De Barmhartige Samaritaan

1979-06-29
  • Jaargang 23
  • nummer 26
Misschien kent u het verhaal van die reizigers, die in het heilige land werden rondgeleid? Het komt hier op neer, dat een gids hun alle historische plaatsen wist te wijzen, van Bethlehem af tot Gethsemane toe.

Maar toen hij hun tenslotte de herberg van de barmhartige Samaritaan toonde, ontstond terecht twijfel. Iemand zei: dat was een gelijkenis en geen historie - nu vertrouw ik de rest ook niet meer.

Heel pienter. Misschien werden die reizigers vroeger wel enigermate bij de neus gevat. Maar vandaag gaat dat anders. De gidsen in Israël zijn rijksambtenaren, goed opgeleid en goed gecontroleerd. Ze vertellen geen onzin, want Israël wil de deviezen stroom niet in de waagschaal leggen.

En de opgravingen, in volle gang, tonen telkens aan dat de overlevering veel waarheid doorgaf uit een rijk verleden.
Neem nu het geval van die barmhartige Samaritaan. Een boeiende gelijkenis.

Daarover is vandaag meer te vertellen, aan de hand van Bijbel en opgravingen. Alleen al dit: dat de Heiland nooit fantasieën opdiste, maar in zijn spreken vlak bij de realiteit stond, zijn materiaal voor het oprapen had ..
Mattheüs en Marcus verzwijgen de gelijkenis van de B.S. Hoewel ze de toepassing, de hoofdzaak, vermelden. 1) Lucas is de enige, die ook de gelijkenis vermeldt. 2) Maar hij is ook de laatste Evangelieschrijver geweest, die de zaken vooraf nauwkeurig heeft onderzocht. 3) Het zal zijn aandacht hebben getrokken, dat deze boeiende gelijkenis tussen de wal en het schip dreigde te vallen.

Welnu. Jezus, diehet grootste deel van zijn leven in Galilea had gewoond, trok enkele honderden kilometers Zuidelijk naar Jerusalem. Daar zou het laatste hoofdstuk van zijn leven plaats grijpen. De weg van het Noorden naar Jerusalem ging ofwel door het Over-Jordaanse; ofwel over Samaria.4) langs Jericho, 5) over de steile woestijnweg naar Jerusalem, waar Bethanië het eerste voorstation was.

En inderdaad nam Jezus die laatste weg. Na Jericho kwam, aan de uitvalsweg, de geschiedenis van de blinde(n) 6) en direct na de gelijkenis blijkt Jezus in Bethanië te zijn geweest. 7) Het beeld, dat Jezus de Farizeeën ophing, was uit het leven van de vorige dag gegrepen.

Eerst had Hij de Sadduceeën het zwijgen opgelegd. 8) Toen namen de rechtzinnige Farizeeën Hem onder vuur. Het was een goede kennismaking met de heilige stad: kruisvuur van links en rechts. Daar vertelde de Heiland de gelijkenis van de B.S., als illustratie van zijn onderwijs in de naastenliefde.

Die karavaanweg van Jericho naar Jerusalem is er nog. Een kale, dorre weg, over zanderige heuvels en barre rotsen, onder de verzengende zon.
Geen schaduw, geen rustplaats. Oorspronkelijk liep die weg meest langs de bedding van de beek Krith.

Tegenwoordig is hij wat korter, maar nog kronkelig, vermoeiend en onherbergzaam. De oude delen worden voor militaire doeleinden gebruikt. Jerusalem ligt 800 meter boven zeeniveau, Jericho ligt er 250 meter onder.
De afstand, zo'n 30 kilometer, vraagt dus een hele klim van meer dan duizend meter. Is een vlakke weg van 30 km in een dag te wandelen, zeker wanneer men naar beneden gaat - wanneer de reis naar boven werd gemaakt, klimmende en in een Oosters klimaat, werd de weg in tweeën genomen.

Welnu, sinds mensenheugenis stond aan de pas van de Rode Rotsen, halverwege Jericho, een herberg. De fundamenten zijn blootgelegd en zichtbaar. Het is op een kruispunt tussen de oude en de nieuwe weg.
Voor mensen die "opgingen" de enige gelegenheid om te overnachten, veilig voor rovers. Want boven deze herberg, op een rots, stond in Jezus' dagen een Romeins fort. De fundamenten zijn blootgelegd en zichtbaar tot op de huidige dag. Deze herberg was de enige veilige plek op een kronkelende en gevaarlijke weg, vol verrassende bochten en zijdalen.

Het is logisch, dat deze weg slechts één herberg telde. De mensen die af daalden naar Jericho hadden meestal de herberg niet nodig. Veel verkeer zal er niet geweest zijn. Een herberg zal nauwelijks genoeg omzet hebben gehad van de "opgaande" reizigers, om te bestaan.
Even een intermezzo als het mag. Toen de jonge Jezus, twaalf jaar oud, in de tempel was "voorgesteld", gingen zijn ouders zonder Hem een dagreis ver. Dat is tot Jericho. Toen misten zij Hem en gingen (twee dagen) terug, "op" naar Jerusalem. Na totaal drie dagen (1 + 2 = 3) kwamen ze in de stad en vonden Hem in de tempel; leest u Luc. 2: 44, 45 eens na?

Dan nu verder. Wat betekent die ene herberg? Dat Jezus, sprekende over de B.S., slechts één herberg op het oog kan hebben gehad: die van de Rode Rotsen. Daar zal Hij met zijn leerlingen juist een nacht hebben doorgebracht. En iedereen kende die herberg. De omgeving, nu nog beangstigend en uitputtend, was algemeen bekend. Dat daar rovers rondhingen, die vanaf heuveltoppen naderkomende reizigers ongezien konden bespieden, wist iedereen. En wanneer rovers een loslopende reiziger wilden "uitkleden", konden ze hem gemakke1ijk een eindje terzijde slepen niemand behoefde er iets van te zien.

Wordt het beeld van de B.S. helder? Het kostte immers geen enkele moeite om, wanneer iemand een schim van een slachtoffer meende te zien, een volgende heuvel aan de andere kant te passeren. Dan liep men niet in een val en had geen last met een dood of levend slachtoffer. Zo ging men "als tegenover hem voorbij", zegt de statenvertaling. Precies zoals sommige mensen vandaag een andere kant opkijken, wanneer ze iets ergs zien gebeuren.

De priester uit Jerusalem daalde af. Hij had haast om de gevaarlijke weg in één dag af te leggen en voor donker in het veilige Jericho te zijn. De Leviet ging het net zo. Was er een dode te betreuren - wel, heilige mannen mochten er zich niet aan verontreinigen. Was de man nog in levenhij zou onder de brandende zon de avond niet halen. Elk stilstaan kon licht hind'ren, zei de dichter al.

Maar daarna kwam de B.S. Die zát al in vijandelijk gebied.9) Hij liep zelfs in Jerusalem risico. Had weinig te verliezen en moest dubbel uitkijken, want hier zou niemand zijn dood wreken. De B.S. zag het slachtoffer, zo goed als de anderen het hadden gedaan. Hij ging niet om de volgende heuvel heen, maar liep er recht op af. Zag dat de man nog in leven was, gaf hem soelaas: wondbehandeling en een opkikkertje.

Toen dacht hij na over de mogelijkheden. Hij had de reis naar Jericho voor donker kunnen doen, als de anderen. Maar hij laadde de stumper op zijn ezel, want zag mogelijkheden voor hem. En voetje voor voetje ging het ... naar de enige herberg, theoretisch 7 km ver. Hij onderzocht en behandelde het slachtoffer verder - waarbij het zeker te laat werd om tijdig in Jericho te komen. Daarom bleef hij een nacht over.
Het slachtoffer haalde de morgen. Nieuwe hoop, nieuwe mogelijkheden.

De B.S. wist nu de waard te bewegen, zijn zorgen over te nemen. Op kosten van B.S. natuurlijk, want de ander was "uitgekleed". En half werk is geen werk. Hij betaalde dus twee schellingen, twee verpleegdagen vooruit en kreeg toen zoveel crediet van de waard, dat hij een eventuele slotbetaling te zijner tijd zou mogen doen.
En zo is het gekomen. Wanneer u vandaag op de pas van de Rode Rotsen komt en de nog aanwezige ruïnes ziet, kunt u een extra dimensie aan uw Schrift-kennis toevoegen. Dan is de gelijkenis een warmbloedig stukje Oosters leven geworden. Zodat de toepassing van de naastenliefde ook wat duidelijker is.

En tenslotte. Wie waren ook weer die Samaritanen?
Een bar en boos volkje, waarover u in de Bijbel de ontstaansgeschiedenis kunt vinden. 10) Geen wonder dat de wettische Jood een afkeer van dat gespuis had. En dat nu juist de wettische Farizeeërs dat verhaal moesten aanhoren, om de wet der liefde te verstaan! Ook Jezus zond aanvankelijk zijn leerlingen niet naar heidenen en Samaritanen 11) - maar later genas Hij wel een aantal melaatsen, zonder de Samaritaan buiten te sluiten. En laat nu die ene Samaritaan de wet der dankbaarheid mogen demonsteren ... 12) Toen de Heiland later het gesprek met de Samaritaanse vrouw had 13) trok dat ieders aandacht. Want Joden gingen niet om met Samaritanen.14) Maar weer waren het de Samaritanen, die de goede beurt maakten: want zij vroegen Hem te blijven. 15) Hetgeen beschamend was voor de Joden rondom de Zee van Tiberias, waar men Hem vroeg te vertrekken. 16) En later heeft Filippus in Samaria met blijdschap het Evangelie mogen brengen. 17) Een gelijkenis blijft een illustratie. Maar Jezus' woorden stonden vlak bij de realiteit. Zo dicht dat men Hem op dit punt niet lastig viel. Niemand zei Hem: dat is een verzonnen verhaal.

Zodat ook zijn conclusie onontkoombaar is: "doe gij even zo". 18) Want wat we aan de minste van zijn broeders hebben gedaan, dat hebben we Hem gedaan. 19) Maar er zijn velen - rechtzinnige verbondskinderen, leden van de ware kerk en zo - die achter buitenkerkelijke Samaritanen aan zullen komen. 20)

1) Mtt. 22: 34-40; Mrc. 12: 28-31 - 2) Luc. 10: 25-37 - 3) Luc. 1: 3 - 4) Luc. 9 : 51-56 - 5) Mrc. 12: 46 - 6) Mtt. 20: 30 en Luc. 18: 35 - 7) Luc. 10: 38 - 8) Mtt.
22: 34 - D) Joh. 8: 48 - 10) 2 Kon. 17: 24-41 - 11) Mtt. 10: 5 - 12) Luc. 17: 16 - 13) Joh. 4: 9 - 14) id. teksthaken - 15) Joh. 4: 39, 40 - 16) Luc. 8: 3717) Hd. 8: 4-25 - 18) Luc. 10: 37 - 19) Mtt. 25 : 40 - 20) Luc. 13 : 30.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief