Waaruit weet ge dat? (1)
1980-01-25
Het opschrift boven dit artikel is vraag 19 van de oude Heidelberger.- Jaargang 24
- nummer 4
De laatste vraag van zondag 6. Onder het woordje "dat" wordt bedoeld dat Jezus Christus is, Gods eniggeboren Zoon, het vleesgeworden Woord en dat er in Hem volkomen verlossing is en dat er in Hem alléén volkomen verlossing is. Die verlossing is inclusief alles wat we nodig hebben en exclusief alles wat wij tot die verlossing zouden willen bijdragen. Hij is de enige Zaligmaker. Dat sluit alle hulpzaligmakers en surrogaat zaligmakers uit. Dit weten we uit het heilig Evangelie zo staat in het antwoord, dat God Zelf eerst in het paradijs heeft geopenbaard. Daarna heeft Hij het door aartsvaders en profeten laten verkondigen en door offers en andere ceremoniën van de wet laten afschaduwen. Tenslotte heeft Hij het door Zijn eniggeboren Zoon vervuld. In dit antwoord klinken alle lofzangen van de Schrift mee. Halleluja, lof zij het Lam. God troont op de lofzangen van Israël.
Uit dit antwoord van de catechismus leren we - en dat is geheel de boodschap Gods - dat héél de Bijbel evangelie is. Van het begin tot het einde. Van de eerste tot de laatste bladzijde. Inderdaad van Kaft tot kaft. Als er in de Bijbel staat dat God hemel en aarde geschapen heeft is dat evenzeer blijde boodschap als wanneer er in staat dat het Woord is vlees geworden.
Dat God de wereld redde in de zondvloed is evenzeer blijde boodschap als wanneer de Bijbel ons zegt dat Jezus Christus eenmaal weer komt om te oordelen de levenden en de doden.
Deze wetenschap dat héél de Bijbel over déze Middelaar van alle genade gaat bepaalt het gezag van de Schriften en hun uitleg. De inhoud bepaalt de uitleg èn de regels van de uitleg. De rol des boeks is met Zijn Naam vol geschreven. Hebr. 10 : 5-10. Het is dan ook onmogelijk, zo zegt de Heer zelf, naar Hem niet te 'horen en tóch te zeggen dat de Schriften van God komen.
Want de Schriften getuigen van Hem. Joh. 5: 39, 40. Tegen de Emmaüsgangers zegt Hij dat hun droefheid over de dood van de Heiland hun eigen schuld is, omdat ze niet luisterden naar Mozes en de profeten. Lucas 24 : 26, 27. Dat Hij moest lijden en sterven stond geschreven. Lucas 24: 46.
En het stond niet alleen geschreven.
Het stáát geschreven. Alle Schriften moeten gelezen worden met het oog op Hem. Uitgaande van welk Schriftwoord dan ook, moeten we Jezus horen spreken als de enige en volkomen Middelaar.
Zo moet Hij ook verkondigd worden, waar er ook over gepreekt of gesproken wordt. Hand. 8 : 35. Dat is een "eenzijdigheid", die er altijd zijn moet. Dat is de eenvoud en de duidelijkheid van de Schrift. De Bijbel anders te lezen of het evangelie ànders te prediken is eigenmachtig handelen. 2 Petr. 1: 20.
De bedoeling van de H. Geest is het inzicht te geven dat één voor allen gestorven is. 2 Kor. 5: 14.
We kunnen het ook op de wijze van Paulus zeggen. De waarheid van het evangelie is dat er behoud is door Jezus Christus alléén, zonder de werken van de mens. God is die God, die goddelozen vrijspreekt uit louter genade, om Jezus' wil.
Galaten 2: 5, 14. Het geheim van het werk van de Heiland als de enige Middelaar is ook het geheim van de Schriften. Dat Jezus alléén Middelaar is en dat Jezus geheel en al Middelaar is, is dat wat de Bijbel tot een blijde boodschap maakt. En daarvan spreken weten profeten.
Rom. 3 : 21. Dus niet alleen enkele direct Messiaanse teksten van het Oude Testament wijzen op de Heiland en Zijn werk, maar alle gedeelten van héél de Bijbel. Ook daar is sprake van de Messias, waar wij het maar moeilijk kunnen ontdekken. Het licht van de genade Gods in Jezus Christus gaat door alle Bijbelboeken heen en zo zien we de veelkleurige wijsheid Gods. 1 Petr. 4 : 10. Alle spreken Gods heeft zijn brandpunt in Jezus Christus en het heil door Hem alleen bewerkt. Wat Luther ontdekte als kenmerk van de canoniciteit van een Bijbelboek "wat Christus predikt, is apostolisch", was niet minder dan een in die tijd geniale vondst en een kennelijk overweldigd zijn door de Geest. Hij begreep het, ook al hanteerde hij die norm niet steeds goed. Heel de Schrift van Oude en Nieuwe Testament 'drijft' inderdaad Christus. Het is daarom "onmogelijk" het absoluut gezag van de Schrift los te laten zonder ook Jezus Christus los te laten. Het is "onmogelijk" de Schrift te geloven en niet tot de Heer te gaan. Joh. 5 : 39, 40. Deze zin is ook om te draaien: het is onmogelijk tot de Heer te gaan en niet tegelijk de Schriften te aanvaarden. Het is onmogelijk in de Heer te geloven, ondanks de onbetrouwbaarheid van het heilige Schrift, ondanks het heilig evangelie.
Het geheim van de evangelie is het geheim van Zijn werk. En het geheim van Zijn werk is tegelijk het geheim van Zijn persoon: het vleesgeworden Woord. Vol van genade en waarheid. Joh. 1 : 14.
Nu is er de haast onverwoestbare neiging van de mens, van het vlees, om zich tóch aan het gezag van het evangelie te onttrekken, hetzij theoretisch, hetzij praktisch, of wel die beiden samen. Die neiging is er omdat het vlees haast onverwoestbaar weigerachtig -isvan genade alleen te leven. Het vraagstuk van het Schriftgezag is tegelijk ook deel van de leer van de rechtvaardiging van de zondaar zonder de werken. Het verzet tegen het gezag van het evangelie is steeds verzet tegen de alleenheerschappij van de genade Gods in Jezus Christus over ons leven. De afschrikwekkende voorbeelden in de Schrift zijn de Farizeeërs en hun christelijke navolgers: de Judaïsten. Al roemend in de Schriften verzette men zich tegen de genade van onze Here Jezus Christus. Tegen Zijn prediking en tegen die van Zijn apostelen. Volkomen orthodox kan men de sleutel der kennis wegnemen. Lucas 11 : 52. Dan word je een kind van de hel. Matth. 23 : 15. En de mensen die naar genade vergeten Schriftuitleg luisteren worden vermoeiden en beladenen. Maar telkens als iemand Jezus ziet en Gods genade in Hem, gaat hij alles anders zien. Dan schijnt het licht in de duisternis. Hand. 9 : 5. Zo gaan de Schriften open. Dan wordt het deksel weggenomen. Men ziet het licht. Overweldigd door de Geest.
2 Kor. 5 : 15-18. Het vlees wil zich niet laten gezeggen. Dat kan op vrijzinnige wijze.
Dat kan op rechtzinnige wijze. Vrijzinnig weigerden de Sadduceeën te geloven dat God tot hen sprák, als zij in Exodus 3 lázen dat God tegen Mozes zegt dat Hij is de God van Abraham, Izaäk en Jacob.
En omdat ze niet begrepen dat God tot hen sprák als ze Mozes lázen, daarom meenden ze ook het recht te hebben zelf de canon te kunnen vaststellen. Op rechtzinnige wijze weigerden de Farizeeërs te bukken voor de genade als ze niet beseffen, dat Jesaja het tegen hen heeft, als hij ( zegt dat zij God wel eren met de ) lippen, maar dat tegelijk hun hart ver van Hem is. Matth. 15: 7-91 Wie niet wil ontkomen aan het verderf, wie niet wil zien het aanschijn van de verzoende God, wil niet met schrik ontdekt zijn eigen grote schuld tegenover God en mensen, die heeft ook geen oog voor het absolute gezag van de Bijbel.
De vraag naar een verzoend God, de bede om een genadig God, en heel het vraagstuk van het gezag van de Bijbel vinden allemaal het antwoord daar waar eerbiedig ontdekt wordt dat heel de Bijbel evangelie is van de eerste tot de laatste bladzijde. Al die vragen van heel het wanhopige geslacht vinden hun antwoord bij Jezus de Heer, de enige en de volkomen Zaligmaker.
We beleven een tijd, waarin ook onder christenen, vooral op het gebied van de moraal het gezag van de Schrift ontkend wordt. Men doet dat omdat men niet ziet dat het in het gezag van de Bijbel steeds gaat om de genade en de alleenheerschappij van de genade van déze Heer, die tot ons komt in dit evangelie. Als men in concubinaat wenst te leven, wordt heel het onderwijs van de Schrift over het huwelijk en geslachtelijke gemeenschap tussen man en vrouw weggepraat.
Als men een knellende huwelijksband niet meer wenst te bewaren in trouw, dan wordt echtbreuk en echtscheiding - twee zaken die niet hetzelfde zijn - verdedigd met verontachtzaming van alles wat de Heer en Zijn apostelen ons zeggen. Als men homofiele praktijken wenst uit te oefenen dan gelden Romeinen 1 en andere plaatsen uit de Schrift niet meer of men zegt: we weten meer dan Paulus.
Dan stelt men geheel nieuwe regels op vanuit uitzonderingen.
Liever dan de alleenheerschappij van Gods genade te erkennen. Als men zijn geldzucht wil bevredigen zonder rem, dan wordt de rente van Psalm 15 : 5 zelfs vertááld met het woord woeker. Als men kapitalen wenst te vergaren dan speculeert men in grond, slaven, huizen en graan zonder zich iets aan te trekken van de blijvende betekenis van de wet van Mozes. Als men opstand tegen rechte dictaturen wenst te verdedigen, als men wil pacteren met linkse dictaturen, of omgekeerd, dan gelden Romeinen 13 en Openbaring 13 naar keuze. Zo zou er een hele lange lijst gemaakt 'kunnen worden, maar het is altijd verzet van het vlees tegen deze genade van deze enige Middelaar in Wie we alleen alles hebben en in Wie we meer dan overwinnaars zijn. Overigens is de ontkenning op het gebied van de moraal het minst erge wat ons overkomen kan. Erger is de toestand als er sprake is van een "dogmatisch" ontkrachten van het goede Woord van God. Erger is het als men, om van het spreken Gods af te komen, als men liever uit de werken leeft dan uit de genade, antwoordt op Zijn roep tot het geloof met te zeggen "dat gaat zo maar niet". Dat is leven uit het vlees. Erger dan welke ontkenning van Gods goede gebod tot de genade, is als men de feiten tot mythen verklaart, als men de verzoening door het bloed tot een bloederig sprookje verklaart.