Over de vrijheid van de kerken (2)
1979-07-27
In het vorige artikel herinnerde ik aan wat er gebeurde op de Generale Synode te Rotterdam-Delfshaven, waar een ingrijpende beslissing met een stemverhouding 14-13 werd doorgedreven, ondanks de moeiten van velen ter vergadering.- Jaargang 23
- nummer 28
Van de goede voornemens in de vrijgemaakte kerken, om niet door overstemming, maar alleen in overeenstemming, kerkelijk te handelen was weinig overgebleven.
De geschiedenis heeft dit uitgewezen.
De eerlijkheid gebiedt toe te stemmen dat op de landelijke vergadering van Wezep iets dergelijks gebeurde bij de behandeling van het nieuwe artikel 34 inzake de besluiten van regionale of landelijke vergaderingen.
In genoemd artikel staat o.a. omschreven dat besluiten van meerdere vergaderingen, wanneer zij niet strekken tot heil van de gemeente, geen bindend karakter hebben.
In verschillende kerken leven ernstige bezwaren tegen deze zinsnede.
Een voorstel om genoemde woorden te schrappen wekte nog al wat beroering, toen bleek dat een meerderheid ter vergadering niet bereid was de anderen tegemoet te komen.
Ook dit maal kregen we het verhaal te horen dat achteraf niet mocht worden ingegrepen op -de besluitvorming.
Opnieuw viel te leren dat ook de "beste" kerkorde geen garanties biedt tegen overstemming of overheersing.
Er is geen reden tot paniek, want het besluit van Wezep moet door de kerken bekrachtigd worden; het is een voorlopig besluit.
Wel is er reden tot bezinning.
Het is overigens een opmerkelijke gang van zaken.
Onwillekeurig denk je aan de beroering in de vrijgemaakte kerken, toen de kerk van Groningen-Zuid "in eigen verantwoordelijkheid" een predikant schorste, in strijd met de bepalingen van de kerkorde.
De kerkeraad legde de beslissing van de genabuurde kerk en van de classis naast zich neer, omdat deze besluiten niet strekten tot heil van de plaatselijke gemeente ...
Soortgelijke dingen gebeurden op plaatsen, waar zich "doleanties" voltrokken en men zich niet liet ophouden door een artikeltje van de kerkorde en deze met voeten trad.
Dit alles tot heil van de gemeente, in noodsituaties.
En na ruim tien jaar hebben de kerken, die tengevolge van de breuk, die uit dit alles voortvloeide buiten verband kwamen, in hun concept kerkorde een bepaling opgenomen, die een handelen in eigen verantwoordelijkheid tot heil van de gemeente wettigt.
Het kan verkeren!
In het vorig artikel schreef ik, dat moeilijkheden met de bestaande kerkelijke structuren geen typisch vrijgemaakte aangelegenheid zijn.
Er is sinds de jaren van de kerkelijke strijd veel veranderd in onze samenleving en daarom zaak om goed te onderscheiden, wanneer er gesproken wordt over de vrijheid van de gemeenten.
Wie kennis neemt van verhandelingen over de vrijheid in kerkelijke kringen van links tot recht, krijgt de neiging om zich met een variatie op Pilatus' woord áf te vragen: Wat is vrijheid?
De kerkelijke organisatie heeft dezer dagen de wind nièt mee.
Als gevolg daarvan is het streven naar de "oecumene" wat op zijn retour en geven velen de voorkeur aan kleine groepen, hoe men die ook verder aanduidt.
Kerkelijke organisatie, in welke vorm ook, moet er op gericht zijn de opbouw van de kerk te dienen en de eenheid in Christus een zekere gestalte te geven in onze wereld.
Wanneer we ons een beeld willen vormen van de eenheid in Christus, waartoe alle gelovigen geroepen zijn, zouden we kunnen denken aan het volk Israël dat onder de ambtelijke leiding van Mozes op weg was naar het beloofde land.
Bij de tocht door de woestijn werd het mars-tempo niet bepaald door jonge, sterke mannen, die in korte tijd het land Kanaän konden bereiken, maar door de kleine voeten van de kinderen en de moeizame tred van zwakken en ouderen, want men was samen op weg.
Zoals Israël eens op weg was, is de kerk van het nieuwe verbond op weg naar de grote dag van Christus.
Op die weg hebben alle gelovigen de taak er op toe te zien, dat er niemand achterblijft.
Het mars-tempo wordt niet bepaald door één of andere élite van vrome of actieve lieden, die voor de anderen uitsnellen.
Neen, de kerk is het éne volk dat optrekt.
Het samen op weg zijn vraagt geduld, verdraagzaamheid en zachtmoedigheid in de zorg voor elkaar.
Op die verdraagzaamheid worden we beproefd.
Steeds weer blijven we in gebreke en zijn er die achterblijven.
De verdraagzaamheid van de verdraagzamen is dan plotseling zoek.
In onze dagen maken we mee, dat er met name veel jonge mensen nieuwe wegen zoeken bij de zg. kritische gemeenten, die zich met verschillende namen noemen, waarin veel variatie is, maar die gemeen hebben dat ze geboren zijn uit het verzet tegen kerkelijke structuren.
In Amsterdam waren dezer dagen zo'n honderd van dit soort gemeenten, de meesten afkomstig uit Rooms-Katholieke kringen, in vergadering bijeen.
De gemeenten hebben verschillende achtergronden, sommigen zijn ontstaan uit een streven naar emancipatie, anderen hebben als achtergrond een liturgische vernieuwing en bijna all -n zijn ze maatschappijkritisch ingesteld.
In deze kring is men het wachten CJp beslissingen van een Paus of van synoden moe en neemt men zo nodig het "recht" in eigen hand.
Als gevolg daarvan zijn er tegenwoordig gehuwde priesters en viert men de eucharistie met anderen.
De kerkelijke molens malen veel te langzaam en de tijd is voorbij dat men zich op de vingers laat tikken door een autoritair gezag, De gemeente zal het zelf wel uitmaken.
Hoewel er nog al eens gesproken wordt over "basis-bewegingen" hebben we in ons land in de regel te doen met élitaire groepen, waarbij veel studenten en academici betrokken zijn.
Deze groepen actieve mensen hebben de wind mee in onze dagen.
Om te beginnen is er het grote onbehagen over de verdeeldheid van de kerken en begrijpen jonge mensen bij tijden niets van de "verschillen".
Leg maar eens uit wat vrijgemaakt buiten verband is.
Zou er een eenheid van kerken komen dan brengt dit met zich mee een nog ingewikkelder structuur van synoden of raden en is een kleine bewegelijke groep of gemeente niet te verkiezen boven een gemeenschap die moeilijk in beweging komt?
Hier komt bij de invloed van de moderne theologie.
In die theologie is het vrijheid wat de klok slaat.
De armen, de achtergestelden, de gediscrimineerden, de vrouwen en ga zo maar door, allen hebben als bevrijde mensen recht op levensontplooiing en geluk.
Het christelijk leven moet niet langer ingesnoerd worden door allerlei geboden en inzettingen van een verouderde moraal.
Een nieuwe inzet is nodig, waarin gelovigen voorop gaan in allerlei maatschappij-kritische acties en in het verzet tegen zaken als atoombewapening en kern-energie.
We moeten de invloed van de nieuwe theologie en de nieuwe moraal op het levensgevoel in onze tijd niet onderschatten en vooral niet denken dat onze jeugd hieraan ontkomt.
Het gaat om de vrijheid.
Het onbehagen over het kerkelijk leven in de bekende structuren is er niet alleen aan de linkerzijde.
Er valt in de kerken ook een beinvloeding van rechterzijde waar te nemen. Er is in de gevestigde kerken te weinig enthousiasme en blijdschap waar te nemen. In de kerkdiensten is praktisch maar één persoon actief en dat is de dominee, terwijl de gemeente een passieve rol krijgt toebedeeld.
Er moet veel meer actie komen van gelovigen en vooral van de jongeren in evangelisatie en dienst; de dorre doodsbeenderen moeten tot leven komen, zo verzekert. men ons.
Er zijn verschillende gemeenten, die te maken hebben gekregen met activiteiten van de zijde van zg. volle-
evangelie-gemeenten, van pinkstergroeperingen en andere groepen.
Aan de goede bedoelingen van deze gelovigen willen we niet twijfelen.
Voor bijbel-kritiek staat men niet open en er is een grote inzet.
Je bent wat jaloers en ook wel beschaamd wanneer het in deze kringen lukt honderden jongeren op toogdagen bijeen te brengen.
Het gezegde over de onbetaalde rekeningen van de kerk komt dan in gedachten.
In deze kringen heeft men echter weinig oog voor de schriftuurlijke waarheden over verbond en verkiezing en praat er niet over de kinderdoop.
Zo staan onze kerken, weinig in getal en klein, onder allerlei beinvloeding van de roep om vrijheid.
Hoe vinden we de weg uit de verstrooiing?
Nodig is het daarbij om de geesten van de tijd te beproeven.
In een poging tot bezinning, hoop ik nog een paar opmerkingen te maken over de vrijheid van Christus' kerk.