De kerk in de eeuw van mijn kinderen

2008-09-26
  • Jaargang 52
  • nummer 19
F. Gerkema

Misschien herinnert u zich nog de Pinksterspecial van vorig jaar met een stevige stapel boeken over het werk van de Geest, geschreven in de eerste jaren van deze nieuwe eeuw. Ook bij dit themanummer over de kerk en haar werkers worden we op onze wenken bediend vanuit de breedte van de kerk. Met scribenten uit binnen- en buitenland, werkend aan universiteiten of in de sloppenwijken.

Ere wie ere toekomt. Gerben Heitink’s boek ‘Een kerk met karakter’ kwam ons begin dit jaar onder ogen en daar wilden we als redactie wel wat mee.
De emeritus hoogleraar van de VU evalueert een halve eeuw aan ontwikkelingen binnen de kerken van de SOW (PKN). Niet onlogisch opent Heitink zijn boek met de grote veranderingen in de samenleving en de gevolgen voor de christelijke kerk.
Daarin liggen ook kansen (nieuwe vormen van diaconaat, openheid in het religieuze).

Niet alleen pijn
Heitink onderscheidt een achttal facetten aan het kerkelijke. Een daarvan is die van de geloofsoverdracht tussen de generaties, waar je de crisis in de kerk misschien wel het scherpst voelt. Een eeuwenlange catechetische traditie lijkt verdampt, want in menig PKN-gemeente wordt nauwelijks of geen catechese meer gegeven. Binnen de NGK is de kaalslag ogenschijnlijk minder groot, toch gaan de ontwikkelingen binnen onze grote zusterkerk ons niet voorbij. Hoe gaat het bijvoorbeeld met jongeren van 18 jaar en ouder? In Heitink’s boek lees je ook over tegenbewegingen binnen de PKN, vaak met een evangelische tint: met hernieuwde concentratie op de kern van het evangelie (Jezus is Heer) en aandacht voor nieuwe vormen van gemeente-zijn (kleine groepen, eredienst).

Nieuwe vormen
Ook Henk de Roest schreef zijn boek ‘En de wind steekt op’ vanuit de kerkelijke crisis, maar signaleert tegelijk de ritseling van nieuwe perspectieven.
De Roest hoopt ‘dat de oude kerkmuren poreus worden’, als eerste met het oog op diaconale en missionaire initiatieven. Het onopgeefbare centrum is dat mensen zich aangesproken weten door Jezus – denk aan de Emmaüsgangers. Vanuit dat brandpunt rekent de Roest met twee cirkels van respectievelijk toegewijden en toehoorders. De Roest geeft in zijn boek ook aandacht aan veel minder vastgelegde vormen van kerk-zijn – netwerkkerken - vaak kleine en onderling sterk betrokken groepen, soms zelfs via internet. Daar zullen we nog wel meer over horen!

Levend Lichaam
Henk de Roest werkte ook mee aan het boek ‘Levend lichaam’, waarin op een boeiende manier het Paulinische beeld van de kerk (als lichaam van Christus) wordt uitgewerkt.
De kerkelijke gemeente kent, net als het menselijk lichaam, ook iets van levensfasen – van geboorte tot graf, van kerkplanting tot kerksluiting. Al zijn het zeker geen starre onderscheidingen, want het is niet uitgesloten dat een stervende moederkerk een gezonde dochter voortbrengt – denk aan kerkelijke projecten in Amsterdam. Het boek helpt in de bezinning op de specifieke situatie waarin de gemeente zich bevindt, met zijn eigen ‘mogelijkheden’ en ‘onmogelijkheden’. Zie ook de boekbespreking door Ron van der Spoel (Opbouw, 12 september 2008).

Gemeenteopbouw
Wie serieus bezig gaat met gemeenteopbouw doet er goed aan het boek van Jan Hendriks te bestuderen. ‘Verlangen en vertrouwen’. Want het is goed om je de vraag te stellen waar je naar verlangt (of van droomt) als je denkt aan de eigen gemeente. Maar nuchter is vervolgens de vraag of er in de concrete werkelijkheid ook wegen te vinden zijn in de richting van dat ideaal. Dat vraagt om zinnige analyse en tegelijk vertrouwen op God en leiding van hogerhand. De kern van gemeenteopbouw omschrijft Hendriks met: geroepen tot omgang met God, dienst en gemeenschap met elkaar.
Het is boeiend om te zien hoe breed en systematisch de voormalige hoogleraar aan de VU deze bekende drieslag uitwerkt. Echt een handboek gemeenteopbouw!

Prikkelend
Wat doe je met de flyer, die je kreeg om uit te delen aan je niet-christelijke buren? Vanwege een evangelisatiedienst of Alpha-cursus. Lastig als je je eigen gemeente niet inspirerend en de dominee saai vindt. Graham Tomlin schreef het boek ‘Een kerk die prikkelt’, waarin hij benadrukt dat de kerk niet geroepen is om de wereld te overtuigen van de werkelijkheid van het evangelie. Wek liever het verlangen bij de ander door het nieuwe leven van Gods Koninkrijk te leven, zo stelt Tomlin. Hij verwijst daarbij naar de kerk uit de eerste eeuwen, waar mensen gewonnen werd voor het evangelie door de uitstraling van christenen in het alledaagse leven.
Pieter Kleingeld zal in één van de komende nummers van Opbouw nog nader ingaan op dit inspirerende boek.

Volk of leger
Nog prikkelender vond ik het boek van Floyd McClung ‘Ik zie een leger’.
McClung, die jarenlang leiding gaf aan ‘Jeugd met een Opdracht’ in Amsterdam, evangeliseert tot op vandaag in hoerenbuurten en sloppenwijken.
Zijn kijk op de gevestigde kerk is daardoor ongetwijfeld beïnvloed.
‘De kerk is geen instituut maar een leger’ zo stelt Mc Clung en dit beeld domineert McClung visie op de kerk. Het levert prikkelende zinnen op, zoals: ‘De kerk in Handelingen was een levendige gemeenschap, niet een wekelijkse bijeenkomst’. Of ‘God wilde dat wij outsiders zouden bereiken, in plaats van een warm bad te zijn voor insiders’. De ‘eenvoudige’ kerk (simple church) van McClung is de kleine, slagvaardige groep, waarbij iedereen zendeling is en discipelschap uitnodigt tot discipel worden.
Zijn er bij McClung’s leger ook veteranen, denk je dan. Volk en kudde, waar je ook zieken, zwakken, twijfelaars en meelopers aantreft, blijf ik bijbelser beelden vinden dan leger.
Maar helemaal zonder leger gaat het ook niet.

Nog steeds lid
Open, maar toch anders dan McClung schrijft de bejaarde Anglicaan John Stott. Typerend voor hem is de lezing ‘Waarom ik nog steeds lid ben van de anglicaanse kerk’, waarmee Stott zijn boek ‘De levende kerk’ besluit. Stott is bij alle bevlogenheid en toewijding steeds weer op zoek naar een heilzaam evenwicht binnen al dat moois dat God de kerk meegaf. Zo laat hij de vreugde en de eerbied van de kerkdienst niet tegen elkaar uitspelen.
En de preken moeten profetischpastoraal en doordacht-doorvoeld zijn. En zo is er meer. Ik ervaar John Stott als een bijzondere gids op de weg van traditie en vernieuwing of ook het gereformeerde en het evangelische.

Geestverwant
Geestverwant is ook de PKN’er Jan Hoek, docent aan de CHE. Hoek gaat in zijn boek ‘Geroepen in een nieuwe eeuw’ de verschillende facetten van kerk-zijn langs (horende, missionaire, diaconale, pastorale en lerende gemeente). Daarbij verbindt hij waardevolle noties uit onze eigen gereformeerde traditie met 21e-eeuwse kerkelijke ontwikkelingen. In elk hoofdstukje zitten wel een paar pakkende zinnen of aardige beelden. Zoals de vraag of de kerk het beste te vergelijken is met een gondel of een roeiboot.
Elk hoofdstuk besluit met een paar zinnige vragen. Misschien een boek om gedurende het seizoen te bespreken in het eerste half uurtje van de kerkenraadsvergadering.

R. Brouwer, e.a. Levend lichaam; Kampen 2007 (419p. € 23,50)
G. Heitink, Een kerk met karakter; Kampen 2007 (302 p. 24,50)
J. Hendriks, Verlangen en vertrouwen; Kampen 2008 (445p. 19,50)
J. Hoek, Geroepen in een nieuwe eeuw; Zoetermeer 2008 (158p. 13,50)
F. McClung, Ik zie een leger; Harderwijk 2008 (287p. € 16,95)
H. de Roest, En de wind steekt op; Zoetermeer 2006 (246p. 16,90)
J. Stott, De levende kerk; Amsterdam 2008 (176p. € 15,95)
G. Tomlin, Een kerk die prikkelt; Kampen 2008 (205p. € 17,90)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief