Gereformeerde Oecumenische Synode(4)

1980-11-21
  • Jaargang 24
  • nummer 44
3.5. Nîmes over homofilie

Op nog een ander punt stonden de G.K.N. in Nîmes in het brandpunt van de discussie, nl. in de kwestie van de homofilie. Aanleiding daartoe vormde een uitspraak van de synode van deze kerken in november 1979: deze uitspraak bevatten een appèl op de plaatselijke kerken om homofiele gemeenteleden volledig te aanvaarden "in hun geaardheid en de beleving ervan". Deze uitspraak is in Nederland door velen binnen en buiten de G.K.N. - ook door een organisatie als het C.O.C. - opgevat als een kerkelijk "ja" tegen homofiele praktijken. In veel lid kerken van de G.O.S. veroorzaakte deze uitspraak een grote schok. De Christian Reformed Church in North America kritiseerde het besluit en stelde zelfs de voortzetting van zijn relatie met de G.K.N. afhankelijk van een bevredigende opheldering over de consequenties van het besluit. Dezelfde drie kerken die zich tot de G.O.S. wendden in de kwesties-Kuitert en -Wiersinga vroegen ook in deze zaak om een uitdrukkelijke veroordeling van de handelwijze van de Gereformeerde synode op straffe van het opzeggen van hun lidmaatschap van de G.O.S. In de overwegingen van het niet-unanieme rapport dat commissie 6 in deze zaak aan de G.O.S. voorlegde werden de plus- en minpunten van de Gereformeerde synode-uitspraak op een rij gezet. De pluskant vermeldde o.m. de pastorale bedoeling van de synode om door een oproep tot aanvaarding het stigma te verwijderen dat vaak als een last rust op mensen met een homofiele geaardheid, en de poging om het gesprek in de gemeenten mèt in plaats van óver de homofiele kerkleden op gang te brengen. Negatief beoordeelde het commissierapport o.m. het ontbreken in het synodebesluit' van een veroordeling van de homofiele praktijk en van de Schriftgegevens in kwestie zonder welke een pastoraal appèl geen echte hulp kan bieden binnen de gemeente, terwijl ook de bezorgdheid werd uitgesproken dat de uitspraak van de Gereformeerde synode de homofiele praktijk zal doen toenemen en de weerstand bij mensen die daartegen strijden zal breken. In een langdurig en bewogen debat over het commissierapport ontkenden afgevaardigden van de G.K.N. in alle toonaarden dat hun synode via het woord "beleving" bedoeld had op te roepen tot het aanvaarden of tolereren van homofiele handelingen.
Niettemin stuitten al hun pogingen om de commissievoorstellen af te zwakken af op het vrijwel unanieme verzet van de overige leden van de G.OS.
Het is niet voldoende wanneer de G.O.S. alleen maar opheldering over de implicaties van de synode-uitspraak vraagt - dat was de strekking van de amendementen van de Gereformeerde delegatie -, maar we moeten tegelijk dicteren wat die opheldering moet inhouden, zo was de vrijwel gemene opvatting. Opmerkelijk was dat het grootste aandeel in het debat niet werd geleverd door de nogal eens voor conservatief versleten, al' wat oudere emigrantenkerken, die toch al een gespannen relatie hebben met de G.K.N., maar door de jonge Afrikaanse kerken waar de G.K.N. altijd uitstekende contacten mee hebben gehad. Als Gods Woord ergens duidelijk in is, dan wel in deze zaak: het tolereren van homofiele handelingen is in strijd met de Bijbel; wat daarin zonde 'wordt genoemd mogen wij niet anders noemen; op dit punt is ieder compromis uitgesloten, was de teneur van hun spreken. Het gezag van Gods Woord en het bestaansrecht van de G.O.S. is hier in geding, zo betoogden ze. Jullie hebben ons vanuit Europa het Evangelie gebracht en zo in Afrika de kerk geplant, hielden ze de vergadering voor. Maar nu komen er opnieuw theologen uit Europa naar Afrika om ons te vertellen dat we de Bijbel op een heel nieuwe manier moeten lezen en dat de Schrift over homofiele handelingen toch heel iets anders zegt dan we vroeger geleerd hebben. Maar daarmee vernietigen jullie de kerk. Door Gods Geest is het Woord dat jullie brachten in onze harten geschreven en daarom zullen we deze nieuwe ideeën weerstaan en voor de Gereformeerde kerken bidden, vertelden de broeders uit Afrika.
Ook blanke afgevaardigden beklemtoonden het verband tussen deze zaak en de zaken rond Kuitert en Wiersinga. Hier blijkt nu waar de loslating van het gezag van de Schrift toe leidt, zo werd benadrukt.
Hoewel een enkele afgevaardigde zei geen onderscheid te kunnen zien tussen homofiele geaardheid en homofiele praktijk, overheerste in de discussie de overtuiging dat een "nee" op grond van de Bijbel tegen homofiel geaarde mensen betekent. De kerk moet een open oog hebben voor hun eenzaamheid en wanhoop, hen - met hun geaardheid - opnemen in de liefdevolle gemeenschap van de kerk, hen niet afstoten waardoor ze vriendschap gaan zoeken in de goddeloze wereld en hen helpen in hun strijd tegen de zonde, zo hield één van de Amerikanen de G.O.S. voor. En vanuit zwart-Afrika werd de vergadering herinnerd aan Christus' woord: Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen. Denk eens aan uw eigen zonden en besef dat christenen die dagelijks tegen tal van verleidingen te strijden hebben en daarin ook dagelijks vallen, niet boven, maar naast hun homofiele medekerkleden staan. Anderen getuigden van de hoop en het uitzicht dat er ook voor homofiele mensen is in Christus Jezus, die Zijn bloed gaf om ons te wassen van alle zonden, en door wiens opstandingskracht wij een nieuw leven kunnen leiden.

Het besluit dat de G.O.S. uiteindelijk nam, luidt letterlijk:

“1) De G.O.S. erkent de intentie van de G.K.N. in hun pastorale zorg om de aandacht te vestigen op het lijden, de wanhoop en het gevoel van verstoten te worden waaraan homofiele mensen vaak onderworpen zijn.

2) In overeenstemming met de wijze waarop in gereformeerde kring in het verleden de Schrift is verstaan, spreekt de G.O.S. uit dat alle homofiele praktijk zonde is. (Lev. 20: 13, Rom. 1 :26,27,1 Cor. 6:.9, 1 Tim. 1: 10).

3) De G.O.S. spreekt verder uit, dat ieder advies of pastoraat dat de weerstand tegen de zonde verzwakt geen hulp biedt aan de strijdende persoon zelf en aan anderen die door hem beïnvloed zouden kunnen worden, maar hen in werkelijkheid schaadt (Matth. 18 : 6).

4) De G.O.S. vraagt de G.K.N. om opheldering te geven over zijn "eerste pastorale woord" en de ethische consequenties daarvan, teneinde duidelijk te maken dat hun visie op de homofiele praktijk in overeenstemming is met de Schrift.

5) De G.O.S. spreekt zijn grote bezorgdheid uit over het dubbelzinnige karakter van het besluit van de G.K.N. in 1979 over homofilie.

6) De G.O.S. draagt het Interim Committee op om deze besluiten als een broederlijk advies over te brengen aan de G.K.N. en hen te vragen om ten behoeve van de broederschap in de G.O.S. de verzekering te geven, dat geen mensen van wie bekend is dat zij homofiele handelingen plegen zullen worden toegelaten tot het Heilig Avondmaal of tot de kerkelijke ambten.

7) Het I.C. wordt opgedragen om over deze zaak op het vroegst mogelijke tijdstip aan de kerken te rapporteren.
8) Op verzoek van de afgevaardigden van de G.K.N. en teneinde verdere hulp te bieden aan de synode van de G.K.N. draagt de G.O.S. het I.e. op om een studiecommissie te benoemen met de volgende opdracht:

a) de Schriftgegevens en hermeneutische kwesties te bestuderen die verband houden met de problemen van de homofilie; b) in deze studie de besluiten van lidkerken over deze zaak te betrekken; c) de lidkerken om advies, opvattingen en ervaringen te vragen inzake het omgaan met homofielen; d) zo spoedig mogelijk aan de lidkerken te rapporteren en aan de G.O.S.
in 1984."

3.6. Evaluatie II

Gezien de caricaturen die na Nîmes in de Nederlandse pers gemaakt zijn van de besluitvorming op de G.O.S. inzake homofilie en de onjuiste conclusies die hier en daar zijn getrokken, hebben we met opzet uitvoerig verslag gedaan van de discussie in Nîmes over deze kwestie en het uiteindelijke besluit letterlijk weergegeven.
Er valt zeker op onderdelen kritiek te oefenen op de besluitvorming in Nîmes en het genomen besluit is zeker niet volmaakt te noemen.
Wij zouden het toegejuicht hebben indien meer nadruk gelegd was op het perspektief van de volkomen verlossing en herschepping door Jezus Christus, in het licht waarvan homofiele mensen, evenals alle andere mensen die zich als zondaren hebben leren kennen, hun moeiten en problemen in dit leven kunnen dragen en verwerken. Teveel ook werd in Nîmes de indruk gewekt, dat de zonde van homosexueel gedrag ver uitsteekt boven andere zonden. Voorts is het te betreuren, dat in de overwegingen van het commissierapport de zinsnede is blijven staan "dat er bezorgdheid bestaat dat het aanvaarden van homofielen -als ambtsdragers een gevaar kan meebrengen voor kinderen en andere mensen binnen de gemeente".
Zo'n passage bevestigt helaas het stereotype, maar apert onjuiste beeld van de homofiel als de kinderlokker, Ook met het niet onderscheiden door een enkele afgevaardigde tussen de homofiele geaardheid en de homofiele praktijk hadden en hebben wij grote moeite. En dat blijkens uitlatingen van hun vertegenwoordigers in Nîmes binnen enkele lidkerken van de G.O.S. nog allerlei caricaturale ideeën over homofielen leven en tegenover hen een houding, die in strijd is met het Evangelie, nog veelvuldig voorkomt, is ongetwijfeld waar. Maar dergelijke elementen speelden in het debat en de besluitvorming in Nîmes een volstrekt ondergeschikte rol en komen in het G.O.S.-besluit zèlf ook niet voor. We hopen in par. 3.5 duidelijk gemaakt te hebben dat er van een kille, harde benadering geen sprake was, maar dat de liefde voor de homofiele mens èn voor de waarheid van Gods Woord de drijfveer was achter het spreken van veel afgevaardigden en achter het besluit dat werd genomen.
Voor dat besluit kunnen we dankbaar zijn, omdat het in een tijd van normloosheid het gebod van God aanwijst als de enige weg ten leven uit menselijke nood. Het verwijt dat in de afgelopen tijd aan de G.O.S. gemaakt is, als zou men onvoldoende hebben ingezien dat achter deze kwesties een diepgaand verschil in Schriftbeschouwing schuilgaat is o.i. niet terecht.
Veel afgevaardigden hebben expliciet de aanvaarding van homofiele handelingen gekoppeld aan nieuwe ideeën over het gezag van de Bijbel. In deze zaak blijkt nu eens duidelijk waar je uitkomt, wanneer je het gezag van de Schrift op losse schroeven zet, zo werd in het debat naar voren gebracht.
Dat de overgrote meerderheid van de G.O.S.-kerken onverkort wil vasthouden aan het gezag van de Schrift als het bevrijdende en levenwekkende Woord van onze God en niets moet hebben van moderne visies waarin menselijke gevoelens en ervaringen over de Schrift gaan heersen, kwam in deze kwestie duidelijker tot uitdrukking in de uiteindelijke besluiten dan in de kwesties-Kuitert en Wiersinga. Dat heeft niets te maken met een neiging om eng te zijn in ethische kwesties en ruim in de dogmatische zaken, maar alles met de betrekkelijke simpelheid, overzichtelijkheid en concreetheid van de homofiliekwestie vergeleken met de vaak moeilijk te vatten en deels onbekende theologieën en ingewikkelde kerkrechtelijke en tuchtprocedures in beide andere zaken, waarover we het in par. 3.4 hebben gehad.
In deze zaak heeft de G.O.S. naar onze mening getoond ernst te maken met zijn grondslag en het negeren van die grondslag door de lidkerken niet door de vingers te zien.
Het is onze oprechte bede, dat de G.K.N. een open oor zullen hebben voor het appèl dat de G.O.S. op hen heeft willen doen. De reakties vanuit de G.K.N. zijn totnogtoe niet hoopgevend en gaan eerder in de richting van de eis, dat de G.K.N. de band met de G.O.S. moeten verbreken dan in de richting van een bereidheid om te luisteren naar de broeders van de G.O.S.
Het besef dat de G.K.N. erg ver zijn weggegroeid van de overige G.O.S.-kerken lijkt steeds meer door te breken. In elk geval komt de zaak in 1984 opnieuw op het G.O.S.-agendum.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief