De Bijbel in het feminisme en andere bevrijdingsbewegingen (3)

1980-11-21
  • Jaargang 24
  • nummer 44
Frans Breukelman

Is Breukelman ook onder de bevrijdingstheologen?
Krijgt hij, doordat hij onder deze titel ter sprake gebracht wordt, niet "tegen zijn wil een zodanig etiket opgeplakt? Het is waar dat hij zelf niet tot hen gerekend wil worden. Dat heeft hij onlangs duidelijk gezegd in een interview in Trouw (van 31 oktober jl.).
"Ik wil mijn naam toch niet verbonden hebben met de beweging 'Christenen voor het socialisme' en ook niet 'met de materialistische exegese als program. Dus daar heb ik mij van gedistancieerd, met een' zekere pijn, want ik mag die jongens graag en ik hoor toch eigenlijk ook wel bij hen en zit duidelijk in de linkse hoek. Niettemin wil ik niet, dat dit bijbels-theologisch werk daarmee geïdentificeerd wordt".
Breukelman zegt in dat verband nog meer, maar het is alles bij elkaar toch een machtspreuk waarmee hij zich van de bevrijdingstheologieën losmaakt. Hij noemt namelijk geen enkel argument voor zijn bewering. Hij zegt: "Ze gebruiken mijn werk en dat kan ik ook niet helpen". Het is waar, dat kan een mens overkomen. Zoiets is zelfs.
Jezus gepasseerd. Hij predikte het Koninkrijk en moest konstateren dat geweldenaars er naar grepen (Matth. 11: 12). Maar de vraag blijft dan toch of je daar misschien zelf reden toe gegeven hebt. Ik ben van mening dat dat met Breukelman inderdaad het geval is. Hij heeft wind gezaaid en ik vind het zwak van hem dat nu de storm opgestoken is, hij er zich van af maakt en zegt dat hij daar niet mee geidentificeerd wil worden. Breukelman met zijn bijbels-theologische arbeid is een eenmans toeleveringsbedrijfje van de moderne bevrijdingsbewegingen.
Laat hij dat maar rustig erkennen.

Maar over wie heb ik het nu eigenlijk in de kolommen van de rubriek 'kerkelijk leven'? Over een theoloog?
Hoort dat hier dan wel thuis?
In antwoord daarop zeg ik: U had daarbij moeten zijn, toen deze theoloog op 31 oktober in de aula van de Universiteit van Amsterdam zijn afscheidscollege gaf. Het zag daar zwart (nou ja, zwart ... ) van de dominé's.
Let wel, niet van de theologen, maar van de dominé's. Van die mensen dus, die elke week één of twee preken moeten maken. En die aan de gangbare theologische exegese eigenlijk zo weinig hebben.
Veelal is aan de bestaande akademies de wetenschappelijke Schriftuitleg dood gelopen in het détail.
De Bijbeltekst werd op de snijtafel gelegd en van elk onderdeeltje werd de vermoedelijke herkomst onderzocht. Het eindigde er vaak mee dat de studenten letterlijk met de brokken naar huis gestuurd werden.
Hoe kon daarmee gewerkt worden? De dominé's, de preekslaven, voelden zich in de kou gelaten.
Toen kwam Breukelman, de dominé van Simonshaven. Gestimuleerd door de theologen Barth en Miskotte en door de theologische filosofie van de joodse geleerde Martin Buber legde hij een program op tafel: we gaan de teksten zèlf weer lezen. Het feit dat ze bestaan is belangrijker dan de weg waarlangs ze zijn ontstaan. De vraag naar welke werkelijkheid achter de woorden een tekst verwijst, laat die maar lopen. Bepaal je meer tot de woorden zèlf, hun werkelijkheid en hûn kracht, en let meer op het samenklinken van deze woorden met andere passages uit de Schrift. Kortom, wees strikt bijbels. Bijbels, in de zin waarin een leerling van Breukelman, ds R. Zuurmond, dat voor de radio eens onder woorden bracht: "Het enige dat gebeurt is het verhaal zèlf". Niet derhalve: er staat geschreven en er is dus geschiedt.
Deze vereenvoudigde probleemstelling heeft niet nagelaten slagkracht op te leveren. Volgens de wet dat eenzijdigheid kracht betekent, al is deze dan ook niet erg duurzaam.
Meer het is waar, Breukelman sprak en spreekt aan. En dat niet alleen door de gedrevenheid van zijn persoon.
"Hij doet tenminste iets met de teksten", is een opmerking die je vaak over hem hoort. Begrijpelijk, als je zijn werk vergelijkt met allerlei dorre scholastiek, die juist in de bijbeluitleg zo de overhand kan hebben aan de scholen.
Ook ons gereformeerden kan hij bekoren.
Dat merkte ik nog eens toen ik zijn afscheidscollege meemaakte.
In het begin daarvan herinnerde hij namelijk aan het woord dat ooit de oude Von Hamack tot de beginnende Barth zei: "Sie verwandeln den Lehrstuhl in einen Predigtstuhl" (U maakt van de katheder een preekstoel).
Een zeer terechte aanhaling van Breukelman, omdat je dat gedurende dat college helemaal waar zag worden. Daar werd gepreekt en ik moest denken aan wat mijn leermeester Holwerda eens tegen ons, zei: "Je kunt de Bijbel eigenlijk alleen maar preken." Ik vind dat een sympathieke trek in de aanpak van Breukelman, Op dit punt ligt dus wel een stukje herkenning, die ik trouwens ook heb naar de kant van het Nederlands Gereformeerd Seminarie: een theologisch bezig zijn dat sterk betrokken is op de prediking van Gods Woord. Nee, dat Breukelman daar in die universiteitsaula (die trouwens zelf een kerkgebouw is) stond te preken, vind ik zeker niet de minst goede kant aan hem. En als om die reden wat op hem wordt neergezien door de mannen en vrouwen van het vak, dan heb ik de neiging naast hem te gaan staan (als hij daar tenminste iets aan heeft).

Maar ik zei al, dat de aanpak van Breukelman iets eenzijdigs heek Als je het verwijzingskarakter van de Bijbel loslaat, dat dus de tekst niet enkel naar andere teksten maar veel sterker nog verwijst naar de werkelijkheid buiten hem, naar de werkelijkheid van het leven en van de geschiedenis, naar de werkelijkheid van Gods grote daden daarin als je zo de inleidingsvragen overslaat en plompverloren in de tekst springt om die uit te leggen, dan schep je vóór de tekst een lege ruimte die niet lang leeg zal blijven.
Als de Bijbel het niet meer over de werkelijkheid heeft, dan zal een ander het daarover gaan hebben.
Wie is die ander? Wel, op dit punt aangekomen, zie je dat allerlei ideologische maatschappij-analyses het gat gaan vullen. Analyses van de maatschappij van vroeger, toen de teksten geschreven werden, èn van de maatschappij van heden, nu de teksten gebruikt worden. De ideologie die daarbij het sterkst op de voorgrond treedt, is die van het marxisme. En daarmee wijs ik dus de geweldenaars aan die naar het werk van Frans Breukelman grijpen en tegen wie hij geen verweer heeft.
Allerlei. op Marx geënte bevrijdingsbewegingen gebruiken zijn bijbelstheologische arbeid als een willig instrument en kunnen dat ook.
Breukelman's theologie laat het namelijk vanwege die leegte vóór de tekst toe dat er al zo heel veel buiten de Bijbel om en vóór de Bijbel uit beslist is alvorens de Bijbeluitleg aan het woord komt. De stem van de Schrift valt te laat in. Er kan dan bijvoorbeeld door de marxistische maatschappij-analyse al uitgemaakt zijn dat de eigenlijke spil waarom de gesohiedenis draait die van de klassenstrijd is en de bijbelteksten vormen daar voor dan achteraf het willige en sullige illustratiemateriaal.
Maar zo wordt de Bijbelexegese ongemerkt vervangen door een Schrift-usus, een Schrift-gebruik - om nog maar niet meteen van misbruik te spreken. Wie de Schrift alleen maar als literatuur opvat, maakt haar tot een speelbal.
Daarover dan de volgende maal dat genoemde afscheidscollege als voorbeeld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief