Een kwestie van smaak?
1980-02-01
Er zit tot nu toe wel een béétje lijn in mijn artikeltjes (ik heb het nog steeds over beoordeling van literatuur), maar ik geef toe: het gaat wat speels en springerig. Ik hoop maar dat u zich er niet te veel aan stoort. Eensdeels als intermezzo wil ik nu een nieuwe gedichtenbundel bespreken; tegelijk past zoiets toch wel weer in de tot nu gevolgde lijn.- Jaargang 24
- nummer 5
Geert Boogaard: Er is haast bij het licht
Uitgeverij Callenbach stuurde mij de nieuwste bundel van Boogaard: Er is haast bij het licht.
Dat is ook de titel van de tweede afdeling in die bundel. Daaruit schrijf ik over:
Ik wil weten
Ik wil weten
of het wel waar is,
dat er een uur komt
waarin de blinden
zullen zien.
Er is haast bij
het einde
van dit
donker.
God,
er is haast
bij het licht.
Waar het precies aan lag, wist ik niet zo goed, maar het gedicht bevredigde mij niet. Dat gevoel had ik trouwens bij veel van de gedichten die in deze bundel staan. En bij nadere bestudering bleek dat er heel wat zwakke gedichten bij zijn. Door mijn gereformeerde achtergrond heb ik ook zo mijn bedenkingen, als ik lees:
Alleen als God lijdt
aan wat er in mijn leven
is gebeurd,
en net als ik
dus niet gelukkig is,
kan Hij bestaan.
En als het waar is,
dat er eens,
als de Messias komt,
ook aan mijn donker lot
wat wordt gedaan,
zal God wel blij zijn
als het zover is.
Het is niet erg dat de twijfel die bij elke christen wel op kan komen, in een gedicht onder woorden wordt gebracht, maar er moet bij een christelijke dichter toch ook méér zijn! De geciteerde gedichten blinken overigens ook niet uit door zeggingskracht. Dat is ook bij andere gedichten in deze bundel het geval, maar daar kom ik nog op.
Vinden we in de tweede afdeling nogal wat gedichten waarin m.i. de "nieuwe theologie" te sterk doorklinkt, in de derde afdeling stoort mij vooral de nogal eenzijdige politieke visie (die natuurlijk niet los staat van de theologische opvattingen). Met poëzie heeft het volgende trouwens ook niets meer te maken:
Zuid-Afrikaans
Zij haalden
de bijbel erbij
om aan te tonen
dat een neger ondergeschikt is
aan een blanke
en noemden iemand
die daarover
in een lach schoot
een communist.
Dat deze bundel tamelijk zwak is, blijkt al bij het gedicht dat aan het begin staat:
Ik zit in de regels verscholen
van een neergeschreven gedicht.
Daarbuiten zou ik verdolen
want daarbuiten is geen licht.
Ik zoek om te kunnen leven
mijn toevlucht steeds in het woord.
Ik ben overeind gebleven
als die schreef wat hij had gehoord
Er gaat heel wat meer overtuigingskracht uit van wat Slauerhoff schreef: Alleen in mijn gedichten kan ik wonen of wat Vroman onder woorden bracht in: Gedrukte letters laat ik u hier kijken.
Juist zo'n eerste gedicht van een bundel zou sterker moeten zijn omdat het opgevat kan worden als een soort program of belijdenis van de schrijver. Een woord als "verdolen" klinkt in deze tijd veel te "boekaohtig". Misschien een produkt van rijmdwang? De herhaling van "daarbuiten" (regel 3 en 4) is ook geen bewijs van woordenrijkdom. Regel 6 zal wel twee betekenissen willen suggereren: het woord waarmee de schrijver zich uiten kan en het Woord dat het eeuwige leven belooft, maar bepaald origineel is Boogaard hier niet. Tenslotte is de constructie van deze laatste regel ook niet van deze tijd: als die schreef wat hij had gehoord. Zoiets zou je bij Geerten Gossaert verwachten maar niet bij een auteur die verder nogal modern wil zijn. Extra storend is zoiets als je het nog eens tegenkomt:
De late dood is goed.
Van dagen hier verzadigd,
sterf ik straks begenadigd,
als die de Dag begroet.
Ook het tweede gedicht vertoont gebreken. Hier volgt het eerste gedeelte daarvan:
Laat mij dit ene:
dat ik steeds kan zeggen
wat met geen enkel woord
te zeggen valt,
slechts met het Uwe,
dat ik uit mag leggen;
het vreemde woord
dat ons zo slecht
bevalt.
Beeldspraak is natuurlijk iets anders dan logica, maar ik constateer in de regels 2, 3 en 4 toch een té grote afwijking van verstandelijk taalgebruik: wat met geen enkel woord te zeggen valt, kan een dichter ook niet zeggen! Ook wat dat betreft, is van Paulus wel wat te leren (2 Korinthe 12). Bovendien: bij het uitleggen van Gods Woord moet je ook gewone woorden gebruiken! Nee, zulk gespeel met woorden leidt tot niets. Dit is één van de weinige rijmende gedichten; ook in dat rijm is het zwak want de rijmwoorden staan zó ver van elkaar dat het rijm niet meer werkt.
Het derde gedicht geeft een tamelijk goede indruk: zó zijn veel andere. Hier volgt het:
Jezus aan zijn kruis
Onmachtige,
Ge kunt er niet
van af.
Er wacht een
harde dood
en straks
het graf
omdat Ge zijn wilt
onder die
creperen
aan willekeur
en ongerechte
straf
Kon Jezus er niet vanaf? Hij kón het wel degelijk. Hij had ook wel van het kruis kunnen komen, toen Hij daartoe werd uitgedaagd. Maar Hij wilde niet omdat dat niet de wil van zijn Vader was!
In het daarop volgende gedicht tref ik een onjuist gebruik van bijbelwoorden aan. Het gaat over iemand die liefdedienst verricht heeft:
in de Naam van
de Messias
zonder dat ze het zei,
zonder dat "Here, Here" dus.
Natuurlijk kan ik niet blijven citeren. Nog een enkel voorbeeld van vreemd, in dit geval onnederlands taalgebruik:
je sprak het waar
dat er een Rijk is
waar zo onverlet
God met Zijn volk leeft
uit de vreugd der Wet.
Elders tref ik aan: O, ik weet het wáár. Vermoedelijk Latijnse invloed. Maar goed Nederlands is: Ik weet dat het waar is. En: "je sprak het waar", zal wel moeten betekenen: je zei dat het waar is. Maar zulke dingen schrijf je toch niet meer in een modern gedicht? Het spijt mij dat ik deze bundelzo negatief moet beoordelen, juist omdat ik iets beters had verwacht, vooral nadat ik die andere bundel van Boogaard had gelezen: En toch. Maar laat ik niet alleen zwakke elementen noemen. Het volgende gedicht spreekt mij erg aan doordat het mij diegene voor de geest brengt die zo veel in mijn leven heeft betekend.
Ook mijn moeder ging steeds meer leven in een waas. Het was hard dat aan te moeten zien.
Met de eenvoudige vorm en woordkeuze bereikt Boogaard hier ook meer dan met zijn pogingen tot dichterlijk woordenspel.
Moeder
Langzaam maar zeker
kwamen de tekenen,
moeder,
die zeiden dat je
niet ver meer was
van het
einde.
Er kwam een waas
om je heen
en al je verhalen
waren onduidelijk
en onverklaarbaar;
we hebben ze niet
verstaan.
Je wist van een oude psalm
nog één regel:
De Heer zal mij getrouw
behoên,
maar je was natuurlijk
zonder dat te weten
ook wel terecht
gekomen,
want zo is dat immers
bij Hem:
Zijn goedheid gaat het al
te boven.
Zo zijn er in deze bundel wel meer te vinden. Wie daarvan zelf kennis wil nemen, kan zich voor f 8,90 het boekje aanschaffen.