle aantrekkelijkheid van haar jeugd (wat is nou twee jaartjes?) en ze is weer vol belangstelling voor de baas en het vrouwtje. En zitten wij soms nog met een brok in de keel (of in het geweten) - dan lacht zij alles weg met haar grapjes. We hebben een filmpje verschoten aan Happy en haar boys, toen die zes weken en toen die negen weken waren. Zo houden we een' mooi beeld van deze periode vast. Maar de periode is voorbij - "amen, het nestje is weerom ijdele en uit", zei Guido Gezelle.
Wat voorbij? schijnt Happy te vragen. Wat niet is kan komen, voegt ze er met een knipoog aan toe. Want op de duur wil ze toch wel graag vast gezelschap hebben. Het liefst van een leuke dochter.
En als een goede moeder lacht ze om de komende dag.