boekbespreking

1980-11-21
  • Jaargang 24
  • nummer 44
"Gewapende Vrede", prof. dr J. Douma.
Uitg, Ton Bolland, Amsterdam.
Prijs f 16,90

"Gewapende Vrede" 'is verschenen in de serie "Ethisch Kommentaar:" van Douma en Velerna. Inmiddels is ook al het 7e deel "Verantwoord Handelen" uitgekomen.
Beide hoogleraren beschikken over een vruchtbare pen.
Het nu uitgekomen deel is naar mijn opvatting een van de beste uit deze serie. Het geschrift is ontstaan uit 16 stellingen, die in het Nederlands Dagblad gepubliceerd zijn. De lezers kregen gelegenheid hierop te reageren.
In dit boek zijn de 16 stellingen opgenomen met een toelichting, waarin de antwoorden aan de briefschrijvers verwerkt zijn. Het aardige van deze methode is, dat er op deze wijze in het boek zelf al een gesprek gevoerd wordt.
Om de lezers een indruk te geven, lijkt het me het beste enkele delen uit de stellingen te citeren.
Prof. Douma begint met de stelling, dat de Bijbel één is. Dat was vroeger voor een gereformeerd mens een vanzelfsprekende zaak. Helaas is dat nu niet meer het geval. Vaak wordt gezegd, dat er in de Bijbel twee gedachtenreeksen zijn, waarvan de een als oorlogzuchtig en de ander als evangelisch gezien moet worden.
Douma wijst deze gedachte krachtig van de hand.
Op grond van de Schrift, zo is een van Douma's conclusies, kan niet gezegd worden, dat oorlog altijd zonde is, al betekent dat niet, dat oorlog en geweld normale verschijnselen moeten zijn. Het beroep van het christen pacifisme op de Schrift, steunt op een willekeurige selectie van teksten.
Duidelijk geeft Douma het verschil aan tussen de roeping voor de christen, die als particulier persoon geen wraak mag oefenen en de overheid, waarvan we lezen, dat ze het zwaard niet tevergeefs draagt. De Bergrede, zo stelt hij, is niet als basis voor een overheidsmoraal te nemen.
Met erkenning van het verschrikkelijke van een oorlog wordt toch opgekomen voor de mogelijkheid van een rechtvaardige oorlog. Daarvoor geeft Douma een zestal kriteria aan.
Douma neemt de argumenten van de atoompacifisten zeer ernstig. Hij wijdt er een stelling aan om de argumenten van de atoompacifisten te verwoorden.
Zijn hoofdbezwaar tegen deze argumenten is, dat er nog andere aspecten zijn, die te weinig aandacht krijgen. Per onderdeel gaat hij na, waarin de onvolledigheid van de argumentatie schuilt. Zo wijst hij erop, dat al is een nucleaire oorlog van meer dan beperkte omvang geen rechtvaardige oorlog, afschrikking met kernwapens ter voorkoming van oorlog nog wel een rechtvaardige zaak zijn.
Interessant is stelling 12, waarin erop gewezen wordt, dat bezit en gebruik van atoomwapens twee zijn.
Men moet het kernwapen in noodsituaties willen gebruiken, opdat het door de tegenstander en door onszelf niet gebruikt wordt.
Douma betrekt hier ook de abortuskwestie bij. Hij doet dat met opzet, omdat zo vaak het verwijt klinkt, waarom iemand die zich tegen abortus verzet zich ook niet tegen kernwapens verzet.
Nu kun je daarop reageren met het argument, dat het vreemd is, dat men zich verzet tegen kernwapens en de abortus, de moord op ongeboren kinderen, toch toelaat. Dat argument is echter wel wat goedkoop.
Douma doet het ook anders. Hij schrijft: ik verzet mij tegen het doden van miljoenen kinderen in de moederschoot, maar ook tegen het lichamelijk en geestelijk vermoorden van miljoenen mensen als slachtoffers van marxistische dictatuur. Daarom wil hij een wetgeving, die abortus krachtig bestrijdt en een overheidsbeleid, dat met krachtige middelen de communistische agressor buiten de deur wil houden.
Douma erkent, dat ook hij in verlegenheid komt door het feit, dat aan het uiterste einde toch altijd de bereidheid tot gebruik moeten staan.
Dit is inderdaad het zwakke punt.
Overigens, ook de atoompacifist komt op een gegeven moment in verlegenheid.
Immers hij zit ethisch vast met het prijsgeven van de opdracht van de overheid, terwijl die nog wel uitvoerbaar is.
De tegenwerping, dat het middel van het kernwapen in geen enkele verhouding staat tot het doel, wijst Douma af. Immers wie het. doel in de afschrikking ziet liggen, kan wel degelijk zeggen, dat het middel effectief is om het doel te bereiken. De geweldige kracht van het kernwapen doet de wereld terugdeinzen voor een nucleaire oorlog.
Geen onderwerp in de ethiek is zo moeilijk als de kernbewapening.
Het is daarom begrijpelijk, dat er meningsverschillen zijn ook onder hen, die wars zijn van pacifisme.
Het gesprek hierover kan dan ook niet met een paar volzinnen voor gesloten worden verklaard. Het is goed, dat prof. Douma hierop wijst.
Het is moeilijk, zo zei eens Jean de Boisson, iemand die een afwijkende mening is toegedaan, voor een verstandig mens te houden.
In de discussie over de kernbewapening wordt dat telkens weer duidelijk.
Zo keert drs Vermaat zich in het Ref. Dagblad fel tegen sommige beschouwingen in de Shalomkrant. Hij wijst daarbij op het interview met prof. Schuurman en de publikatie van prof. Goudzwaard. Vooral de laatste moet het ontgelden. "Politiek nog al omstreden".
"Zal vroeg of laat in het E.P.V. of de P.P.R. opgaan."
Deze weinig zindelijke argumentatie van Vermaat laat zien, dat hij in elk geval niet goed in staat is iemand met een afwijkende mening voor een verstandig mens te houden.
Ik deel persoonlijk het standpunt van prof. Douma (zoals de lezer intussen wel begrepen zal hebben), maar ik vind het waardevol, dat we in gesprek blijven met mensen als Schuurman en Goudzwaard en dat niet alleen omdat ze ned. gereformeerd zijn. Hoewel mij ook dat zeer ter harte gaat.
Prof. Douma valt gelukkig niet in de fout, dat hij ten aanzien van de kernwapenproblematiek mensen met een afwijkende mening voor onverstandig houdt. Hij laat zelfs ook eerlijk zien, waar hij in verlegenheid komt. Zijn beschouwing is evenwichtig, doet recht aan hen, die een andere mening zijn toegedaan.
Daarom kan ik het ook niet eens zijn met drs Goumare, die in een bespreking in 't Centraal Weekblad zegt, dat hij o.m. met de vraag zit in hoever door Douma op eenzijdige wijze met de Bijbel wordt omgegaan. Goumare wijst daarop op de Jehovagetuigen, die ons met een paar bijbelteksten overvallen. Hij is bang dat er meer Jehovagetuigen in onze kerken zitten dan wij denken. T.a.v. prof. Douma vraagt hij zich af, of deze ook niet mogelijk als reactie af en toe bepaalde bijbelwoorden te sterk heeft gekleurd.
Jammer is, dat Goumare geen enkel voorbeeld noemt. Het is mij dan ook volstrekt onduidelijk wat die Jehovagetuigen met prof. Douma te doen hebben.
Wel is duidelijk, dat Douma er naar streeft de hele bijbel tot zijn recht te doen komen bij dit moeilijke vraagstuk.
Daarom is het boek van Douma zeer lezenswaard. Het is ook helder geschreven.
Ook jeugdverenigingen kunnen er hun voordeel mee doen.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief