Het heil der kerken en de Evangelicals

1980-01-18
  • Jaargang 24
  • nummer 3
Er is een merkbare stijgende invloed van de Bijbelgetrouwe Evangelische beweging zoals die tot ons in Nederland komt, vooral vanuit de Angelsaksische landen. Na de oorlog kregen we (in tijdsvolgorde) een afdeling van International Fellowship of Evangelical Students (IFES), de Evangelische Omroep (EO) en sedert vorig jaar ook een afdeling van de Evangelische Alliantie (EA).
Er is een beweging van Reformatorische christenen en groepen naar deze Evangelische beweging. Het omgekeerde komt vrijwel niet voor. Er is vaak zelfs een tamelijk diep wantrouwen bij sommige Evangelischen tegen het Reformatorische en met name tegen het Gereformeerde kerkelijk leven.
Zo wordt die stijgende invloed van de Evangelicals in ons land een storend en complicerend element in onze kerken en ook in de eenwording tussen de Christelijke Gereformeerde Kerken en de onze.
Er is veel goeds te zeggen van de IFES, van de EO en van de EA.
Alleen al het feit dat het vurige verlangen leeft om Bijbelgetrouw te zijn en dat zo'n verlangen ook vorm krijgt is iets om zeer dankbaar voor te zijn. In deze tijd, waarin de boze raadslagen tegen Gods heilig Woord niet van de lucht zijn, is het alleen maar fijn als je ontdekt dat er ook nog andere mensen zijn. Veranderde mensen, die vast willen houden aan het heilig Evangelie. Verder heeft de internationale Evangelische beweging bizonder veel gedaan aan zending en evangelisatie. Meer dan Gereformeerden van alle soort. Er is meer vrijmoedigheid en blijmoedigheid onder deze christenen dan onder mensen van de Gereformeerde Gezindte. Er zou wel meer op te noemen zijn. Het ontbreekt me bepaald niet aan waardering voor deze Evangelicals.
Toch is het spijtig en triest te zien dat er zo weinig invloed van het Gereformeerde leven zijn weg vindt naar de Evangelieals. Toen ik zelf als student al trachtte mijn steentje bij te dragen om de IFES in ons land te introduceren was daarbij onze gedachte in de Calvinistische Studenten Beweging heel duidelijk naar een wederzijdse beïnvloeding.
Wij vonden dat we heel wat konden leren van de buitenlandse Bijbelgetrouwe studenten, maar omgekeerd meenden we ook dat de buitenlanders wel wat konden leren van het Gereformeerde en Calvinistische denken. Dat laatste is niet gebeurd, voor zover ik kan waarnemen.

In de Evangelische beweging zijn enkele zaken typerend, die voor ons van belang zijn in het verband met ons onderwerp. Men kent als grondslag richtlijnen, men heeft veel aandacht voor het persoonlijke geloofsleven en men is niet erg bezig met de eenheid, ook de zichtbare organisatorische, eenheid der kerken. De EA kent richtlijnen die fungeren als een soort leerstellige grondslag.
Die richtlijnen omvatten ne~ gen punten. De IFES kent een grondslag van 11 fundamentele waarheden. Met alle waardering voor dat wat genoemd wordt in deze grondslagen is er toch een tamelijk groot nadeel verbonden aan een puntsgewijze grondslag. Het wekt de indruk of de leer uit stukjes en beetjes bestaat en op die manier te belijden is. Maar er zijn niet veel waarheden. Er is maar één waarheid: Jezus Christus en het behoud door Hem alleen. Déze waarheid belijden we als christenen. Door déze waarheid worden we behouden. In de belijdenis van deze waarheid zijn de Reformatorische belijdenisgeschriften ver te verkiezen boven wat onder Evangelicals gemeen goed is. De structuur b.v. van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en van de oude Heidelberger is anders dan het opsommen van waarheden. En de N.G.B. en de H.C. zijn in die structuur bepaald meer Bijbelgetrouw.

Veel van de aanhangers van de Evangelische richting zijn tegenstanders van de kinderdoop en spreken veel over de persoonlijke wedergeboorte. Het één zal wel samenhangen met het ander. Bij sommigen onder de Evangelieals is zelfs van een duidelijke irritatie sprake als de kinderdoop maar ter sprake komt. En: hoe reageren de Gereformeerden in deze Evangelische beweging? Nu, vaak door te zeggen dat het geschil over de kinderdoop niet behoort tot de belangrijkste geschilpunten onder de christenen. Voor de EO-microfoon heb ik dit meer dan eens horen zeggen juist door mensen uit de Gereformeerde Gezindte. Ik hoorde het zeggen op vergaderingen.
Zelfs in één van de weinige kerkdiensten die ik bijwoonde in een Free Evangelical Church werd ongelooflijk en dom uitgehaald tegen de kinderdoop. Ik heb geen bezwaar als men in de EA en in de EO zegt dat het geschil over de kinderdoop niet hoeft te verhinderen dat men samenwerkt als christenen. Ik deel die opinie. Maar tegelijk dient gezegd te worden dat waar in het protestantisme de kinderdoop geloochend wordt het genadekarakter van de leer nog niet in volle diepte gezien wordt. Men zou zelfs wel de stelling kunnen verdedigen dat juist op het punt van het al of niet aanvaarden van de kinderdoop uitkomt of men echt alleen, geheel en al, uit genade leeft of ook nog een beetje uit de vrome werken. We hebben niet pas deel aan de genade Gods op grond van eigen voorafgaande geloofsbelijdenis. En overal waar niet uit een naïef Biblicisme de kinderdoop wordt ontkend is de vraag naar het genadekarakter van het heil aan de orde. Het is wel een belangrijke zaak die van de kinderdoop. Zie N.B.G. art. 34.
Daarmee zal wel samenhangen de nadruk die men legt op de leer van de persoonlijke wedergeboorte. Het is onjuist de wedergeboorte centraal te stellen. Dat heeft in de Gereformeerde Kerken in het verleden dr A. Kuyper gedaan. Het leidde tot verwoesting. Het gebeurde en gebeurt in die· stroming in ons land die dr Woelderink de doperse geestesrichting noemde. Een deel nu van die doperse stroming in ons land en een deel van de Evangelicals hebben elkaar gevonden in de EO, in de EA en in de IFES. Centraal is in de Bijbel echter de leer van de rechtvaardiging van de zondaar uit genade alleen, zonder de werken. Dat is niet een waarheid onder anderen. Het is dé waarheid. Dat is niet de wedergeboorte. We moeten dat zien om ons levens wil. Zeker is de wedergeboorte onmisbaar. Johannes 3:3. Het oordelend spreken van de Heer tegen Nicodemus is ingebed in de boodschap van de vrijspraak van de zondaar. Wie Johannes 3 naleest zal het zien. De wedergeboorte van Nicodemus en van een ieder bestaat daarin dat men "afleert" heil bij zich zelf te zoeken, bij de eigen werken zoals in het Farizeïsme, en men "aanleert" te zien louter en alleen op de aan het kruis verhoogde Christus. Heel onze wedergeboorte bestaat in het van harte aanvaarden van en in het volhardend leven uit de vrijspraak van de goddeloze, uit genade alleen. En geen vrijspraak van de vrome gelovige wedergeboren mens. Heel Gods werk in ons bestaat daarin dat wij van harte gaarne aanvaarden dat het heil buiten ons tot stand gekomen is door Jezus Christus. Als we belijdenis doen van de Gereformeerde religie! wordt ons zeer terecht gevraagd of we ons leven lang onze zaligheid buiten onszelf willen zoeken. Ons leven lang. En in ons is nóóit iets te vinden.

Het levensgevoel dat ik leerde kennen in de doperse geestesrichting - duidelijk beschreven door prof.
Jager in dit blad - en het levensgevoel dat ik 'nu aantref bij sommige Evangelicals lijken op elkaar en zijn principieel gelijk. Het belangrijkste in het leven is, zo zegt men vaak, dat men weet wedergeboren te zijn. In de doperse geestesrichting is dat een droef gevoel.
Bij de Evangelicals een blijmoedig gevoel. Maar gevoel is het. Als men de vraag stelt "hoe weet je nu zeker dat je deel hebt aan het heil in Christus?" dan wordt van Evangelische kant nog wel eens gezegd als antwoord "dat voel je". Dat zijn stenen voor brood. Het is uiterst merkwaardig dat men bij alle Rijbelgetrouwe christenen op veel instemming kan rekenen als men wijst op het gevaar van het rationalisme. Maar deze zelfde christenen worden soms heel erg boos als men waarschuwt toch vooral niet op gevoel te drijven. Het gevoel is geen basis van onze zekerheid. Dat is alleen Gods Woord. Men is tegen rationalisme. Laat men ook tegen "sentimentisme" zijn. Want deze beide "ismen" zijn even gevaarlijk. In feite is dat "wedergeboren gevoel" waarop men drijft een soort ingegoten genadeleer, die de Reformatie heeft leren vrezen. Men is niet erg bezig in de Evangelische beweging met de organisatorische eenheid van de kerken. Historisch gezien wel te begrijpen.
Ook soms wel te waarderen. Als men onnodig gezeur beu is. Veel van de Evangelieals zijn, wat hun afkomst betreft, aanhangers van de vrije kerk en vaak tegenstanders van meerdere vergaderingen. Het personalisme van de wedergeboorteleer loopt evenwijdig aan een verlangen naar gemeentelijke, plaatselijke zelfstandigheid. Zelfs is er in Amerika en in Engeland wel een verband aan te wijzen tussen de vrije kerk, de vrije staat en de vrije onderneming van het kapitalisme.
Veel vrije kerken hebben in hun ontstaan als drijfveer gekend het "no bishop, no king". De mensen van de vrije kerken sloegen in Engeland Karel I het hoofd af en hun nazaten stichtten later in een ongeoorloofde revolutie de Verenigde Staten. Het is geen wonder dat er bij ons mensen zijn die vanuit hun Evangelical-achtergrond vanuit de Angelsaksische wereld voorstanders zijn van de toevoeging in artikel 34 "of niet strekt tot heil van de gemeente". Die voorkeur sloot goed aan, bij de afkeer van alle hiërarchie onder Vrijgemaakten.
Zo is men ook niet zo erg geporteerd voor enige uniformiteit die nu eenmaal onmisbaar is voor een groep kerken. En zowel bij ons als bij de Christelijke Gereformeerden zullen zij die de wedergeboorte centraal stellen, het zoeken van de eenheid niet hoog in het vaandel hebben.
In deze zin is de beweging van de Evangelicals niet gunstig voor de eenheid onder de Nederlands Gereformeerde Kerken en tussen de Nederlands Gereformeerde Kerken en Christelijke Gereformeerde Kerken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief