ZONEN VAN ZADOK
1980-12-12
Hier heb ik dan een boekje uit 1835, van ds A. Brummelkamp te Hattem. De schrijver was 25 jaar oud en één van de voormannen van de “Afscheiding”.Het waren allemaal jonge mannen, die het voortouw namen. De Cock was de oudste, 34 jaar. De zwagers v. Velzen, Brummelkamp en v. Raalte waren 25, of nog jonger.- Jaargang 24
- nummer 47
Brummelkamp schrijft dat er velen zijn, die met de afscheiding niet meegaan, juist vanwege de jeugd van haar voorgangers. Zij zullen pas volgen, “wanneer ook die oude predikanten, die zij als verkondigers der waarheid kennen, door het Bestuur van hunne dienst zullen zijn ontzet.” Ds Le Roy wordt in dat verband genoemd: de man uit Oude Tonge, eensgeestes met de Cock, s.c. , doch tien jaar na de afscheiding is hij nog steeds bezig met het schrijven van bezwaarschriften naar de synode.
Brummelkamp schrijft, dat de Here zich van zulke mensen niet kan bedienen, omdat ze te lang zich onderwerpen aan het bestuur en inmiddels de loochenaars van de waarheid aan het woord laten. Hij verwijst naar Ezechiël 44: 10-16. De Here degradeert de priesters, die hun dienst waren blijven doen, terwijl de afgoden in de tempel stonden; “maar de kinderen van Zadok, dié zullen tot Mij naderen om Mij te dienen.” Brummelkamp denkt dat de kinderen van Zadok zeer jonge mannen waren, die nog nooit door de knieën gegaan waren voor een kerkelijk reglement, dat de waarheid onderdrukte en de “logen” verdedigde.
Anderhalve eeuw na verschijning lees je zo’n boekje. Je zou een toepassing kunnen maken in de richting van hervormde “Bonders” en gereformeerde “Verontrusten”, maar “Opbouw” houdt er niet van, dat buitenstaanders zich vermanend bemoeien met de strijd die om der wille van de waarheid wordt gevoerd in bepaalde kerkelijke gemeenschappen.
Nee, laten we maar eens denken om wat onze jongeren naar voren brengen, als ze kritisch spreken over de stuktuur van het kerkelijk samenleven of als ze een grondige vernieuwing bepleiten van ons “gemeente-zijn”. Jonge ogen kijken scherp en jonge harten zijn vaak brandende. Salomo deed het heel goed, toen hij nog jong was. Later werd het er met hem niet beter op.