Jacht en natuurbeheer
1980-02-01
In mijn artikel "Van wie is dat wild eigenlijk?" 1) staan veel ware dingen, bijzonder die welke aan de Schrift zijn ontleend. Er zijn ook enige dingen gezegd, waarbij mijn pen schijnt te zijn uitgegleden: waar die tegen natuurbeschermers" optornde. Ik ben er namelijk van overtuigd dat de sohade, door ondeskundige jagers aan de natuur berokkend, zeer verre wordt overtroffen door de schade, veroorzaakt door ondeskundige natuurbeschermers. Een van onze lezers schreef mij twee brieven van vier kantjes elk; deze correspondentie - in fatsoenlijke en broederlijke toon - noopt mij wat meer op bovenstaand onderwerp in te gaan. Ik zegde hem toe, er wellicht in dit blad op terug te komen.- Jaargang 24
- nummer 5
Onze briefschrijver voelde zich gegriefd door mijn geringschatting van de “natuurbeschermer", die ofwel de natuur verafgoodt ofwel flora en fauna tot zijn eigendom verklaart. Nu had een van mijn scherpzinnigste lezers, een vogelkundige, mij gezegd zich niét door bedoeld artikel bezwaard te achten - daar ik duidelijk onderscheid maakte tussen echter natuurminnaars en de tussen aanhalingstekens aangeduide "beschermers". Dat verschil was de eerstbedoelde briefschrijver ontgaan; ik heb hem er echter van overtuigd, dat ik bepaald hém niet veroordeelde, evenmin trouwens als mijzelf.
De correspondentie maakte, evenals mijn gewraakte zinsneden, duidelijk welke afgronden van misverstand tussen jagers en (andere) natuurminnaars bestaan. Beide zeggen de natuur te willen beheren. Op veel punten doen zij dat ook. metterdaad. De een door te reguleren, snoeien en bijvoeren, inclusief het jachtgenot 2). De ander niet door te snoeien of te reguleren maar wel bij te voeren, beschermen en repareren, inclusief het natuurgenot. Onze briefschrijver somde op, wat hij - en een groot aantal met hem - daar aan doet: nestkasten ophangen en controleren, vogels ringen, kooiwedjes afrasteren, reservaat jes opkopen, rivieroevers reinigen, zieke vogels opknappen en vele andere goede en fijne zaken.
Dat mag wel eens genoemd worden. Want mijnartike1 ging over het eigendom van "ons" wild en slechts in het voorbijgaan over de zogenaamde beschermer, die zich het wild onrechtmatig toe-eigent. Het was dus mijn doel, het wettelijk geregelde genot van de jacht te bespreken - en niet om ten nadele van bonafide natuurbeheerders uit te varen. Sterker: tot die bonafide natuurbeheerders wil een fatsoenlijk jager ook zichzelf graag rekenen. Mag ik daarom noemen dat ik sinds vele jaren lid ben van Dierenbescherming, Vogelbescherming, Natuurmonumenten, Het Reewild, de Vereniging Wildbeheer Veluwe en andere; niet alleen door bijdragen in geld, maar ook in arbeid? Mag ik noemen het posten bij roofvogelnesten, het ophangen van nestkasten. het verzorgen of afmaken van gewond wild, mijn activiteiten voor de Stichting Behoud Natuurschoon Nunspeet, het fotograferen van boommarters 3) en zo voort? Dat zijn dingen waarvoor een jager zich niet op de borst slaat, maar die hij vanzelfsprekend acht. Zijn verbondenheid met flora en fauna legt hem dat op de handen. In deze zaken hebben onze correspondent en ik elkaar dus gevonden.
Bleef over een ongenuanceerd oordeel over alle jagers, waarvan er met 60.000 veel te veel zouden zijn, die goeddeels ondeskundig of roekeloos of egoïstisch zijn en die in hun blad slecht voer vinden. Ook daarover kon met vrucht gecorrespondeerd worden. Want waarom is 60.000 te vee1? Ons blad heeft lezers, die vinden dat jacht, slechts moge1ijk voor een half procent van de Nederlanders, een overbodig en protserig bedrijf is. En ondeskundigheid bij jagers is een aflopende zaak. Sinds drie jaar is een examen voor jachtbrevet vereist, dat er niet om 'liegt. Alleen de langer jagende actehouders zijn hiervan vrijgesteld, maar ook zij moeten geen ongerechtigheden uithalen, want het politietoezicht op de jacht is niet om te lachen: Bovendien zijn de meeste jachtcontracten en lidmaatschappen vervallen, wanneer iemand voor een jachtovertreding is veroordeeld; zijn acte kan zelfs reeds bij vermoeden van misbruik worden ingehouden. Het schieten van grofwild gaat op toewijzing en wordt gecontroleerd met wildmerk en vervoersbewijs. Roekeloze jagers - ze zijn er; maar ze worden uit elk gezelschap geweerd uit lijfsbehoud. En of egoïsme speciaal aan jagers is voorbehouden, blijve een vraag. Het is echter geen vraag, of de gemiddelde jager zijn morele plicht kent om "zijn" wild in tijd van nood te helpen. Het Nederlandse systeem van minimaal veertig hectare per geweer geeft enige waarborg tegen overmatige bejaging, welke trouwens door de wet verboden is. In Duitsland, waar men het minimum per geweer niet kent, schrijft de wet een voederplicht voor.
