Het vuur bleef branden, maar hoe?
1980-01-25
Ik heb het boek "Het vuur blijft branden" toch nog gelezen en bekeken. 'k Was het eigenlijk niet van plan maar twee goede vrienden van me meenden dat ik het toch maar doen moest. En één van hen bracht het voor me mee. 'k Wil wel eerlijk zeggen dat dit boek een leeg gevoel bij me heeft achtergelaten. Ik wil proberen enkele indrukken weer te geven. Ik heb in dit boek een stuk van m'n eigen kerkelijke geschiedenis gelezen: de eerste jeugdcongressen (Vogelenzang o.a.), het werk van de jongelingsbond (van 1953 tot 1969), allerlei organisatieleven. De vele foto's maken het boek ongetwijfeld tot iets aparts. 'k Zag foto's van allerlei bekenden en van mezelf. Dat roept herinneringen op.- Jaargang 24
- nummer 4
Als ik zelf dit boek had moeten schrijven was het wel heel anders geworden dan nu en dat niet alleen omdat dan de laatste tien jaren zouden hebben ontbroken, die laatste tien jaren maakte ik ongewild niet meer mee.
Er zijn in dit boek nogal wat vergeten hoofdstukken. Ze zullen wel niet vergeten zijn omdat het boek anders te dik zou zijn geworden. Prof. Douma wijst aan het s~ot op het vele onheilig vuur dat in die vijfendertig jaren heeft gebrand, maar hij voegt er aan toe: " ... het is toch niet sterk genoeg gebleken om de vrijgemaakt-gereformeerde kerken in de as te leggen. Ze zijn er nog omdat ook ander vuur bleef branden." Douma wijst er op dat er veel lelijks was in al die jaren maar hij neemt de diepte van deze opmerking weg door haastig te verklaren dat dat eigenlijk niets vreemds is omdat we weten dat "we ook door dit vuur van de verdeeldheid heen gelouterd moeten worden". 'k Vind zo'n opmerking goedkoop als ik denk aan de kerkelijke breuk van tien jaar geleden.
De vergeten hoofdstukken maken dat dit boek geen echte geschiedschrijving is. Ik zou dit met veel voorbeelden kunnen illustreren maar het lijkt me weinig zinvol dit te doen, ook weinig stichtend, weinig opbouwend.
'k Wil één voorbeeld geven. 'k Zag een foto van Tini Kok met Storm, Visser, Werkman en me zelf. In het bijschrift wordt verteld dat Tini Kok jarenlang de administratie van de I.V.-bond deed en in 1969 afscheid nam. Het jaartal klopt niet maar dat is niet belangrijk. Dat Tini Kok veel langere tijd verbonden was aan de Meisjesbond lezen we nergens, evenmin wordt iets gezegd over de wijze waarop haar werk voor deze bond werd afgesloten.
Een vergeten hoofdstuk waarin, om met Douma te spreken, veel lelijks voorkwam. Maar wie werd er door deze narigheid gelouterd, de meisjesbond, de kerken of Tini Kok? Zo'n bijschrift bij een foto is niet wáár, niet écht. Zeker, de vrijgemaakt-gereformeerde kerken werden niet in as gelegd, maar om het gebouw in stand te houden is wel over ménsen héén gelopen. Een foto van dominee Vink, Huizinga, Storm en mezelf roept herinneringen op. Vink stierf in 1964 en Huizinga schreef toen een artikel "wijlen wij". Door het overlijden van Vink waren" wij sámen" er niet meer. Zijn samenbindende kracht was opeens weg en vaak heb ik me afgevraagd hoe het met de kerken en het jeugdwerk zou lijn gegaan als Vink nog een tijd was blijven leven. Velen woonden zijn begrafenis bij, de trouw van Vink werd genoemd en terecht, maar weinigen weten hoeveel Vink geleden heeft onder de in 1958 uitgesproken beschuldiging dat hij ontrouw zou zijn aan de Vrijmaking.
Door zoiets te zeggen werd Vink op het hart getrapt. Veel lelijks, Douma heeft gelijk, maar waarom het verzwegen? Het zou de moeite waard zijn geweest te vermelden hoe een man als Vink onrecht kon' verdragen en in dat alles vriendelijk kon blijven jegens hen die hem het onrecht aandeden.
Zo'n houding is meer waard voor God dan een hele verzameling gereformeerde organisaties! 't Is misschien niet goed van me dit allemaal neer te schrijven. Maar het moest me toch even van het hart. Teneinde de nagedachtenis aan enkelen zuiver te houden. Het vuur bleef branden maar hoe? Je kunt je ook afvragen wélk vuur bleef branden, ook wáár het bleef branden. Zéker is dat de wind van de Geest waait waarheen hij wil, ook buiten het instituut van de vrijgemaakt-gereformeerde kerken, ook buiten het verband van die kerken om. Dat wordt niet uitgemaakt door geschiedschrijvers maar door God.