Het verhaal van de rijke jongen 1) (1)
1979-06-29
Een bekend verhaal: een rijke jongen komt bij de Here Jezus met een duidelijke vraag (zie Matth. 19: 16-26; Mark. 10: 17-27; Luk. 18 : 18-27). In drie evangeliën hetzelfde verhaal, telkens verbonden met een gedeelte waarboven de vertalers hebben gezet "het loon voor het volgen van Jezus".- Jaargang 23
- nummer 26
Je kent het verhaal: Een jongen vraagt aan de Heiland wat hij moet doen om zalig te worden; en als.
hij het antwoord heeft gehoord gaat hij bedroefd heen. Wat Jezus van hem vraagt is hem te veel. Dat antwoord is trouwens ook nogal wat: "Verkoop wat je bezit en geef het aan de armen."
Een ongemakkelijk antwoord voor die jongen.
Een ongemakkelijk antwoord ook voor jou. Denk maar even aan je platen en je boeken.
Verkoop wat je hebt.
Daar zitten we mee, terwijl we behagelijk rondkijken in onze gemeubileerde huizen en de rente laten bijschrijven op onze spaarbankboekjes.
En we haasten ons om onszelf en anderen te vertellen dat de Here Jezus die opdracht aan de jongen niet letterlijk bedoeld kan hebben óf, als dat toch het geval zou zijn, Hij in ieder geval iets dergelijks niet van iedereen vraagt. Van ons b.v. niet en we halen heel vroom de geschiedenis van Ananias en Saphira erbij (Hand. S), waarin Petrus duidelijk tot Ananias zegt dat hij geen verplichting had om land te verkopen (vers 4).
Is het dan zo'n wonder dat die jongen bedroefd heenging?
Hij bezat veel!
De eerste vraag van die jongen is: "Wat moet ik doen?" Hij wil wat goeds doen om de zaligheid te verwerven. Gereformeerde mensen haasten zich om te vertellen dat onze goede werken ons de zaligheid niet bezorgen maar dat we uit genade zalig worden. Maar toch ...
Al stellen we deze vraag niet hardop, stilletjes denken we allemaal wel eens zo, Het eeuwig leven krijgen, zalig worden, dat willen we allemaal wel. Daar willen we nog wel wat voor doen ook, 't Is goed om je eens af te vragen, waarom je verschillende dingen doet. Waarom je naar de kerk gaat, waarom je üp de jeugdvereniging zit, waarom je probeert kerkelijk mee te leven. Waarom? Zoek je echt Gód daarin of zoek je eigenlijk jezelf?
Waarom geloof je?
Zelfs die vraag is in dit verband belangrijk.
Is het je wel eens opgevallen dat die rijke jongen niet de enige is geweest die aan Jezus de vraag stelde wat hij moest doen om eeuwig leven te verkrijgen? In Lukas 10 : 2S lezen we dat een wetgeleerde diezelfde vraag stelde.
Jezus wijst die man dan op de wet, maar laat de inhoud van de wet door de wetgeleerde zèlf opzeggen (10 : 27). In het gesprek met de jongen noemt Jézus de geboden.
Welke geboden moet ik onderhouden?
En dan hoort die jongen ze uit Jezus' mond.
Het antwoord dat die jongen dan geeft, moeten we maar heel ernstig nemen. Hij zegt dat hij al die geboden in acht heeft genomen en als vanzelfsprekend denkt hij daarbij: "Waarin schiet ik nu nog tekort, wat moet er nu nog meer gebeuren?"
En Jezus? Gaat Hij die jongen vermanen dat dat onmogelijk kan: al Gods geboden houden? Gaat Hij die jongen vertellen dat ál ons werken onvolkomen is?
Welneen!
Hij kijkt die jongen aan en Matkus vertelt erbij dat Jezus die jongen liefkrijgt, hem liefdevol aankijkt.
Deze uitdrukking komt in de bijbel niet zo vaak voor. Van Johannes wordt gezegd dat Jezus hem liefhad (Joh. 13 : 23). Paulus zegt dat Jezus hem heeft liefgehad (Gal. 2 : 20) en hetzelfde lezen we ook van Lazarus (Joh. 11 : 3).
Het antwoord van die rijke jongen dóet Jezus wat. Hij ziet in die jongen iemand die serieus wil leven, die probeert in zijn leven iets goeds tot stand te brengen. Die jongen is geen ongelovige, die jongen maakt van de godsdienst geen goedkoop zaakje.
Maar met één ding heeft hij moeite: alles verkopen en de opbrengst aan de armen geven, dát ziet hij niet zitten, dat is niet haalbaar.
Jezus ziet het zwakke punt bij die jongen en juist op dát punt doet Hij een appèl op hem. Voor die jongen geldt: wie niet haat (op de tweede plaats zet) alles wat hij aan stoffelijk goed bezit, kan Mijn discipel niet zijn.
We weten niet zoveel van die jongen.
We kunnen rustig aannemen dat hij op een eerlijke manier aan zijn rijkdom is gekomen. Maar die rijkdom is iets van hemzelf geworden, hij bezit dat alles niet meer als niet-bezittende. Die rijkdom kan hij zien, maar een schat in de hemel, waarover Jezus het heeft, is iets onzichtbaars.
Toch is de weg die Jezus wijst de en:ige weg tot behoud. Daarop wijst de Heiland die jongen kort en krachtig, maar ook liefdevol.
(wordt vervolgd)
1) Eerder geplaatst in "Verkenning".