De predikant: vanwaar en waarheen?

2008-09-26
  • Jaargang 52
  • nummer 19
Binnen de Nederlands gereformeerde kerken lopen 129 broeders en één zuster rond die zich 'predikant' mogen noemen. Maar waar komt die titel eigenlijk vandaan? En kunnen zij zich anno 2008 niet beter 'pastor' noemen?

Het woord 'predikant' vinden we nergens in de Bijbel. De 'predikant' is uitgevonden aan het einde van de Middeleeuwen, dus net voor de tijd van de Reformatie. In veel steden wilden mensen meer weten over het christelijk geloof. De traditionele parochiegeestelijken konden aan dit verlangen meestal niet voldoen. De overheid stelde daarom goed opgeleide monniken of geleerden aan als 'predikanten'. Verschillende van deze predikanten zouden later de geschiedenisboeken ingaan als reformator.

Creatieve exegese
In de tijd van de Reformatie werd geprobeerd om het al bestaande predikantschap in te passen binnen de kaders van de Schrift. Het was van begin af aan duidelijk dat de priester als rolmodel had afgedaan. Het priesterschap werd geassocieerd met de misstanden van de kerk van Rome, zoals het idee dat het avondmaal een verdienstelijk offer is. Luther benadrukte op basis van 1 Petrus 2:5 dat alle christenen door de doop tot priester zijn gewijd.

Hoewel veel reformatoren nog wel de priesterwijding hadden ontvangen, herkenden zij zich persoonlijk meer in het Bijbelse beeld van de profeet.
Zowel Martin Luther als Huldreych Zwingli spiegelden zich aan de oudtestamentische profeten, die tegenover kerkelijke en politieke leiders opkwamen voor het Woord van God. De associatie met profetie stelde de reformatie echter ook voor een probleem: Hoe weet je of een profetische boodschap klopt? Er waren al snel profeten die het einde van de tijd aankondigden en opriepen tot gewapende opstand.
In Zürich verbond Heinrich Bullinger de gedachte van de predikant als 'profeet' met de noodzaak van een goede uitleg van de Bijbel. Met een creatieve exegese van 1 Korintiërs 14: 3-5 definieerde hij de kern van het predikantschap als het opbouwend spreken voor de gemeente ('profetie') op basis van de exegese van de Schrift in de grondtalen ('uitleg van klanktaal').

Bisschop
De predikant begon dus als een gereformeerde profeet. Toch valt er meer te zeggen, want in het predikantschap werd ook iets opgenomen van het ambt van de bisschop (letterlijk 'opziener', vgl. 1 Timoteüs 3:1). Als opzieners moesten de predikanten waken over de levenswandel van de kudde en kregen ze een centrale rol bij het sacrament van doop en avondmaal. In navolging van Martin Bucer was Johannes Calvijn van mening dat ook niet-predikanten moesten worden ingezet bij deze opzienerstaak, de 'oudsten'.

Hoewel de reformatie het verschil tussen 'geestelijken' en 'leken' wilde opheffen, nam de predikant toch een aparte plek in binnen kerk en maatschappij. Als geschoolde profeet behoorde hij tot de professionele en ontwikkelde bovenlaag van de maatschappij.
Als de opvolger van meneer pastoor was hij voor veel mensen nog steeds de geestelijke gezagsdrager.
Als vertegenwoordiger van de bovenplaatselijke kerk werd hij, net als vroeger de bisschop, door zijn collega's plechtig in het ambt bevestigd.

Google
Anno 2008 is er veel veranderd.
Volgens de belastingdienst (en die heeft meestal gelijk) is het predikantschap gewoon een vorm van (freelance) werk. De magie van de indrukwekkende boekenkast van de dominee is door de opkomst van Google verloren gegaan. Het lijkt niet meer van deze tijd, dat een groot deel van de kerkdienst wordt gevuld door een monoloog van de predikant.

Ik snap daarom goed dat sommige voorgangers zich liever 'pastor' laten noemen. En toch vind ik zelf vooral een uitdaging om predikant te zijn, op de mooie en soms moeilijke weg tussen de oude Bijbeltekst en de gemeente van Christus vandaag.

Daniël Timmerman, Breukelen

De columns zijn na te lezen op www.hetkanonendemug.nl. Daar kunt u ook reageren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief