Gereformeerde Oecumenische Synode (5 . slot)

1980-11-28
  • Jaargang 24
  • nummer 45
3.7. Nimes over de Wereldraad van Kerken

Op twee manieren kwam in Nîmes de Wereldraad van Kerken aan de orde. Allereerst opnieuw in verband met de positie van de, G.K.N. in de G.O.S.
Met enkele Indonesische kerken zijn de G.K.N. de enige G.O.S.-kerken die tevens lid zijn van de Wereldraad. De G.K.N. besloten daartoe indertijd ondanks een reeks van G.O.S.-uitspraken en rapporten waarin Bijbels geargumenteerd het lidmaatschap van de Wereldraad werd afgewezen. Dat steekt veel kerken diep en vooral in 1976 op de G.O.S. in Kaapstad zijn de G.K.N. daarom terechtgewezen. In Nîmes lagen verstrekkende voorstellen van enkele kerken op tafel, die tendeerden in de richting van het trekken van de consequenties uit het "onverenigbaar" dat Kaapstad over de combinatie van G.O.S.- en Wereldraadlidmaatschap had uitgesproken.
Tevens hadden de G.K.N. twee nota's op tafel gelegd van dr H. B. Weijland, één waarin het lidmaatschap van de Wereldraad verdedigd werd en één over de vragen rond ware en valse kerk en het recht en de plicht tot afscheiding. Opnieuw herhaalde de G.O.S. in Nîmes het al vele malen gegeven advies aan de lidkerken om zich niet bij de Wereldraad aan te sluiten.
G.O.S.-moderamenlid dr De Graaf, die als waarnemer de Wereldraadzendingsconferentie van dit jaar in Melbourne bijwoonde, rapporteerde daar zeer kritisch over en verklaarde nu eens te meer overtuigd te zijn dat gereformeerde kerken niet in de Wereldraad thuishoren. Verder vonden alle partijen in Nîmes elkaar in de beslissing om een studiecommissie te benoemen die aan de G.O.S. van 1984 (opnieuw 1984!) moet rapporteren over de gereformeerde visie op de kerk en de consequenties daarvan voor de oecumenische relaties. In deze studie moet de commissie de resultaten betrekken van een aantal regionale conferenties die de G.O.S.-kerken in de komende jaren aan deze zaak zullen wijden. Het is niet uitgesloten dat onze kerken bij de conferentie voor de regio Europa betrokken zullen worden.
Belangrijk is dat de eindconclusie van deze studiecommissie bij voorbaat als bindend is aanvaard. Unaniem waren de afgevaardigden ervan overtuigd dat deze zaak daarna niet langer de tijd en energie van de G.O.S. in beslag mag nemen. Wanneer deze commissie - in de lijn van het verleden - onvoorwaardelijk nee zegt tegen het Iid zijn van de Wereldraad van Kerken valt in de G.O.S. definitief het doek voor de G.K.N. Ook "nee, tenzij" of "ja, mits" conclusies behoren overigens theoretisch tot de mogelijkheden.
Op nog een tweede manier kwam de Wereldraad van Kerken in Nîmes aan de orde. Er is binnen de kring van de G.O.S.-kerken enige kritiek op de gezamenlijke bijeenkomsten die delegaties van de G.O.S. en de Wereldraad van Kerken in de achterliggende jaren enkele malen hebben gehouden over actuele theologische vragen. Door anderen werd daartegenover gesteld, dat deze bijeenkomsten niet de dialoog ten doel hebben, maar het karakter dragen van verkondiging en confrontatie om dwalende kerken het getuigenis van de Schrift voor te houden. Besloten werd dat ook in de toekomst dergelijke ontmoetingen mogelijk zijn; wel werd gemaand tot enige voorzichtigheid in het opstellen van gezamenlijke verklaringen na afloop van deze bijeenkomsten. Nauwere banden gaat de G.O.S. daarentegen aanknopen met de World Evangelical Fellowship (W.E.F.), de wereldorganisatie van "evangelische" christenen en groeperingen, waarbij ook de Evangelische Alliantie in Nederland is aangesloten. W.E.F.-secretaris Bruce Nicholls was in Nîmes aanwezig.

3.8. Evaluatie III

De beslissingen die ten aanzien van de Wereldraad van Kerken in Nîmes werden genomen illustreren o.i. dat de G.O.S. het verschil van inzicht met de G.K.N. niet op de spits wil drijven en niet op formele gronden nu al knopen heeft willen doorhakken. De beslissing kan gezien worden als een laatste poging om de G.K.N. alsnog van het onjuiste van hun visie op de oecumenische opdracht van Christus' kerk te overtuigen. Overigens lijkt binnen deze kerken de neiging groeiend om eerder met de G.O.S. dan met de Wereldraad te breken.

4. CONCLUSIES

Uit onze bevindingen in Nîmes, waarvan we u hierboven een zo compleet mogelijk beeld hebben proberen te geven, trekken we de volgende conclusies:

1. Wij zijn gesterkt in de overtuiging die de Landelijke Vergadering van Wezep in haar besluit reeds uitdrukte, dat we als gereformeerde kerken in de wereld elkaars hulp en wijsheid dringend nodig hebben in de worsteling om te blijven bij de waarheid van Gods Woord en in de bezinning op de grote vragen die vandaag op al Gods kerken afkomen. Op grond van onze ervaringen in Nîmes geloven wij, dat het niet in de laatste plaats de jonge, gekleurde kerken zijn, naar wier stem wij in de komende jaren goed moeten luisteren. We herinneren u aan wat ds J. Vonkeman in zijn rapport over de G.O.S. te Kaapstad van Wezep schreef, daarbij verwijzend naar Efeze 3: "Ik dacht dat het voluit Bijbels was om zoveel mogelijk broeders en zusters in ons kerkelijk gezichtsveld te betrekken, niet slechts vanwege onze roeping anderen iets mede te delen van het onze (iets wat in onze kringen al wel eens ietwat overgeaccentueerd werd), maar ook vanwege onze roeping van de broederschap in de wereld iets te ontvangen." Woorden die ons na Nîmes uit het hart gegrepen zijn.

2. Voor praktische problemen van tijd en mankracht, die voor de Landelijke Vergadering van Wezep aanleiding was om nog met toetreding tot de G.O.S. te wachten, behoeft ten aanzien van het lidmaatschap van de G.O.S. in het geheel niet gevreesd te worden. De G.O.S. vergadert slechts eenmaal per vier jaar, gedurende tien tot twaalf dagen. Bovendien zijn deze bijeenkomsten het aantal mandagen dat ze vragen dubbel en dwars waard en bieden ze tegelijk goede gelegenheid voor het onderhouden van bilaterale contacten met vertegenwoordigers van afzonderlijke kerken.
Dat onze kerken, zoals wel is uitgesproken, te klein in omvang zouden zijn voor dergelijke internationale oecumenische activiteiten wordt gelogenstraft door het feit dat bijna de helft van de G.O.S.-lidkerken kleiner is dan de onze; een aantal daarvan heeft minder dan 5000 zielen, maar volgens onze informatie ervaart geen van deze kerken dat als een probleem bij het functioneren binnen de G.O.S.

3. Als beslissend toetsingscriterium voor een "gunstige ontwikkeling" van de G.O.S., die de aarzeling om toe te treden zou moeten wegnemen, formuleerde de Landelijke Vergadering van Wezep de vraag "of in de verhouding tot de Geref. Kerk (syn.) in Nederland ernst gemaakt wordt met de grondslag van de G.O.S." Met overtuiging spreken wij uit, dat de G.O.S. in Nîmes getoond heeft ernst te maken met de handhaving van zijn grondslag, zoals we in dit rapport uitvoerig hebben toegelicht.

4. Zonder reserve bevelen wij u dan ook aan om, nu de beletselen die Wezep nog zag voor het G.O.S.-lidmaatschap niet langer aanwezig zijn, metterdaad als kerken toe te treden tot de Gereformeerde Oecumenische Synode. We realiseren ons dat, indien de kerken ons voorstel volgen, deze toetreding zal plaatsvinden in wat beslist niet de gemakkelijkste periode is in de geschiedenis van de G.O.S. Er zijn niet-geringe spanningen en de synode van 1984 zal niet rimpelloos voorbij gaan. Toch geloven wij, dat onze kerken, wanneer ze om die reden aan de kant zouden blijven staan en toekijken hoe de broeders in de G.O.S. het verder klaren, onverantwoord zouden handelen. Veelvuldig hebben afgevaardigden van andere G.O.S.-lidkerken een beroep op ons gedaan hun gelederen te komen versterken: om over te komen en hen te helpen. Zouden we daar doof voor mogen blijven? En vereist het feit dat we met de Christelijke Gereformeerde Kerken "samen op weg" zijn, niet, dat we ook deze weg sámen gaan?
We besluiten met de conclusie die ds Vonkeman trok na zijn bezoek aan de G.O.S. in Kaapstad: "Zij die in onze wereld aan de Bijhel als aan het betrouwbare spreken van God vasthouden, zijn zo schaars geworden dat we op elkaar moeten letten om elkaar niet te verliezen, en die broeders moeten helpen die terechtwijzen wie aan dat betrouwbare spreken van God afdoen." Het lidmaatschap van de G.O.S. kan, naar onze overtuiging, daaraan een goede bijdrage leveren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief