Predikanten kijken ver vooruit
2008-09-26
'De gemeente zal helemaal veranderd zijn..., bijna onherkenbaar', '...laatste restje nestgeur verdwijnt..' en '...een gemeenschap met verschillende ontmoetingsmogelijkheden'.- Jaargang 52
- nummer 19
Dat zijn een paar fragmenten uit de antwoorden van predikanten op vragen die ze tijdens de NGK-predikantenconferentie in mei van dit jaar voorgelegd kregen.
De enquête was opgesteld door de Commissie Predikantsprofiel (CPP), die ingesteld is door de laatste Landelijke Vergadering. Deze studiecommissie doet onderzoek naar de gewenste toekomstige invulling van het predikantschap in onze kerken. Daarbij speelt ook de vraag naar de rol en plaats van kerkelijke werkers op HBO-niveau. De centrale vraag in de enquête was: hoe zal de gemeente, waar je nu als predikant werkt er over tien of twintig jaar uitzien?
Kerkelijk werkers
In de antwoorden van de predikanten viel als eerste op dat de kerkelijk werker eigenlijk voor niemand het centrale issue is. Er zijn al kerkelijk werkers actief, die veel traditionele predikantstaken vervullen. Maar, anders dan in de PKN, lijkt geen van de predikanten zich daar druk om te maken. De vragen die er zijn, spelen op het praktische vlak, zoals 'hoe regelen we de positie van de kerkelijk werkers goed?' en 'mag hij/zij ook voorgaan in diensten?'
Nestgeur verdwijnt
De vraag 'Hoe zou je willen dat je gemeente er over tien of twintig jaar uitziet - wat is je droom/ideaal' zette de pennen veel meer in beweging? De aanwezigen brachten een baaierd aan visies en verlangens te berde. Maar vier idealen sprongen er wel duidelijk uit.
Veel predikanten verlangen ernaar dat de kerk meer open in de maatschappij komt te staan. De ´nestgeur´ moet verdwijnen.
De relatie tussen de werkelijkheid waarin wij leven en het evangelie zal duidelijker moeten worden gelegd.
Voor één van de aanwezigen was het duidelijk dat deze openheid nodig is om als NGK überhaupt te blijven bestaan. Hij ziet de NGK als middenkerken tussen de orthodoxe ´bolwerk-kerken ´ en meer wereldgerichte en actieve gemeentes. Een bolwerkkerk zullen we niet worden en ´het verdwijnen van [mijn gemeente] als middenkerk zal een jaar of 40 duren´.
In nauw verband hiermee staat dat veel predikanten verlangen naar een kerk die meer op de praktijk is gericht, door sociale en diaconale betrokkenheid op elkaar en op de samenleving.
Een derde ideaal dat veel wordt genoemd bevindt zich meer op de verticale as. Veel predikanten verlangen naar groei in geloof en kennis van de Heer. Jezus zal meer het centrum van de gemeente worden. Het gaat hier dus om groei in geestelijk leven.
Geestelijke eenheid
Het meest spreken predikanten echter over hun wens dat de gemeente meer een gemeenschap wordt. Bij alle geestelijke diversiteit - die door de meeste predikanten overwegend als positief wordt ervaren - zal er hopelijk meer eenheidsbesef zijn. Die eenheid heeft een geestelijke dimensie, want de kerk is een gemeenschap die leeft van de Vader, de Zoon en de Geest. In de praktijk zal dit volgens veel voorgangers vorm moeten krijgen in kleine groepen (met de tweede dienst als wisselgeld). De achtergrond van dit verlangen naar eenheid heeft te maken met de in de NGK alomtegenwoordige ontmoeting tussen de gereformeerde en charismatische geloofstradities.
Sommige predikanten suggereren dat de NGK wel wat meer een eigen, gereformeerd standpunt mag innemen. Anderen voelen meer voor een onbekommerde kruisbestuiving van beide tradities.
Open of hecht?
Wat je ziet in de antwoorden is een zekere spanningsveld tussen enerzijds het verlangen om open in de samenleving te staan en anderzijds de wens om intern meer een hechte gemeenschap te vormen. In theorie hoeven deze idealen elkaar niet in de weg te zitten - ze kunnen zelf stimulerend op elkaar inwerken. Maar zouden ze in praktijk ook zo gemakkelijk samengaan?
Misschien is de manier waarop de kerk haar ideeën over gemeenschap vormgeeft wel een belemmering voor een open houding richting de samenleving.
Veel gemeentes zijn namelijk vooral ingesteld op het klassieke ´lidmaatschap ´ van mensen die betrokken meedoen, levenslange toewijding tonen en trouw hun v.v.b. afdragen. In de maatschappij functioneren mensen echter meer in losse netwerken, zonder langdurig commitments en verplichtingen.
Vakbonden, politieke partijen en sportverenigingen en kerken kampen al jaren met een dalend ledental. Het zal dus de uitdaging zijn om het gemeenschapskarakter van de kerk opnieuw uit te vinden, in de context van de moderne samenleving.
Meer of minder
En welke rol kan de predikant daarbij vervullen? De commissie vroeg de aanwezigen op de predikantenconferentie: Gegeven je ideaal van de gemeente, hoe zie je daarin de toekomstige rol van de predikant?
Opvallend in de antwoorden was dat de predikanten bijna zonder uitzondering woorden gebruikten in de sfeer van ´meer´ of ´minder´. Naar het besef van de predikanten is er dus geen fundamentele verandering nodig van de invulling van hun ambt. Hun toekomstige rol zal slechts relatief verschillen van de rol die ze nu vervullen: meer preken, of juist minder. Meer pastorale bezoeken, of juist een pastorale medewerker erbij. Kortom, de predikant zal zich enige mate gaan specialiseren.
Geestelijk leiderschap?
Toch blijkt dat er, onder de noemer van ´meer van hetzelfde´, ook een inhoudelijke verandering gaande is.
Op papier wordt de rol van predikant ingevuld met een aantal taakvelden: prediking, pastoraat, catechese en samen met de kerkenraad leiding geven. Maar uit de enquête blijkt dat predikanten voor zichzelf ook andere taakvelden zien weggelegd. Bij de antwoorden kwam ik regelmatig de woorden ´coach´ en ´geestelijk leider´ tegen als omschrijving van het ideale predikantschap.
Sommige predikanten zetten geestelijk leiderschap af tegen de traditionele, ambtelijke manier van leidinggeven.
Maar wat is het precies? Het is in ieder geval iets anders dan vergaderen.
Mijn indruk is dat geestelijk leiderschap voor sommigen samenvalt met het toerusten, trainen en aansturen van gemeenteleden. Wat de één ´geestelijke leider´ noemt, is bij een ander de ´coach´ die op de achtergrond een bijdrage levert aan de gemeenteopbouw.
Toch klinkt er bij andere antwoorden ook iets door van een wat meer geprofileerd geestelijke leiderschap.
De gemeente ´heeft een ander soort leiding nodig, een leider die de richting wijst´. Maar dan geen leiderschap bekleed met een formeel ambtelijk gezag, maar meer een gezag dat gedragen wordt door charisma en relevantie.
Idealen en dan?
Op basis van de ingevulde enquêtes wordt één ding in ieder geval duidelijk: Aan idealisme ontbreekt het predikanten niet. Maar zijn we ook voldoende realistisch ten aanzien van onze toekomstige rol? Lukt het met een beetje meer van dit en een beetje minder van dat? En moeten we ons ontwikkelen in de richting van coaching en geestelijk leiderschap (wat dat dan ook precies is)? Ik ben benieuwd naar uw reactie en hoop op uw gebed voor de predikanten en kerkelijk werkers in de NGK.
Wim Louwerse, oud-krijgsmachtpredikant en lid van het bestuur van de NGP.
Drs. Daniël Timmerman is parttime predikant van de NGK Breukelen en parttime AIO.
| De vragen 1. Als er geen bijzondere dingen gebeuren, hoe verwacht je dat je huidige gemeente er over tien of twintig jaar uit zal zien? Wat is er anders? 2. Hoe zou je willen dat je gemeente er over tien of twintig jaar uitziet? Wat is je droom / ideaal? Wat zijn opvallende kenmerken? 3. Gegeven je ideaal van de gemeente, hoe zie je daarin de toekomstige rol van de predikant? Wat is er hetzelfde? Wat is er anders? Wat is de rol van betaalde krachten, zoals de kerkelijk werker? Etc. Als u zelf de tanden in deze vragen wilt zetten, misschien op een Bijbelkring of wijkkring, hebt u misschien wat steun aan een aantal trefwoorden, die we tegenkwamen in de antwoorden van de predikanten. Wilt u iets van de resultaten van uw bezinning doorgeven, mail dan naar dtimmerman.ngk@planet.nl. De trefwoorden: - kerkdiensten - ledental en leeftijdsopbouw - vorm van activiteiten - betrokkenheid van de leden - kerkverband - nestgeur - relatie met andere kerken en groepen - verhouding gereformeerd - evangelisch - gaven en ambten - leiding in de gemeente |