"Demas heeft mij verlaten.”
1979-07-27
"Het testament van een ter dood veroordeelde" is de titel van een kommentaar op deze tweede brief van Paulus aan Timotheüs. Iemand anders heeft het vergeleken met de laatste woorden van een stervende vader aan zijn kind: " ... aan Timotheüs, mijn geliefd kind" is zijn opschrift boven de brief. Dit zijn de laatste woorden van Paulus die wij bezitten. Ze zijn geschreven tijdens zijn tweede gevangenschap te Rome.- Jaargang 23
- nummer 28
Zo eindigde de loopbaan van deze apostel die meer arbeid verricht had als al de anderen. Zelfs Demas die wij in een andere brief kennen als een van zijn naaste medewerkers heeft zijn koffers gepakt en is vertrokken met bestemming Thessaloniki.
Niet zoals de anderen die hier genoemd worden om het evangelie te verkondigen, ook niet om vakantie te vieren, maar om Paulus in de steek te laten. Welk een diepe teleurstelling en verdriet schuilt er achter die woorden .Demas heeft mij verlaten, hij is naar Thessaloniki vertrokken".
Deze man die geestelijk vader was van zoveel mensen, en zoveel kennissen en vrienden had, eindigt zijn leven in grote eenzaamheid.
Dat proef je door heel dit gedeelte in uitspraken zoals, "Alleen Lucas is nog bij mij.". Je proeft het ... toch voert het niet de boventoon in de brief, zelfs in het slot niet. Wat gaf Paulus de kracht om vol te houden in die menselijk gesproken uitzichtloze situatie? Ik wil over zijn houding vier dingen zeggen.
1. Hij maakt de balans op van zijn leven. Tot de gevangenis en marteldood is het een goede strijd.
Het zijn geen woorden die alleen voor bejaarden of stervenden bestemd zijn. Niemand weet immers wanneer zijn loop beëindigd is.
Steeds behoren we een balans op te maken, op ons leven terug te zien, en ons af te vragen waar het in ons leven op aankomt, Het is goed om ook daarop je te bezinnen tijdens de vakantie. Paulus gebruikt het beeld van de wedstrijd in de renbaan.
Het leven is niet een reisje met een reisgezelschap, maar een wedstrijd. De bijbel gebruikt dat beeld vaker. Alles is in een wedstrijd, zoals in de Tour de France, op de finish gericht. "Zijn verschijning" noemt Paulus het hier.
Daarmee bedoelt hij niet alleen de wederkomst van de Here Jezus, maar ook zijn komst op aarde in Bethlehem.
Heel zijn leven is na zijn bekering in dienst geweest van de verschijning.
In het licht van deze liefde en overwinning van Christus taxeert Paulus de tegenslagen als hindernissen die hij op weg naar de finish moest nemen. Na de strijd tegen Joden en Judaïsten, tegen de boze geesten in de lucht, honger, kou, schipbreuk, aanvechtingen, depressies en gevangenschappen gaat hij nu de laatste hindernis nemen, de marteldood. Hij heeft de finish gehaald. "Ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden". Dat is geen vanzelfsprekendheid, omdat het aangevochten wordt. Het is opvallend hoe positief Paulus op deze manier zijn benarde situatie ziet. Je kan alles negatief gaan zien, omdat je in het licht van de teleurstellingen, de tegenslagen alles negatief gaat zien, i.p.v. de tegenslagen als hindernissen "te zien.
Demas geldt voor ons hièr als een waarschuwing. "Uit liefde voor de tegenwoordige wereld heeft hij mij verlaten en is naar Thessaloniki gegaan", zegt Paulus. Dit bedoelt Paulus niet als een negatieve beoordeling van het leven. 'Aïoona' betekent in de bijbel dit tijdperk, déze kant van het graf. Daar zat Demas in vast. Hij was dat los van Christus gaan zien. Het staat hier in de tegenstelling tot het liefhebben van de verschijning van Christus. Demas zal geen dingen gedaan hebben die wij schokkend zouden noemen. Toch schrikt Paulus ervan. Hij wijst de oorzaak aan, "uit liefde voor de tegenwoordige wereld". Die Demas-figuur zit in ons allen. Steeds moeten we kiezen, gericht op het einde, en iedere keer weer antwoord geven op de vraag die Christus eens stelde toen veel van zijn discipelen Hem in de steek lieten "Gij wilt toch ook niet heengaan?".
Petrus antwoordde "Here, tot wie zullen wij heengaan, Gij hebt woorden van eeuwig leven ... ". Pas op voor de weg van Demas.
2. Paulus weet dat Jezus hem niet alleen laat. Toen hij bij zijn eerste proces voor de keizer moest verantwoorden waren geen van zijn vrienden als getuigen à décharge aanwezig, zelfs niet om door hun aanwezigheid hem te bemoedigen.
De Satan had Paulus in een positie van volkomen isolement gebracht.
Alle menselijke hulp was afgesneden.
Nu moest Paulus ten val komen.
Nu, bij de eindstreep zou hij hem toch krijgen. De duivel is geen gentleman. Hij brengt ons in kwetsbare posities. Maar, de Heer hield hem overeind, niet door Paulus vrij te laten spreken, maar Hij gaf Paulus de kracht om Hem niet te verloochenen. Hij heeft hem verlost uit de muil van deze leeuw. Paulus is ervan verzekerd dat de Heer hem bij zal blijven staan - niet door de gevangenisdeuren open te laten gaan, maar door hem te beschermen tegen de duivelse aanvallen.
Er is geen enkel zelfbeklag in deze brief. Paulus jammert niet over zijn ellendige omstandigheden. Hij weet dat Christus naast hem staat met zijn bescherming en liefde. Elia miste dat vertrouwen aanvankelijk.
Hij zag alleen maar de boze opzet van Izebel. We mogen ons gedragen weten door Christus in alle tegenslagen. Die kennis maakt het voor Paulus mogelijk om niet onder te gaan in verdriet, maar hij prijst Christus "Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen."
Ook voor ons geldt de belofte dat God het niet toelaat dat wij boven vermogen verzocht worden, maar dat Hij met de duivelse verzoeking ook uitkomst geeft.
3. Paulus geeft het oordeel aan God. Hij oordeelt niet over de christenen die hem in de steek lieten. In het licht van de grote liefde van Christus bidt hij voor hen. Nooit kan iets dat iemand ons aandeed zo erg zijn dat wij niet meer voor hem kunnen bidden. In tegendeel, hoe meer iemand ons iets aandoet hoe meer hij ons gebed nodig heeft. Heeft u het al eens geprobeerd? Wat zal Paulus veel voor Demas gebeden hebben. Zelfbeklag, zelfmedelijden en verbittering maken ons krachteloos. Is het niet beschamend dat wij vaak om kleinigheden ontzettend te keer kunnen gaan en zwelgen in zelfmedelijden?
4. Paulus is zich bewust van zijn klein aandeel in Gods plan. Hij is slechts dienstknecht, niet onmisbaar.
Hij weet dat het sukses niet van hem afhangt. Zijn loopbaan is voleindigd. Hij is bereid het werk over te dragen. Als hij wegvalt, valt God niet weg. Een van de redenen waarom Paulus Timotheüs bij zich wil hebben is waarschijnlijk omdat, nu Demas is weggevallen, Timotheüs' instrukties moet krijgen. Paulus staat vlak voor zijn dood, nog midden in het leven. Hij geeft nog allerlei instrukties en inlichtingen; Marcus moet meekomen, z'n mantel, boeken, en vooral de perkamenten. De alledaagse dingen hebben vlak voor zijn dood nog de volle aandacht.
Hoe is het met Demas afgelopen?
De bijbel zegt het niet. Hier zijn in de traditie twee verhalen over. Eén ervan is dat hij vervolger van de gemeente werd. Dat kan. Afval kan tot haat groeien. Het tweede verhaal is dat de christenen in Thessaloniki verbaasd waren dat Demas geen brief of boodschap van Paulus voor hen had, en de diensten niet bezocht. De gemeente liet hem niet met rust. Ze bad voor Demas totdat hij zich gewonnen gaf. Dat kan ook. Het gebed voor hen die afgedwaald zijn is een opdracht.
Toch kan er een moment komen waarop je niet meer bidt.