Wanneer mogen we breken met de kerk?
1979-06-22
De hierboven gestelde vraag is van belang. Veel kerkleden zitten er soms mee. Ik denk aan de "verontrusten" in de synodaal-gereformeerde kerken, ik denk ook aan onze eigen positiekeuze tien jaar geleden.- Jaargang 23
- nummer 25
Prof. Dr K. Runia tracht deze vraag te beantwoorden in het Centraal Weekblad van 17 maart jl.
Enkele jongeren vroegen of ik er iets van wil zeggen. Hetgeen ik dan ga proberen.
Prof. Runia noemt vier situaties waarin de vraag van "afscheiding" accuut wordt:
a. als een kerk (of kerken in kerkverband - v.W.) in officiële leeruitspraken tegen het evangelie ingaat en weigert de dwalingen los te laten. In dit verband wordt gewezen op de reformatie van de zestiende eeuw;
b. als de kerk gelovigen dwingt dingen te aanvaarden of te doen die in strijd zijn met Gods Woord. Ook bierbij wijst Prof. Runia op de geschiedenis van de Reformatie en met name op de aflaatpraktijk. Hij voegt er aan toe dat het niet gemakkelijk is om vast te stellen waar de grens ligt;
c. als een kerk niet meer de vrijheid geeft om te geloven wat door God in Zijn Woord wordt geëist. Ook hierbij wordt gewezen op de zestiende eeuw, toen het b.v. verboden was een bijbel in huis te hebben;
d. als een kerk of kerken weigert/weigeren op te treden tegen dwaalleraars.
Na deze opsomming zegt de schrijver dat het met de eerste drie gevallen iv onze tijd wel meevalt, en dus ziet hij het eigenlijke probleem zitten bij punt d, het toelaten van dwaalleraars.
Maar hier komen nu bij mij de vragen. Prof. Runia is niet van vandaag of gisteren. Hij weet af van hervorming, afscheiding en doleantie, maar hij zal ook wel bekend zijn met de geschiedenis van de vrijmaking in de veertiger jaren.
Het uitsluitend wijzen op voorbeelden uit de zestiende eeuw is me daarom toch wat te ver van ons bed. Als iemand vandaag schrijft over de vraag wanneer we mogen breken met de kerk, kan hij niet voorbijgaan aan de kerkelijke narigheid van zo'n vijf en dertig Jaar geleden. Toen immers werd b.v. door de generale synode de kerkeraad van Kampen zo maar geschorst en daarmee werden tientallen ambtsdragers voor de keus geplaatst wat ze moesten gaan doen.
En niet alleen zij, maar ook de gemeente die hen tot het ambt riep. Het lijkt me toe dat sub a en b hier wel iets mee te maken hebben (Ieeruitspraken, bindingen, schorsingen, afzettingen, avondmaalsafhoudingen enz.).
't Is niet m'n bedoeling de geschiedenis van de vrijmaking op te gaan halen. De huidige generatie weet daar niet meer van en in de kerken waartoe Prof. Runia behoort wordt inmiddels over de doop zó gepreekt als Ds H. Veltman te ‘s-Hertogenbosch deed in 1945, maar die moest toen verdwijnen wegens valse leer.
'k Wil Prof. Runia niet in verlegenheid brengen - ik weet dat veel synodaal-gereformeerden met die gebeurtenissen van tóen eigenlijk geen raad weten - maar als hij over deze dingen gaat schrijven, moet hij vooral dicht bij huis blijven.
We zijn verantwoordelijk voor de dingen die in een kerkverband gebeuren, en dat dient te blijken uit onze instemming of ontstemming.
We zijn verantwoordelijk voor de eenheid van het lichaam van Christus.
maar die verantwoordelijkheid is er al voordat er van een breuk sprake is. Op dat moment dat bv. bovenschriftuurlijke leeruitspraken worden gedaan, is in feite het Lichaam van Christus aangetast.
Want tussen Christus en Zijn gemeente komt dan iets te stáán.
Het is duidelijk dat Prof. Runia vooral schrijft met het oog op de "verontrusten". Hij wijst er op dat tijdens afscheiding en doleantie vaak een lange tijd werd gestreden voordat de beslissing kwam. Dat was een "lijden aan de kerk".
Akkoord, maar toch moeten we maar niet te gemakkelijk over dit lijden en het dragen ervan spreken.
Vraagt God van ons dat we lichamelijk en geestelijk kapot gaan aan kerkelijke narigheid? Zou Hij het ons niet gunnen in kerkelijke rust te leven? Spreken over lijden aan de kerk is gemakkelijk voor iemand die dit lijden niet kent. Ik zeg hiermee niet dat Prof. Runia de moeiten onderschat.
'k Heb de vraag niet precies beantwoord.
'k Vind het nogal moeilijk, als vrijgemaakten hebben we tien jaar geleden ook nog het een en ander beleefd. Verantwoordelijkheden dragen kan zwaar zijn, te zwaar. Het verlangen naar vrede en aangename rust (Psalm 122) kán een keus bespoedigen. Naar mijn mening terecht.