Naar Galilea
1980-02-01
Een reis door Palestina- Jaargang 24
- nummer 5
Het is nog nooit aan iemand gelukt een bevredigende evangeliënharmonie op te stellen. Alle pogingen zijn wel ergens gestrand op verschillen tussen de evangeliën onderling, die eenvoudig niet te negeren zijn. Elke evangelist gaf zijn eigen zienswijze en liet zich blijkbaar door een bepaald motief leiden. Van Mattheüs wordt verondersteld, dat hij zijn evangelie met name voor Jodenchristenen) schreef. Mensen die de Schriften, het Oude Testament dus, kenden. Naar mijn gedachte wil Mattheüs dat we zijn weergave van Jezus' leven op aarde lezen in het licht van dat Oude Testament.
Niet voor niets dient, m.i., een deel van de catechisatietijd besteed te worden aan bijbellezen. Met als uitgangspunt de vraag: hoe lees ik de bijbel? Ook Jezus heeft daaruit zijn kennis, inzicht en wijsheid moeten putten. Dr Okke Jager schreef eens: "Een reis door Palestina is vóór alles een stimulans om onvermoeibaar door te gaan met de ontkorsting van de bijbel die in onze eeuw tot de belangrijkste taken van de Dienaren des Woords behoort." (Hier koos de Heer zich vaste voetWageningen, z.j., pag. 9.) Ik zou er aan toe willen voegen: een reis door de bijbel óók!
Met "ontkorsting" bedoelt de schrijver: de bijbel ontdoen van alle aangroeisels die zich in de loop der eeuwen hebben gevormd door bijv. verouderde traditionele voorstellingen en al dan niet eigentijds moralisme.
Ongemerkt lees je de bijbel door een bepaalde bril, Kleuter- en kinderbijbels werken dat al in de hand. Vandaar dat hij op dezelfde pagina spreekt van een "gezuiverde visie".
Een reis door de geschiedenis
In Matth. 4: 12-17 wordt het Oude Testament al voor de tiende keer geciteerd. Nog afgezien van het kunstig opgezette geslachtsregister in 1 : 1-17 - een soort reis door de heilsgeschiedenis van Christus terug tot Abraham.
Nu IS dat niet z'n wonder als je bedenkt dat Mattheüs Levi, de joodse tollenaar was. Hij kende als Jood de voorliefde van de rabbijnen voor het werken met geslachtsregisters en in de synagoge had hij ettelijke malen de schriftgeleerden het "Oude Testament" horen aanhalen en verklaren op de typische manier waarop rabbi's dat plachten en plegen te doen.
Maar goed, Mattheüs, de Jood Levi, kènt het Oude Testament. En: hij heeft Messias Jezus gekend. Je zou kunnen zeggen: er is hem een licht opgegaan. Hij leest de bijbel aan de hand van Jezus' uitleg (vgl. o.a. 16 : 21 - van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen aan te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden ... ).
Maar omgekeerd: achteraf "leest" hij het leven van Jezus bij het licht van de bijbel - vandaar al die citaten. Hij leest en ziet dat wat eens gezegd, geprofeteerd was, vervulling vindt in Jezus' leven. Niet dat Gods woorden tot op dat moment ónvervuld waren gebleven. Maar daarmee was de vervulling nog niet uitgeput. Denk maar aan Jezus' eigen woord: "meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profetie te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen" (5 : 17). Zeg maar: tot volle ontplooiiing te brengen.
Jezus en Israëls reis
Mattheüs zegt: ik zal jullie leren bijbel lezen! Kijk maar: "toen Hij (Jezus) vernam, dat Johannes overgeleverd was, trok Hij zich terug naar Galilea" (vs. 12).
Niets bijzonders? Een feitelijke mededeling om het verhaal gaande te houden? Beslist niet, want inmiddels was Johannes de Doper al in de omlijsting, wilt u: het perspectief van Jes. 40 geplaatst: Johannes was de heraut-wegbereider-stem eens roependen in de woestijn.
Zolang de koning nog in aantocht is, heeft de wegbereider zijn tijd hard nodig. Hij effent de weg voor hem om wie alles draait, de enig belangrijke: de koning. Daarvan legt Matth. 3 : 1-12 getuigenis afJohannes heeft er hard aan getrokken. Tenslotte is de koning, nee, ja de Messias er - Hij gaat door het water (3 : 13-17) om meteen daarna door de Geest naar de woestijn geleid te worden. Het lijkt (vgl. ook 2 : 15) Israëls reis wel. En de verzoekingen van de kant van de duivel wijzen in dezelfde richting: "indien Gij Gods zoon zijt (vgl. weer 2 : 15), zeg dan dat deze stenen brood worden" - ook Israël werd met de broodvraag geconfronteerd.
Evenzo met de vraag: hoe krijg ik het beloofde land in handen? En ten slo te met de vraag: laat God zich uitdagen tot geëiste kunststukjes, laat God zich letterlijk en figuurlijk uit zijn tent lokken? (Zie Opbouw, jrg. 23, no. 16 d.d. 20-4-'79) kun je Hem op bevel goocheltrucs en reclamestunts laten uithalen?
Dorp van "God troost"
Nog eens weer: "via het "uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen", en via de "wegbereider" ziet Mattheüs Jezus door het water gaan om de woestijn ingeleid te worden op weg naar het beloofde land, beter nu: het land van (te vervullen) beloften (dat is méér dan "mellk en honing").
We herinneren ons ook: Mozes kwam het land niet binnen. Jozua deed er met Israël intree.
Welnu, zegt Mattheüs, toen de wegbereider Johannes uit de weg geruimd was (waarover meer in 11 : 2-15), kon Jezus, de nieuwe Jozua (ook de namen spreken mee) beginnen met het "in bezit nemen" van het land van beloften. Zijn weg is bereid, geëffend. Nu is het zijn " beurt, nu mag Hij optreden!
En waar, aldus Levi, gaat Hij heen? Wat is nu zijn eerste doel? Uitgerekend Galilea: de (landstreek der heidenen. Was Nazareth aanvankelijk zijn woonplaats geweest, bij Jozef en Maria, na de terugkeer uit Egypte (2 : 23), nu kiest Hij een eigen woonplaats, zelfstandig: Kapernaüm, verderop "zijn eigen stad" genoemd (9: 1). Eigenlijk heet de plaats Kefar Nahum, dorp van Nahum - wie dat ook geweest mag zijn. We kennen de naam als verkorting van NechemjahNehemia: Jahweh troost! Tenslotte kan hier nog bij aangetekend worden, dat Nazareth in het oude stamgebied van Zebulon en Kapernaüm in dat van Naftali was gelegen.
In het perspectief van Jesaja
Zo kan Mattheüs dus schrijven: "en Hij verliet Nazareth en ging wonen te Kapernaüm, aan de zee, in het gebied van Zebulon en Naftali ... " (vs. 13). Kapernaüm is een centrale plaats: vanaf Damascus liep "de weg van de zee" via Kapernaüm, de Tabor, Afula en Magiddo naar de kust van de Middellandse Zee. Een handelsplaats waar veel volk verkeert - en passeert: je ziet er Levi in zijn tolhuis zitten. Elders staat een synagoge, door een romeins officier gebouwd voor de Joden.
Waarom gaat nu Jezus "daarheen, naar Galilea? En weer zegt Mattheüs: dat was geen toeval. Nee, achteraf raadpleegt hij de Schriften en laat je meelezen: déze Jozua gaat naar Galilea "opdat vervuld zou worden het woord door den profeet Jesaja gesproken, toen hij zei: Het land Zebulon en het land Naftali, aan den zeeweg, over den Jordaan, Galilea der heidenen: het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien, en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een licht opgegaan" (vs. 14-16). Natuurlijk kent ieder, kende ook elke Jood het vervolg van deze profetie, uitlopend op de juichkreet: "want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouders en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op den troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid, De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen" (zie voor de hele passae Jes. 8 : 23-9: 6). Als Mattheüs, achteraf, Jezus' leven overziet, herkent hij hier Gods Hand in de geschiedenis. Met de geboorte, mogelijk, van een zoon Hizkia in Jesaja's dagen) is de vervulling van diens profetie niet uitgeput. De HERE der heerscharen had nog betere dingen voorzien voor het land in duisternis.
Waarover volgende week D.V. meer.