Dat echter natuur-i.beschermers", zelfs bonafide maar onwetende natuurliefhebbers, ontzaglijk veel schade aanrichten is ook duidelijk. In de laatste "Lepelaar" van vorig jaar werd een natuurvriend gekapitteld, die een roofvogelnest van dichtbij fotografeerde, daar een dag over deed, de toegang tot het nest open liet liggen en zo directe oorzaak was van de dood der beide jongen, Iemand, die in een vorig nummer van de "Lepelaar" ongezouten van leer was getrokken tegen de jagerij, die van "feodalisme" en van "snobisme" -zou getuigen, werd in hetzelfde blad vriendelijk op zijn plaats gezet door een jager-vogelbeschermer. Iemand, die had geschreven over een speedboat in een reservaat, die zich "helaas niet te pletter had gevaren", werd ook duidelijk van commentaar voorzien.
Hulde aan bladen, die 'hoor en wederhoor geven. Want wat is feodalisme?
De jacht van Ezau? De jagerij van Nimrod, die een geweldig jager was voor het aangezicht des Heeren? 4) De jacht van Veluwnaars, Brabanders en eilandbewoners, die van vader op zoon "voor de pot" schieten en die de meerderheid der Nederlandse jagerij vormen? En wil iemand volhouden dat de jacht alleen voor rijke jongens is, dan adverteert de "Lepelaar" een handboek voor vogelkunde, dat f 539,50 kost - daar kunt u een aardig jachtbibilotheekje van samenstellen; en een perfecte vogelkijker komt op f 1950,- zegt dat blad - dat is meer dan een goede kijkerbuks kost.
Maar in de korte zomernachten krijgt het rood- en reewild, dat laat in de avond en vroeg in de morgen door fotografen wordt belegerd, geen kans op azen of herkauwen en gaat verzwakt de bronst in. Zelfs de voerakkers en afgesloten rustgebieden worden per auto betreden. De sport-stroperij op de Veluwe heeft een zodanige omvang aangenomen, dat het provinciebestuur van Gelderland uitbreiding van de veldpolitie nodig acht. En het ringen van vogels brengt mee, dat grote aantallen per net worden gevangen: een net, dat met een stel raketten over de rustende dieren wordt geschoten - had u een goudplevier willen zijn? Het is van de hertachtigen bekend, dat zij een shock overhouden, wanneer zij in mensenhanden zijn geweest. Wat moeten de talloze geringde volgels eigenlijk overhouden?
De Vereniging Natuurmonumenten, die vele jagers onder haar leden heeft, besloot onlangs haar gebieden voor de jacht te sluiten. Daar gingen 36.000 hectares jachtterrein verloren, goed voor 900 jagers. Want tegen de bestuursvoorstellen in wist een meerderheid van nieuwe “natuurbeschermers"
het door te drukken! Vraag niet wie de wildschade op de omliggende terreinen gaat betalen: dat doen de jagers, die (elk met f 30,- per jaar) f 1.8 miljoen aan het Jachtfonds afstaan. Vraag ook niet hoe het "natuurlijk evenwicht" er op die terreinen gaat uitzien, wanneer fors roofwild ontbreekt en de mens niet meer reguleert. Het wordt een bloedige moordpartij en de monumenten blijven over, zonder natuur.
Nog even over dat jagen per telelens. Het wordt wel eens een subfimering van de jachtdrift genoemd. De Spaanse filosoof Ortega Y Gasset mocht daar echter pittige dingen over komen op te merken in zijn boek "Het geluk van het Jagen" (Prólogos), Hij schrijft daar onder meer: "Door de jacht met de camera wordt het insect bedrogen en gefopt en dit bevordert de uitroeiing (van het wild)". "Deze jacht is inderdaad de idealistische, de platonische jacht en het platonisme vertegenwoordigt de hoge traditie van kwezelarij". Zoals platonissche liefde de dood is voor echtelijke liefde.
En denkt u maar aan de jonge roofvogels, die voor hun dood nog op een plaatje mochten.
Tenslotte nog een praktijkervaring met jacht en natuurbeheer. In het Zwitserse kanton .Genève is sedert 1974 de jacht geheel verboden. Nu ja, geheel? Alleen voor jagers verboden - het wild wordt nu gereguleerd door ambtenaren, met en zonder geweten.
In drie jaren was de wildschade al opgelopen tot f 186.000,- plus de kosten van bewapening en uitrusting der ambtenaren. Die ambtenareninspecteurs hadden Genève tot 1973 f 500.000,- gekost maar in vier jaar liep dat bedrag op tot f 1.412.000,-. De regulatie van het wild geschiedt intussen met schijnwerpers voor nachtelijke hazenvangst en valkuilen voor wilde zwijnen, die van dichtbij worden doodgeknald. De hondsdolheid is "bestreden" door vossen te vaccineren, wat op niets is uitgelopen maar wel veel geld heeft gekost. Er zijn talloze natuurbeschermers" in Nederland, die de wolf en de wisent terug wensen op de Veluwe - ingeruild voor de jagerij. Maar dan is leerzaam hetgeen de chef van Binnenlandse Zaken en Landbouw - onder applaus van de afgevaardigden - in Genève vaststelde: "dat de jacht nog nooit van zo veel betekenis is gebleken, als toen ze verboden werd".
Noten
1) Opb. 19-10-79.
2) de wettelijke term jachtgenot ligt op het niveau van woongenot en huurgenot.
03) zie A.B. Wigman "Zwervend langs het wild spoor", pag. 139; bij deze foto werd géén nest verstoord.
4) Gen. 10: 8,9.