De herder heeft een staf

2008-09-26
  • Jaargang 52
  • nummer 19
In de kleinere gereformeerde kerken in Nederland - GKV, NGK, CGK - doet langzaam maar zeker de figuur van de kerkelijke werker zijn intrede.
Maar in Amerika en Canada is deze figuur - of breder: de figuur van een aantal stafmedewerkers die samen met de predikant(en) leiding geven aan de gemeente - al lang gemeengoed.

In de Christian Reformed Church (CRC), de Noord-Amerikaanse zusterkerk van de NGK, is het niet ongebruikelijk dat een predikant een team van betaalde krachten om zich heen heeft.
In de vier en een half jaar dat ik de Christian Reformed Church van New Westminster (Vancouver) in het westen van Canada mocht dienen, heb ik het voorrecht gehad om te werken met een koster, een secretaresse, een parttime predikant voor het ouderenpastoraat en een voltijds coördinator voor het kerkenwerk die later ingewisseld werd voor een voltijdse jeugdwerker.
Ook was ik in de gelukkige omstandigheid dat een hoogleraar die gereformeerde wereldbeschouwing en zendingswetenschap aan twee naburige universiteiten doceerde, door onze gemeente als collega prediker en vaste adviseur kon worden ingehuurd.
Verder stonden ook de vier leidsters van de peuterzaal die door onze kerk gerund werd, op de loonlijst van de gemeente, die ca. 550 leden telt en over een jaarbudget van ca. €320.000 beschikt.

Niet uniek
Dat mijn voormalige gemeente met deze lijst van betaalde krachten niet uniek is in de CRC, blijkt uit de advertentierubriek van The Banner, het maandelijks verschijnende binationale kerkblad van de CRC - voor Canada en de Verenigde Staten.1) In een steekproef uit een aantal recente exemplaren van The Banner blijkt, dat er maar net iets meer vacatures voor predikanten dan voor andere kerkelijke werkers in vermeld staan (ca. 55% tegen 45%).
Daarbij past de aantekening dat voor ondersteunende stafmedewerkers als secretaresses, kosters en tuinmannen in dit blad niet wordt geadverteerd. De vacatures waarin voorziening wordt gezocht, zijn voor kerkelijk werkers of pastors met zeer uiteenlopende werkvelden: bestuurlijke en managementtaken, kinderwerk, jeugdwerk, intergenerationele activiteiten (de nieuwe trend!), huwelijks- en opvoedingsondersteuning, toerusting, geestelijke groei en discipelschap, gemeenteopbouw, werken in kleine groepen, missionair werk, eredienst en liturgie, dit laatste voor de leiding over koren en/of bands. Naar mijn ervaring vormen jeugdwerkers vaak de eerste toevoeging aan de staf, op de voet gevolgd door missionaire werkers en coördinatoren voor de muziek in de eredienst.

Dream team
Het team dat ik in Canada heb moeten achterlaten, beschouwde ik als mijn dream team. Dat maakt duidelijk dat ik erg positief ben over mijn staf.
Voor mij als predikant was het ideaal geen tijd te hoeven verspillen aan type- en kopieerwerk. Wat dat betreft is het inhuren van bijvoorbeeld een secretaresse een kwestie van efficiëntie of rentmeesterschap; hoe je het maar noemen wilt. Een ander voordeel was in mijn ervaring dat met het inhuren van een betaalde werker geïnvesteerd wordt in een specifieke groep binnen de gemeente met specifieke vragen, zoals de jeugd, of in een bepaald aspect van het gemeente zijn, zoals bijvoorbeeld het missionaire. Put your money where your mouth is, zegt men dan. In de praktijk blijkt ook dat vaak sprake is van het creëren van een betaalde baan voor een getalenteerd gemeentelid. Naarmate een voor de gemeente belangrijke en succesvolle activiteit (missionair werk, jeugdwerk, het stichten van een nieuwe gemeente etc.) in omvang en impact groeit, groeit de positie van de vrijwillige voortrekker van zo'n project toe naar een betaalde positie. Op deze manier wordt in talent geïnvesteerd en geeft het reeds behaalde succes hoop op meer van het goede.

Bijkomende voordelen zijn onder meer dat ook het betaalde werk in de kerk meer teamwerk wordt in plaats van de eenmansbediening van een predikant.
Veel Noord-Amerikaanse kerken beschikken over kantoorruimte bij de kerk, waardoor de betaalde krachten ook in die zin samen werken, samen hun werk doen. Bovendien kunnen kerken met een staf ook tijdens kantooruren de deuren open houden. Ik heb het als bijzonder ervaren om te zien, hoe allerlei mensen in nood daardoor niet tevergeefs bij de kerk aanklopten.

Zowel voor locale kerken als voor kerkverbanden betekent de verandering van domineeskerk naar kerk met een gespecialiseerde staf ook dat mogelijke nadelen ondervangen moeten worden.
Structuren en regels moeten aangepast worden; opvattingen en visies op kerkzijn moeten opnieuw doordacht worden.
Wanneer er diverse betaalde krachten voor een kerk actief zijn, groeit de noodzaak van gedegen personeelsmanagement en helaas vaak ook de noodzaak van conflictbeheersing.
Wat gewonnen wordt in termen van efficiëntie gaat voor een deel ook weer verloren door een groeiende complexiteit van de kerkelijke organisatie.
Tegelijkertijd is een romantisch verlangen naar de eenvoud van de eerste christelijke gemeente niet echt realistisch in een kerk die inmiddels ouder en groter is geworden.

De eerste 15 gratis
Een belangrijke vraag is, hoe die kerkelijk werkers zich verhouden tot de vele vrijwilligers in de gemeente. Een naburige kerk in New Westminster had als regel dat de eerste 15 uur per week golden als vrijwilligerswerk, en dat alleen wat meer gewerkt werd voor mogelijke vergoeding in aanmerking kwam. De vraag is ook, in hoeverre een kerk groter moet willen zijn dan ze door middel van vrijwilligerswerk en een enkele vrijgestelde kracht kan worden. In hoeverre is vrijwilligerswerk een onderdeel van het kerkelijk betrokken zijn dat in principe niet gedelegeerd kan worden aan betaalde krachten? Anderzijds kunnen goede kerkelijk werkers natuurlijk wel de vrijwilligers mobiliseren en toerusten.

De CRC komt voort uit een neo-calvinistische cultuur waarin oog is voor rechtvaardige beloning. Onlangs heeft de CRC dat punt nog benadrukt in haar nieuwe belijdenisgeschriftContemporary Testimony -: Our World belongs to God.2) Toch zal het zeker in de context van de Noord-Amerikaanse arbeidsmarkt nog een uitdaging zijn om alle kerkelijke werkers ook op een christelijke wijze te belonen en voldoende rechtszekerheid te bieden.
Veel Noord-Amerikaanse kerken kunnen zich een betaald gespecialiseerd staflid per 200 leden veroorloven en een betaald ondersteunend staflid per 150 leden. Dat kan komen door een grotere offerbereidheid, een gunstiger belastingklimaat, maar wellicht ook door de relatief lage honorering van de kerkelijk werkers en de slechte secundaire arbeidsvoorwaarden.

Mijn secretaresse spaarde voor een opleiding als kerkelijk jeugdwerker.
Mijn jeugdwerker was bezig zijn theologische opleiding af te ronden in de hoop uiteindelijk predikant te worden.
Zelfs mijn koster had een theologische opleiding achter de rug en wist zich geroepen om uiteindelijk met afgekickte drugsverslaafden te gaan werken.
Dat maakt duidelijk, hoezeer de doorstroming van kerkelijk werkers binnen de kerkelijke organisatie tot de realiteit behoort. Dat brengt wel de vraag op tafel, in hoeverre opgedane ervaring als kerkelijk werker het recht op een verkorte opleiding tot met name predikant rechtvaardigt.

Luxeprobleem
De CRC heeft het luxeprobleem dat succesvolle evangelisten en kerkplanters een kerk om zich heen zien groeien en vroeg of laat in de positie van predikant terechtkomen zonder daar de benodigde opleiding voor te hebben.
Het is prachtig dat missionair werk zoveel vrucht draagt dat er rond evangelisten en gemeentestichters een grote gemeente ontstaat. Tegelijkertijd heeft de CRC geleerd van de potentieel schadelijke gevolgen van onvoldoende gekwalificeerde predikanten en kerkelijk werkers. Daarmee staat de waardering voor de selfmade man en succes die kenmerkend zijn voor de Noord-Amerikaanse cultuur op spanning met de schade die soms wordt aangericht door werkers in de kerk die op het punt van opleiding en/of persoonlijkheid onvoldoende in huis hebben.

Het zou mij niet verbazen als de Nederlands Gereformeerde Kerken in de toekomst het voorbeeld van hun Noord-Amerikaanse zuster zullen volgen.
Aan de ene kant zijn er diverse kleine kerken die zich geen voltijds predikant kunnen veroorloven en die om die reden zullen kiezen voor goedkopere parttime kerkelijk werkers. Aan de andere kant zijn er diverse grotere, groeiende gemeenten, waarvoor een meervoudige en gespecialiseerde staf een aantrekkelijke volgende stap in de ontwikkeling lijkt te zijn. Al kan het Noord-Amerikaanse model waarschijnlijk niet één-op-één overgenomen worden, het kan geen kwaad er terdege kennis van te nemen.

1) www.thebanner.org/template/index.cfm
2) www.crcna.org/pages/our_world_main.cfm

Ds. Peter Sinia is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Ede.
Voorheen was hij predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Rijsbergen en van de Christian Reformed Church van New Westminster (Vancouver) in Canada.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief