HET LIEDBOEK

1979-06-22
  • Jaargang 23
  • nummer 25
Lied 19. Belangrijk beter dan de vorige is de dichter van dit Lied er in geslaagd de aangegeven Psalm te doen herkennen, (Psalm 130).
Helaas is de tekst van strofe 3 niet aanvaardbaar, zoals vergelijking met de onberijmde vs. 7 en 8 ook duidelijk aantoont (Vgl. "want Hij verlaat u nimmermeer, al kiest gij ook ten kwade'" met de aangegeven" Schriftplaats).
Als geheel genomen verdient de Psalm dan ook verreweg de voorkeur boven dit Lied.
De melodie is zeer goed, het tempo moet niet te snel worden genomen met het oog op regels.
Tekst: 3 (bij weglating van strofe 3); melodie 3.

Lied 20. Ook voor dit Lied geldt dat deze bewerking van Psalm 146 in belangrijke mate achterstaat bij de berijmde Psalm.
Strofe 2 heeft een verwijzing naar Jes. 40 : 28. Strofe 7 voldoet niet aan de lofprijzing waarmee deze Psalm eindigt en die trouwens in de oorspronkelijke Duitse tekst ook beter tot haar recht komt dan hier in deze "dichterlijke vertaling". De laatste strofe kan dan ook beter vervallen.
De melodie is zeer geslaagd en "past volkomen bij deze Halleluja-psalmbewerking"
(W. Mudde in Compendium p. 94).
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 21. Als bewerking van Psalm 146 is dit Lied belangrijk beter dan Lied 20. Het Compendium vermeldt dan ook: "De dichter heeft vrij nauwkeurig de tekst van de psalm gevolgd. Maar toch kon hij het niet laten in strofe 3 een duidelijke toespeling op Romeinen 8 te maken en zelfs de naam van Jezus Christus te noemen. Deze herdichting van Psalm 146 is stellig een schoon en bezield lied".
De melodie is prachtig, terwijl het oorspronkelijke ritme weer is hersteld.
Tekst: 3; melodie 3.

Lied 22. De tekst van dit Lied is nogal litterair van opzet en zal zonder directe kennisname van het aangegeven Schriftgedeelte (Spreuken 8 en 9) niet erg aanspreken. Voorts is de tekstkeuze voor de berijming vrij willekeurig. "Als dichter heb ik mij veeleer laten leiden door litteraire dan door theologische tradities" (Comp. p. 185).
Als kerklied is het zowel naar vorm als inhoud o.i. niet aanvaardbaar.
De melodie is mooi en hoewel onbekend, met niet te veel inspanning te leren.
Tekst 1; melodie: 3.

Lied 23. Dit Lied is aangeduid als een bewerking van Jes. 2 : 2-5.
De dichter noemt dit Schriftgedeelte een "stralende profetie van gerechtigheid en vrede" die" wij niet op eerlijke wijze in de mond kunnen nemen wanneer wij niet bezield zijn door een vruchtbaar verlangen naar nieuwe verhoudingen tussen de mensen en de volken".
Tegen deze achtergrond is het opmerkelijk dat van vs. 4a ("En Hij zal richten tussen volk en volk en recht spreken over machtige natiën") in strofe 2 niets terug te vinden is.
De melodie is zeer goed.
Tekst: 2 (vanwege strofe 2); melodie: 3.

Lied 24. Volgens de aanduiding is dit Lied een bewerking van Jes. 6 : 1-4, hoewel aan het slot ook nog vs. 5 merkbaar is. De berijming volgt de Schriftplaats op de voet. Het driemaal herhaalde "Heilig is God, der legerscharen Heer" kan o.i. beter tot eenmaal worden beperkt, hetgeen zowel tekst als melodie ten goede komt.
De melodie is goed; de teleenheid is duidelijk de halve noot (evenals bij de psalmen).
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 25. Volgens de dichter is dit Lied "nogal vrij in benadering van de aangegeven profetie (Jes. 9 : 1-6), of liever los van opzet, hoewel er geen beelden in gebruikt zijn, die niet in dit Schriftgedeelte voorkomen of tenminste in verwante Bijbelse passages. In strofe 5 zijn de titels aan het goddelijke Kinrlgegeven, opzettelijk uitgebreid met de namen die Jezus zichzelf geeft in het N. Testament". (Comp. p. 193-194).
De melodie is mooi en gemakkelijk zingbaar.
Tekst: 3; melodie 3.

Lied 26. De tekst van dit Lied, die algemeen bekend is, is tamelijk vrij naar Jesaja 9 berijmd. Telkens wordt een gedeelte aan deze profetie ontleend en daaraan min of meer een toepassing vastgeknoopt die niet altijd even geslaagd mag heten, zoals b.v. met het oog op de betrokkenheid van de ziel (ziele). De tekst is daardoor minder sterk zodat we deze aarzelend met een 3 beoordelen.
De melodie is overbekend en het Lied wordt graag gezongen.
Tekst 3; melodie: 3.

Lied 27. Dit Lied is niet een berijming van de aangegeven bijbeltekst (Jes. 25 : 6-8) maar is een vrije weergave ervan. Dat is mede een oorzaak van de bezwaren die o.i. tegen verschillende strofen zijn aan te voeten. Zo worden wij in strofe 2 ("ons") in de positie geplaatst van degenen waarover Jesaja spreekt. De dichter tracht dit wel te verdedigen, ofschoon hij ook de bezwaren ervan ziet (zie Comp. p. 198).
Vooral strofe 4 waarin "alle volkeren, alle natiën" wordt overgezet in "wij volkeren, wij heidenen" ontmoet bij ons bezwaren en we achten. het Lied dan ook minder geslaagd.
De melodie is mooi en gemakkelijk te leren.
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 28. In tegenstelling met het voorgaande is dit Lied een goede weergave van het aangegeven Schriftgedeelte (Jes. 26: 1-6).
"Het is wat uitgebreid, wat omgebogen naar de eisen van een Nederlands kerkgezang in strofische stijl maar wat in vs. 1-6 van dit hoofdstuk staat is hier "getrouwelijk overgezet", aldus de dichter (Comp. p. 199). We kunnen ons in deze mening wel vinden.
De melodie is niet moeilijk.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 29. Dit Lied bedoelt een weergave te zijn van het Danklied van koning Hizkia, zoals we dit vinden in Jes. 38: 10-13.
Helaas voldoet het hieraan niet doordat het de bijzondere eenmalige situatie van toen veralgemeent tot een tekening van en toepassing voor het gewone leven van ieder gelovige nu. Terloops nog deze opmerking: in strofe 8 zegt' de dichter "wie zou onder zand en onder zoden U lofzingen ... ". Bepaald wel wat grove uitdrukking.
De melodie klinkt niet erg geïnspireerd.
Tekst: 1; melodie: 2.

Lied 30. Dit Lied is zowel wat tekst als wat melodie aangaat belangrijk beter dan het voorafgaande.
De tekst is behoorlijk overeenkomstig het aangeduide Schriftgedeelte (Jes.
40: 12-31) en is in een goede beeldrijke taal vertolkt. "Men moet", aldus de dichter, "om (hier) tot een zingbaar lied te komen wei naar een kernwoord zoeken dat het geheel tot een poëtische eenheid kan maken. Ik heb dit gemeend te vinden in de verzen 21 en 28". (Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? (Comp. p. 203).
De melodie is die van Psalm 40.
Tekst: 3; melodie: 3.

1 Lied 31. Het begin van dit Lied, dat berijmd is naar Jes. 49 : 8-13 is helaas erg ondoorzichtig en daardoor moeilijk verstaanbaar.
Vanaf strofe 2 wordt dit weliswaar beter, maar lettend op de laatste regels van strofe 5: ... "dat Hij bij de mensen woont" (terwijl de tekst spreekt over de HERE, Die Zijn volk troost) maakt het geheel toch minder aanvaardbaar voor de gemeentezang.
De melodie is goed.
Tekst: 2; melodie: 3.

Een waarderingsoordeel is vastgelegd in een becijfering van 1 t/m 3. En wel als volgt:

A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief