HET RAAM

1980-11-21
  • Jaargang 24
  • nummer 44
"Eigenlijk behoren jullie lichtdragers te zijn"

Op een decemberavond, het zal een paar dagen voor Kerst geweest zijn, was ik weer in de kapel. Ik moest wat papieren ophalen die ik had laten liggen en ik kon de verleiding niet weerstaan om meteen even langs het raam te gaan. Het viel mij op dat het in de kapel niet donker was. De volle maan scheen door mijn raam naar binnen en toverde prachtige lichtpartijen op de houten vloerdelen.
Het is toch geweldig, dacht ik, dat de- maan nog zoveel zonlicht kan doorgeven in zo'n donkere maand.
Ik keek door het raam naar de stad.
De maan verlichtte de daken, maar de huizen daaronder bleven donker.
De paar straatlantaarns hielpen ook al niet zoveel. De straat leek net een donker ravijn.
Toen ik tegen het glas tikte, vroeg het raam: "Wat zoek jij hier vanavond?"
"Ik zoek licht voor een donkere stad", antwoordde ik nog min of meer in gedachten verzonken.
"Ja, de donkere weken voor Kerst", zei het raam.
"Maar over een paar dagen kan ik weer veel licht doorgeven naar buiten"

"Ach, dat is toch maar voor één keer", zei ik somber.
"Nou, jij bent ook niet bepaald opgewekt", antwoordde het raam weer.
"Nou, vind jij het dan niet vreemd hoe men vaak met de christelijke feestdagen omspringt? Het lijkt wel dat alle aandacht alleen op Kerstfeest valt, terwijl in de Bijbel - je weet wel - de geboorte van onze Heiland niet als feestdag voor de gemeente genoemd wordt. Met het Pinksterfeest bijvoorbeeld, is dat wel zo. Het feest van de eerstelingen.
Stel je voor, drieduizend mensen werden toen toegevoegd aan de discipelkring. Dat is toch wel een feest waard. Maar toch weten we eigenlijk geen raad met het Pinksterfeest
"Ja", zei het raam, "dat is wel zo.
Jij zal dat wel beter weten dan ik als raam. Maar toch ben ik persoonlijk wel blij met het Kerstfeest, want dan kan ik veel licht doorgeven.
Juist in zo'n donkere maand."
"Ja, daar heb je wel gelijk is", zei ik niet helemaal overtuigd.
En alsof het raam dat merkte, zei het: "Toch overval je me eerlijk gezegd wel wat. Ik had niet gedacht dat het Kerstfeest voor jou een probleem zou zijn." "Nou ja, een probleem. Kijk, om je de waarheid te zeggen, ik vraag me wel eens af of we niet te veel vastzitten aan de traditie, De hele cyclus van erediensten, met hoogtepunten en dagen zoals het Kerstfeest. Je weet ook wel dat er kerkgangers zijn die alleen bij zulke feesten hier komen."
"Ja, dat weet ik", zei het raam. "Ik zie dat wel."
"Maar hoe komt dat?"
"Waarschijnlijk komen die mensen omdat zij toch wel iets verwachten.
Buiten is het donker en dan komen zit op het licht af. Het Kerstfeest is immers Lichtfeest. Misschien verwachten zij dan wel wat van jullie?
Kijk de architect van deze kapel heeft mij hier geplaatst omdat ik, als raam, van glas ben. . . Omdat ik als raam van glas belangrijke eigenschappen heb. Het doorgeven van licht bijvoorbeeld. Bij het Kerstfeest zelfs naar twee kanten, want er is dan zoveel licht in de kapel, dat het buiten wel moet opvallen.
Als raam sta ik dus in dienst van het licht zou je kunnen zeggen. En is dat bij jullie eigenlijk niet net zo?
Als je een lichtfeest viert sta je toch in dienst van dat Licht? Wel vraag ik mij soms af waarom in hoofdzaak de kinderen bij jullie dat feest vieren. Jullie zijn toch vreemde mensen. Eens per jaar vieren jullie het Lichtfeest en je laat dan het meeste door de kinderen doen, terwijl jullie toch allemaal zo afhankelijk bent van het Licht. Bij mij is dat ook zo, want als de zon ondergaat kan ik als raam ook geen dienst meer doen. Of het moet zo zijn als vanavond met volle maan, dan kan ik via de maan nog wat licht doorgeven naar binnen."
Even stopte het raam. Om na te denken? Je weet dat niet zo bij een raam. Maar al gauw ging het verder.
"Weet je, jullie zouden in de dienst van het Licht, van de Heer van het licht, zo geweldig veel Kunnen doen: Ik zit hier als raam, vast in de muur. Maar jullie kunnen je vrij bewegen. Eigenlijk behoren jullie lichtdragers te zijn. En die donkere wereld om je heen heeft dat licht nodig. Laat dat schijnen. Ook op de andere dagen van december en van de rest van het jaar. Ga toch die donkere wereld in!"
En toen ging ik, nadat ik het raam al vast veel zicht voor het komende jaar had gewenst.
Buiten gekomen keek ik vanuit de donkere straat naar boven naar het raam waarop de maan lichtplekken achterliet. Van het raam keek ik nog verder omhoog, naar de maan en enkele sterren. Ik kon de vormen van de Grote Beer zien en vandaaruit de Poolster.
Opeens dacht ik aan de woorden van Paulus in zijn brief aan de gemeente van Philippi: ... midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld".
Kan dat, schijnen als lichtende sterren in de wereld? Zei het raam niet dat we in dienst van het Licht staan? Jezus, het Licht der wereld.
En in het boek Openbaring de Blinkende Morgenster genoemd.
Dus toch licht voor een donkere stad en een donkere wereld.
Als we ook daarin Jezus volgen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief